Verslagen PWG Gent

GE DIGITAL CAMERA


Streepjaar 2019


Verslag Algemene Vergadering PWG 25/01/2019:
DE STEK (naast NMC Bourgoyen)

Annick Verstraete

Het startschot voor het streepjaar 2019 werd gegeven op 25 januari. Tijdens deze jaarlijkse winteractiviteit geeft onze voorzitter Jean De Prez een overzicht van het vorige streepjaar. Een bijzonder streepjaar deze keer want ons land werd lange tijd door grote droogte getroffen waardoor de streepjes vaak voor gerimpelde dorre plantjes werden gezet.

2018 was een actief jaar met 15 activiteiten. Op de kalender van 2019 staan er 3 minder. Met het bestuur hebben we dit jaar 12 activiteiten vastgelegd. Die vind je terug op de website onder het luik ‘activiteiten’.

Claude Grandsart verzorgde een leuke fotopresentatie waarbij we konden watertanden over allerlei mooie planten in Zuid Spanje. Foto’s trekken zoals Claude doet, kunnen de meesten onder ons niet. Maar het kriebelde alweer om vanaf de lente te gaan speuren naar de flora die ons elke dag omringt.

Verslag PWG streeptocht 23/04/2019: Zwijnaarde – Maaltemeers, hok D3-32-12

Annick Verstraete

De eerste en kortste streeptocht van het jaar leverde 153 plantensoorten op. Het uitzonderlijk (?) warm paasweer na een zachte winter had al heel wat fraais de grond uitgestuwd.

Voor het grootste deel werd de achterhoek van het Maaltepark geïnventariseerd. Dit oude kasteelpark is achteraan al wat bossig te noemen met in beperkte mate Bosanemoon, Gevlekte aronskelk, Maarts viooltje, Daslook, Bosandoorn, Groot heksenkruid en Speenkruid. Geen échte Wilde hyacinten hier maar de kruising met de Spaanse: Hyacintoides x massartiana. Heukels meldt dat we waarschijnlijk overal te maken hebben met deze groep mooie bastaarden. De één al meer neigend naar de Wilde hyacint, een ander exemplaar meer naar de Spaanse. Op Waarnemingen.be staat een mooi overzicht.

Duinvogelmuur_WillyDesmettre


Duinvogelmuur – Smartphonefoto Willy Desmettre

Enige discussie ontstond bij de Duinvogelmuur. Deze look-a-like van de (gewone) Vogelmuur en Heggenvogelmuur is een aparte soort en groeit enkel in het vroege voorjaar. De naam “Duin” werkt verwarrend. De plant staat graag in rivier- en zeeduinen maar is ook te vinden op allerlei zandige voedselrijke plekken vaak in de volle zon zoals aan de voet van de fietsbrug waar wij het vonden. Dan zijn de Franse en Duitse namen beter gepast voor dit geelgroene plantje: resp. Stellaire pâle en Bleiche Vogelmiere. Dit plantje heeft bijna geen kroonbladen en je ziet een bloempje bestaande uit 5 kelkbladen. Het heeft ook kleinere bladeren dan de andere twee. Duinvogelmuur heeft ook minder meeldraden (1-3 stuks) dan Vogelmuur (3-8 stuks) en Heggenvogelmuur (10 stuks). Aan de stijlen kan je het zeker zien. Die wijken enkel bij Duinvogelmuur al vanaf de voet uiteen.

We eindigden met wat streepjes grasland waar we o.a. Sofiekruid vonden. Naar Sophia, één van de ijsheiligen, die wordt aangeroepen tegen late vorst. Wij konden al in T-shirt genieten van de aprilavond of dat nu al dan niet aan Sophia is gelegen weten we niet.

Verslag PWG streeptocht 02/05/2019: Citadelpark Noord, hok D3-22-23

Annick Verstraete

Watervalb_CitadelparkNoord_Gent_2mei2019_AnnickVerstraeteKleinGlaskruidb_CitadelparkNoord_Gent_2mei19_AnnickVerstraeteHet “groot park” van Gent, het Citadelpark, was als tweede hok aan de beurt. Ik verwachtte er niet al teveel van: schoon getrimde grasvelden met aangeplante variëteiten van bomen, struiken en kruiden. Wat streep je dan en wat niet?

De verwarring tussen aangeplant of niet viel uiteindelijk nog wel mee. Slechts weinig parkplanten zaaien zich uit. Vreemde namen opsnorren in alternatieve flora’s bleef daardoor achterwege. De aanwezige gidsen van o.a. de Plantentuin UGent leidden mij probleemloos naar de juiste streep op de lijst van o.a. Aucuba japonica en Viburnum rhytidophyllum.

Een park met een riolering; het eerste rioolputje leverde alvast Tongvaren op. Gele morgenster stond al in bloei en in het gazon stonden Knolboterbloem, Gewone veldsla, Grote vossenstaart en Gewone veldbies. Tussen de perken en de aangevoerde rotsblokken vonden we nog Eikvaren, Muursla, Fijne kervel en Kleine klaver verstopt tussen Liggende klaver.

Een bezoek aan de “watervallen” bracht tot slot ook Klein glaskruid op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 14/05/2019: Vinderhoutse bossen Noord, hok D3-11-14

Willy Desmettre

Op deze zonnige avond liet de conservator, Maarten Vangansbeke, ons kennis maken met het door Natuurpunt recent aangekochte noordelijke deel van de Vinderhoutse bossen, dat momenteel nog niet toegankelijk is voor het publiek.

Met Joost als streper troffen we bij de ingang van het bos verschillende verwilderde tuinplanten aan als hartbladzonnebloem, mahonie, narcis, akelei en kruisbladwolfsmelk.

Onze bijzondere aandacht ging naar de wegedoorns met hun tegenoverstaande bladeren met een fijne gekarteld-gezaagde rand en hun veelbloemige bundels met geelgroene bloemen in de oksels van de bladeren.

Ondertussen hadden we al enkele typische bosplanten gezien als kruipend zenegroen, boskortsteel, groot heksenkruid, ruwe smele, geel nagelkruid, grote muur en drienerfmuur.

Een moerassig weilandje bezorgde ons wat afwisseling. Daar zagen we kleine kaardenbol, moeraswalstro en verschillende zegges, waaronder geelgroene zegge, blauwe zegge en blaaszegge.

Verderop ontdekten we in het bos nog heel wat interessante planten zoals slanke sleutelbloem, gewone vogelmelk, salomonszegel, daslook en als uitschieters grote keverorchis en eenbes.

Joost kon zijn streeplijst afsluiten met 165 gevonden soorten. Iedereen was het er na afloop over eens dat we deze avond één van de meest waardevolle plekjes natuur in onze regio hebben kunnen aanschouwen. We kunnen dan ook maar verheugd zijn dat Natuurpunt dit gebied heeft kunnen aankopen en alzo vrijwaren voor de toekomst.

Verslag PWG streeptocht 06/06/2019: Keuzemeersen, hok D3-21-31

Willy Desmettre

De regendruppels bij het begin van de streeptocht voorspelden weinig goeds, maar geen enkele van de 15 opgekomen botanisten liet zich hierdoor afschrikken, en al spoedig werd Joost overstelpt met de namen van de planten die we meestal aantreffen aan de wegkanten en in de grachten.

De regen hield gelukkig spoedig op, en langs een gracht zagen we niet alleen de gebruikelijke planten, maar ook heel wat escapes, zoals bolderik, juffertje-in-het-groen en koekruid. Ook de zwarte mosterd was daar massaal aanwezig.

In de Keuzemeersen zelf werd iedereen verrast door de soortenrijkdom. We vonden er o.a. schildereprijs, moeraswalstro, ruw walstro, pijptorkruid, zeegroene muur, egelboterbloem en veelwortelig kroos.

Om de avond af te ronden gingen we via de Karel de Bondtlaan tot aan de Leie. Daar zagen we langs de oever kalmoes groeien, een plant die we al enkele jaren niet meer hadden gezien. Dat was dan ook een prachtige afsluiter van deze streeptocht, waarbij Joost niet minder dan 206 planten had kunnen aanstrepen.

Verslag PWG streeptocht 18/06/2019: Wegbermen en weides langs N60 – Eke, hok D3-41-21

Annick Verstraete

Wanneer je alle wegbermen samen rekent, zijn zij het grootste natuurgebied van ons land. Maar plantenwerkgroepen houden niet zo van bermen langs drukke wegen. Vandaar dat kwartierhok D3-41-21 het laatst gestreept werd in 1987, alweer zo’n 32 jaar geleden. Al fietsend zag Bea meer dan wat je vanuit de auto kan zien en tipte ons om eens een kijkje te gaan nemen.

Als een groepje “gele hesjes” hebben we dit jaar een lang stuk wegberm langs de N60 uitgekamd en werden beloond met enkele mooie waarnemingen voor de regio. Het eerste stuk wegberm met gracht bracht streepjes voor tal van gewone oeverplanten  maar ook Graslathyrus, Biezenknoppen, Witte waterkers en  Hazenzegge.

Graslathyrus en Hondskruid© CLAUDE GRANDSART

Bij het tweede deel was het schoonheid troef met enkele honderden orchideeën. Hondskruid stond in frisse verse pracht en werd unaniem benoemd.  De andere “soort” werd bij wijze van oefening door verschillende groepjes met verschillende flora’s aan verschillende planten beoordeeld. Zo merk je aan den lijve dat een aantal orchideeën moeilijk op één naam te brengen zijn; zeker in de groep van Dactylorhiza. Sommige exemplaren zou je bestempelen als Rietorchis (praetermissa), andere als Gevlekte rietorchis (junialis); sommigen eerder als Brede orchis (majalis) en hier en daar zelfs een exemplaar dat neigt naar Vleeskleurige orchis (incarnata). Er stonden zowel ongevlekte als gevlekte exemplaren, met ringvormige vlekken en met kleine vlekjes. Sommige stonden in volle bloei, andere waren uitgebloeid; nog andere kwamen nog maar net in bloei. De onderlippen varieerden al evenveel als je meer dan vijf exemplaren bekeek. Bij zo’n populatie, waarschijnlijk met veel kruisingen, verschiet je er niet van dat de opvattingen van de auteurs van de verschillende flora’s  ver uiteenlopen. Wat moeten wij daar dan mee doen op onze streeplijst? Ik heb het voorlopig bij de groep Dactylorhiza majalis in mijn hoofd gezet met veel exemplaren die bij subsp. praetermissa aanleunen (volgens de flora van Heukels). Dit in afwachting dat de auteurs overeenkomen. Maar ik heb vooral genoten van hun schoonheid.

03_Rietorchis_DactylorhizaMajalisPraetermissa_ClaudeGrandsart_EkeN60_2019061804_Rietorchis_DactylorhizaMajalisPraetermissa_ClaudeGrandsart_EkeN60_20190618
Variabele populatie orchissen© CLAUDE GRANDSART en Annick Verstraete
05_DactylorhizaMajalisHeukels_AnnickVerstraete

Naast Zomp vergeet-mij-nietje, Valse voszegge en Kleine watereppe vonden we een vreemde “Heen”. Zo leerden we dat er ook een Bolboschoenus laticarpus, Oeverbies bestaat; waarbij de steel van de aartjes minimaal twee keer zo lang is als de aartjes. Heen heeft een meer compacte bloeiwijze, waarbij de steel van de aartjes maximaal twee keer zo lang is als de aartjes.

Een stuk wegberm bezoeken kan dus de moeite lonen. Maar denk aan je veiligheid ook al bestempelen ze je dan als “gele hesjes”.

Verslag PWG streeptocht 02/07/2019: Kerkhof en Scheldemeersen – Ledeberg/Merelbeke, hok D3-23-33

Annick Verstraete

Deze avond werden we getrakteerd op heel wat planten. Niet verwonderlijk want we passeerden een parking met sportgrasvelden, twee spoorwegen, een kerkhof, een minibosje, wat grasland en de Schelde. Ook de straatkanten van de steenweg leverden streepjes op zoals Akkermelkdistel en Steenkruidkers met zijn onaangename geur.

De kerkhofmuur en de grafstenen waren substraat voor o.a. Muurleeuwenbek, Muurvaren, Mannetjesvaren, Tongvaren en Steenbreekvaren. De droge grasveldjes tussenin waren in trek bij Klein vogelpootje en Hazenpootje.

Aan de rand van het kerkhof , rondom de naastgelegen flats tot aan de spoorweg, werd het wat moeilijk om te oordelen wat wild, verwilderd, uitgezaaid of ingezaaid was. De toekomst zal moeten uitwijzen of o.a. Korenbloem, Knoopkruid, Dille, Slangenkruid, Wilde marjolein, Gewone ossentong  en Blaassilene blijvertjes zullen zijn. Langs de Schelde zag het er niet zo verwarrend uit. Veel Heggenrank en Kruldistel merkten we daar op. Bosbies en Pluimzegge verschenen ook nog eens op onze Gentse lijst.

Hondspeterselie werd nauwgezet bekeken al was het maar om het schermbloemenjargon eens te herhalen. Het dof donkergroene van de minstens dubbel geveerde bladeren viel onmiddellijk op maar de plant was kaal. Naar omwindselbladen aan de basis van de stralen werd tevergeefs gezocht maar omwindselblaadjes vonden we wel. Die hingen duidelijk naar beneden en waren opvallend langer dan de schermpjes en slechts aanwezig aan één kant. De splitvruchten hadden opvallende ribben.

Veel verschillende biotopen, de top van het groeiseizoen en oplettende deelnemers zorgden  ervoor dat we hier 220 planten konden strepen.

Verslag PWG streeptocht 09/07/2019: De Pinte – Omgeving kasteel Scheldevelde, hok D3-31-41

Willy Desmettre

We waren met 15 plantenliefhebbers samengekomen bij het kasteel Scheldevelde in De Pinte. Het kasteel en het domein met de Zeven Dreven lag vroeger in een bebost, eerder dor gebied. De Gentse Sint-Pietersabdij had reeds in de 13e eeuw een hoeve opgericht om het gebied te ontginnen. In de late 18e eeuw werd deze hoeve gesloopt en verrees er het landhuis ‘Goed Scheldevelde’. De zeven prachtige dreven werden toen ook aangelegd. Tijdens de Franse overheersing werd het domein door de bezetter geconfisqueerd en kwam het uiteindelijk in handen van de familie De Potter-Surmont, die er het kasteel optrok in laat-neoclassicistische stijl. Momenteel wordt het kasteel gebruikt als dienstencentrum en woonzorgcentrum van het O.C.M.W.. Het kasteeldomein werd geïntegreerd in het Parkbos project.

We startten onze streeptocht bij de ingang van het kasteeldomein, waar het klein liefdesgras ons reeds toelachte.  Ook verschillende oeverplanten als grote lisdodde, grote wederik, moerasspirea en koninginnenkruid kwamen er aan bod.

In het kasteelpark zagen we zaailingen van verschillende bomen en struiken. Een klaverzuring zorgde voor enige discussie. Het bleek uiteindelijk om Oxalis debilis te gaan. Tussen de bomen vonden we ook nog de restanten van enkele voorjaarsbloeiers als salomonszegel en geel nagelkruid.

Buiten het hekken van het kasteelpark zagen we aan de rand van het veld heel wat opgeschoten kanariezaad.  We vervolgden onze weg langs de zandige Bottelaredreef. Pijpenstrootje, brem, schapenzuring, klein vogelpootje en verschillende andere planten waren duidelijke tekenen voor de schrale zandgrond. Toch was het vooral de vele valse salie die er ons opviel, wellicht een teken dat het hier vroeger een bosgebied was. Verderop was het de adelaarsvaren, die de wegkanten overheerste.

Via het kruispunt van de zeven dreven gingen we richting Hemelrijkstraat. Langs een gracht dachten we kransnaaldaar te zien, maar uiteindelijk ging het om hoog opgeschoten reukgras.

We beëindigden onze streeptocht langs de buitenkant van de kasteelgracht. Daar zagen we gele waterkers, maar het was vooral de zwanenbloem die zorgde voor een prachtige afsluiter van de avond. Er werden uiteindelijk 208 planten aangestreept.


Streepjaar 2018


Verslag Algemene Vergadering PWG 26/01/2018:
DE STEK (naast NMC Bourgoyen)

Annick Verstraete

Januari, de eerste maand van een nieuw streepjaar. Ook bij onze plantenwerkgroep heffen we het glas op 2018. Als PWG-ers vonden we het alvast een goed idee om elkaar eens terug te zien tijdens de winterrust van ons lievelingsonderwerp.

Naar jaarlijkse gewoonte bekeken we eerst de werking van het jaar voordien. Jean had voor ons weer alles keurig op een rijtje gezet. Uit de samenvatting bleek dat ons jaarlijks gemiddelde in 2017 wat was gezakt. We spreken dan over het aantal streepjes en ook wel het aantal soorten gestreepte planten. Dat valt gemakkelijk te verklaren door de kalender te bekijken. Er zaten dat jaar geen uitstappen bij naar plekken die qua soorten sterk afwijken van de Gentse flora. 1966 streepjes werden gezet bij de namen van 477 plantensoorten gedurende 12 streeptochten. Het aantal verschillende mensen dat we bereikten was 127. Dat is toch wel een goed teken voor de interesse voor planten. Slechts 7 daarvan kwamen maar 1 keer en 8 mensen kan je de ‘die-hards’ noemen omdat ze bij meer dan de helft van de tochten aanwezig waren. We moeten dus niet panikeren dat we eenzaam zullen moeten strepen.

De waarschuwingsapp van Herman was ook eens nuttig gebleken. Iedereen die zijn gsm-nummer doorgeeft kunnen we dan verwittigen als er op het laatste moment iets wijzigt.

Mansbloed - Hypericum androsaemum - Hospicebossen - 20180609 D5704

Mansbloed © Claude Grandsart

We hebben ook eens nader gekeken naar enkele exoten die we in 2017 tegenkwamen in de Gentse hokken: Ambrosia artemisifolia, Calendula officinalis, Escholtzia californica, Geranium x oxonianum, Centranthus ruber, Geum macrophyllum, Phytolacca americana, Pyracantha coccinea en Hedera hibernica. Graag in mensentaal vertaald voor de gidsen onder ons: Alsemambrosia, Goudsbloem, Slaapmutsje, Ooievaarsbek-cultivar, Rode spoorbloem, Groot nagelkruid, Westerse karmozijnbes, Vuurdoorn en Ierse klimop. Meestal uit tuinen de natuur in geraakt. En natuurlijk hebben we de kalender voor 2018 voorgesteld met opnieuw 15 activiteiten.

Als afsluiter dit jaar vervoerde Claude ons in gedachten naar Kreta. Zo weten we dat er nog veel nieuwe planten te ontdekken zijn als we het hier voor bekeken houden.

Als winteractiviteit bezoeken we dit jaar de plantentuin van Meise die een nieuwe kas heeft ingericht over het tropisch regenwoud.

Verslag PWG – Bezoek aan Plantentuin van Meise – 17/03/2018

Willy Desmettre

In afwachting van onze eerste streeptochten in dit nieuwe jaar, hoopten we met een bezoek aan de Plantentuin in Meise de lentekriebels wat aan te wakkeren en intussen kennis te maken met enkele planten uit andere delen van de wereld. Met en temperatuur rond het vriespunt, een snijdende oostenwind en zelfs een laagje sneeuw, was het lentegevoel echter ver te zoeken.

Voor ons bezoek konden we een beroep doen op Inge. Zij is gids in de plantentuin in Meise en ook lid van onze plantenwerkgroep.

Om 10u begonnen we met 12 personen aan het eerste deel van ons bezoek, waarbij we de Magnolia’s en de voorjaarsbloeiers in het park wilden leren kennen. Helaas stonden de Magnolia’s nog niet in bloei, maar Inge slaagde er toch in om ons in de voormiddag heel wat moois te laten zien. Zo konden we nog enkele voorjaarsbloeiers bewonderen, zoals Helleborus, Forsythia, gele kornoelje, Cyclamen en verschillende toverhazelaars. Ook de vele imposante bomen in hun winterkleed konden ons best imponeren. Daaronder het Perzisch hardhout (Parrotia), de Anna Pawlownaboom, de rode paardenkastanje (Aesculus carnea), de koekjesboom (Cercidiphyllum japonicum), de moseik (Quercus cerris) en de Amur kurkboom (Phellodendron amurense).

Nadat we ons tijdens de middag in de Orangerie hadden kunnen opwarmen aan een tas warme soep, maakten we nog een tochtje doorheen het park, waarbij we onder andere de watercipressen en de moerascipres konden bewonderen. Intussen was Joost nog 6 mensen gaan ophalen bij de ingang, waarna we samen het nieuwe Plantenpaleis bezochten. Dit is een complex van verschillende serres met een lengte van 150 m.

We startten in de Mediterrane kas met zijn vele aromatische planten, waar de flessenborstelplant (Callistemon) onze aandacht trok met zijn speciale bloeiwijze. Daarna gingen we naar de Mabundu-kas. Daar komen vooral de tropische planten met eetbare vruchten aan bod, zoals de bananenplant, de kokospalm en de cacaoboom. De katoenplant liet er ons zowel zijn bloemen, zijn vruchten als zijn pluizige zaden zien.

In de Victoriakas gaf Inge ons de nodige uitleg bij de bestuiving van de reuzenpijpbloem (Aristolochia gigantea) en de symbiose van de epifytische mierenplant (Myrmecodia tuberosa), waarna we in de Moesson- en Savannekas kwamen. We stonden er onder andere stil bij de kalebasboom (Crescentia cujete) met  groene bloemen op zijn stam (cauliflorie), waarbij onze gids ons vertelde over de bestuiving van deze bloemen door vleermuizen en het gebruik van zijn grote vruchten.

Tenslotte kwamen we in de nieuwste kas, nl. deze van het tropisch regenwoud. In deze serre werd getracht de structuur van het tropische regenwoud na te bootsen met een aantal palmen en reuzenkruiden, die reeds reiken tot aan de top van de 16 m hoge serre, met lianen en epifyten uit de kroonlaag en een aantal planten uit de onderlaag van de rand van het regenwoud. Vele van de aanwezige planten worden momenteel reeds ernstig bedreigd in hun originele biotoop. In deze serre wordt ook de link gelegd met ons koloniaal verleden en de ontdekking door landgenoten van vele zeldzame planten in Afrika. Zo verwijst de ernstig bedreigde Laurentpalmvaren (Encephalartos laurentianus) naar de Belgische ontdekker van deze plant.

Op het einde van de rondleiding sprak Joost in naam van alle deelnemers nog een woordje van dank aan onze gids Inge voor haar bereidheid om ons in de plantentuin te begeleiden en voor de vele wetenswaardigheden die ze ons heeft weten over te dragen.

Verslag PWG streeptocht 19/04/2018: Merelbeke – Lemberge – Vurtzak De Heide, hok D3-33-43

Annick Verstraete

Minder dan twee uurtjes de tijd hebben we om ’s avonds een hok te strepen in het begin van het seizoen. Daarom kozen we voor een verscholen hoekje van het grotere gebied de Vurtzak om er weer in te komen. We deden het wandelpad aansluitend bij De Heide, een centrum voor personen met een beperking. Dit met enige vertraging door mijn eigen beperking want de zolen van mijn schoenen vielen eraf. Het pad slingert doorheen een leuk bosje. Een groot deel daarvan behoort tot het hok D3-33-43.

De voorjaarsflora van de Vlaamse bossen werd zo kundig van onder het stof gehaald: Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Muskuskruid, Boszegge, Ruwe smele, Boskortsteel, Bleeksporig bosviooltje, Groot heksenkruid, Gevlekte aronskelk en dies meer. We genoten van de eerste zomerse lentedagen tussen mooie bloementapijten. De ‘vangst’ was normaal voor de tijd van het jaar met 122 soorten.

Muskuskruid © Claude Grandsart

Zoals steeds zijn er enkele soorten die wat meer opvallen doordat we ze minder tegenkomen in onze contreien. Deze keer vielen me Aardbeiganzerik en Ruige veldbies op. We hadden al wat fronsend naar die bosaardbeiachtige blaadjes gekeken. De middelste tand van het eindblaadje stak niet buiten de naburige tanden uit; Schijnaardbei? Wat verderop zagen we enkele witte bloemen bij die blaadjes. Die kwamen net open en waren nog wat verfomfaaid om goed te zien dat de kroonblaadjes  elkaar al dan niet onderling raken. Bosaardbei of Aardbeiganzerik dus. Door die middelste tand die niet uitstak en de brede stompere buurtanden met op de bladrand witte uitstekende haren besloten we Aardbeiganzerik te strepen.

Onopvallender bloempjes had de Ruige veldbies die Koen toch bij de avondschemering ontdekte.  Duidelijk een veldbies met die lange witte haren op de bladeren. En elke tak had maar één bloempje wat bij de Gewone veldbies die wat verderop stond duidelijk niet zo was.

Terug een paar schoenen versleten. Zonder zolen zijn ze niet echt praktisch. Maar zoals elke vrouw heb ik nog wel wat paren in de kast staan. Zo kan ik volgende keer weer mee.

Verslag PWG streeptocht 03/05/2018: Merelbeke – Heiwijk – Ringvaartstraat, hok D3-33-14

Annick Verstraete

Niet minder dan 188 plantensoorten verbergen zich nog rond een wandel/fietspad evenwijdig aan de R4. Het groene streepje tussen enerzijds de grijze snelweg en de grijze Heiwijk leverde meer streepjes op dan verwacht. Vorig jaar had Willy hok D3-33-14 ook al voor ons uitgekozen. Omdat we er toen slechts in slaagden een minihoekje van dit hok te doen, besloten we er nog eens heen te gaan; ditmaal aan de andere kant van de R4.

Verscholen tussen wat struiken en bomen somden we een heleboel ‘gewone’ planten op. Daartussen had men naarstig tuinafval verspreid dat daar wortel in de grond vond: Hangende zegge, Kaukasisch vergeet-mij-nietje, Mahonia, Dwergmispel, de bastaard tussen Sedum spectabile X Sedum telephium (‘Herbstfreude’), …

Naast de Ratelpopulier vonden we ook een variatie aan zijn kruising met Witte abeel, de Grauwe abeel. Zo konden we eens goed kijken naar de mogelijke verschillen in blad en stam. De Gewone bermzegge komen we minder tegen waardoor we wat langer konden stilstaan bij de kenmerken: de plant staat in pollen, de bloeiwijze had 7 aren van een 7mm die samen een 4-tal cm bereikten, 2 stempels bij de vrouwelijke bloemen, het onderste aartje stond ietsje lager en had een minischutblad, de bladeren waren 2-4 mm breed en hadden rood aangelopen scheden die begonnen te vezelen, aan de topjes van de aartjes zaten enkele mannelijke bloemen te herkennen aan de meeldraden die eruit staken, de kafjes hadden een groene kiel, de tongetjes waren langer dan breed.

Muizenstaart_ClaudeGrandsart
Muizenstaart                  © Claude Grandsart

Een nattere open plek vulde ons lijstje aan met Kale jonker, Lidrus, Heelblaadjes, Mannagras, Blaartrekkende boterbloem en Gewone waterbies. Het truckje ‘Duist=een duts van een vossenstaart’ hadden we onthouden. Aan de ingang van de open plek vonden we Muizenstaart in bloei tussen het gras verstopt. Wanneer de bloembodem uitgroeit kan die soms 7 cm lang worden waardoor die op een muizenstaart lijkt.

Volgende keer wat stadsnatuur; hopelijk wordt het wat.

Verslag PWG streeptocht 08/05/2018: Ledeberg – Adolf Papeleupark – Park De Vijvers – Moskou, hok D3-23-31

Annick Verstraete

Er stond meer dan een paardenbloem in de parkjes van het verstedelijkte Ledeberg. Rood herderstasje onder andere, ik had er nog nooit van gehoord. De bloempjes zijn kleiner dan van Herderstasje en roodachtig. De kroonbladen meten maar 1,5 tot 2 mm en zijn ongeveer even lang of iets langer dan de kale kelkbladen. Bij Herderstasje zijn de afmetingen 2-3 mm en 2 keer zo lang als de vaak behaarde kelkbladen. De hauwtjes zijn ook kleiner bij het Rode h., 4-6 mm, met naar binnen gebogen zijkanten. Bij Herderstasje zijn die naar buiten gebogen of recht en 6-9 mm. Allebei komen ze uit Zuid-Europa. Terwijl het Herderstasje alom verspreid is en zaden heeft die langer dan 5 jaar kiemkrachtig zijn, is het Rood herderstasje slechts een incidentele inwijkeling die zich blijkbaar niet voortplant. Wie vindt dat hij slecht onthoudt, kan zijn hersencellen beter gebruiken voor andere planten. Rood herderstasje blijkt immers genetisch niet te verschillen van Herderstasje. In de volgende editie van Heukels’ Flora zal Rood herderstasje daarom niet als een aparte soort worden onderscheiden (zie Planten 2, FLORON).

Naast dit kleinood streepten we nog 190 andere planten waaronder Akkerhoornbloem, Klein bronkruid, Kruldistel, Frans hertshooi, Steenkruidkers, Klein vogelpootje en Oosterse raket. Die laatste werd goed onder de loep genomen. De vruchten staan schuin af en de stelen ervan zijn kort en dik net zoals bij Hongaarse raket. Maar de kelkbladen zijn  niet gehoornd en staan mooi rechtop. Bovendien zijn stengel en bladeren ook bovenaan zachtharig. De wetenschappelijke naam luidt Sisymbrium oriëntale. En omdat ik de etymologische uitleg van Sisymbrium zelf leuk vind, krijg je hem kado: de naam is samengesteld uit het Griekse si (zeer), sys (zwijn) en ombrios (neus), de plant groeit in poelen waarin zwijnen zich graag rondwentelen. Wij vonden de plant echter al rondwentelend aan de Brusselsesteenweg in het zuiden van Gent op een droog braakliggend terrein waar geen poel te bespeuren viel.

Verslag PWG streeptocht 15/05/2018: De Pinte – Mieregoed, hok D3-31-42

Willy Desmettre

Er waren 20 deelnemers komen opdagen, waaronder enkele nieuwe gezichten, en ook enkele studenten van de hoveniersopleiding, die kwamen kennismaken met de meest voorkomende ‘onkruiden’.

Het Mieregoed maakt deel uit van het Parkbosproject. We begonnen onze streeptocht langs de straat, waar we in de bermen en in de gracht de gebruikelijke vegetatie zagen. Bij het einde van de gracht vonden we naast penningkruid, maarts viooltje, bitterzoet en robertskruid met witte bloemen, ook daslook. Wellicht was deze laatste ooit uit een tuin ontsnapt.

Daarna gingen we binnen in het begrazingsgebied van de ezels. Deze dieren moeten er op termijn zorgen voor de vorming van een wastine, een halfopen landschap met een gevarieerde bebossing. De begroeiing in de schrale weide leek op het eerste zicht nogal eentonig, maar naast de vele bremstruiken, schapenzuring, gewone veldbies en veelbloemige veldbies, vonden we er ook enkele minder verwachte planten zoals gewone vogelmelk, knolboterbloem, mannetjesereprijs, klein bronkruid en klein vogelpootje.

Knolboterbloem, Mannetjesereprijs en Klein vogelpootje  © Claude Grandsart

In de boszone van het gebied zagen we naast de gebruikelijke varens, de gewone salomonszegel en drienerfmuur, ook enkele ontsnapte tuinplanten als schijnaardbei en tuinjudaspenning.

We konden onze streeplijst op een braakliggende maïsakker verder nog  aanvullen met een aantal nieuwe planten zoals geknikte vossenstaart, moerasdroogbloem en blaartrekkende boterbloem. Uiteindelijk kwamen we zo tot 182 aangestreepte soorten.

Verslag PWG streeptocht 07/06/2018: Zwijnaarde – Hutsepot, hok D3-32-14

Willy Desmettre

Het weerbericht had hevig onweer voorspeld over heel het land. Er waren dan ook slechts 4 moedigen komen opdagen om aan onze streeptocht deel te nemen. Toch hadden de afwezigen ongelijk, want het onweer en de regenbuien hebben Zwijnaarde die avond links laten liggen, en op onze tocht hebben we zeker heel wat moois gezien.

We startten in de Hutsepotstraat langs het De Ghellinckpark. Dit kasteelpark werd in de 2e Wereldoorlog door de Duitse bezetter als munitiedepot gebruikt. Het kasteel zelf werd op het einde van de oorlog vernietigd toen de Duitsers het samen met de resterende munitie hebben opgeblazen. Het park, dat voornamelijk bestaat uit een oud beukenbos, is sindsdien onaangeroerd gebleven. Momenteel loopt er een onteigeningsprocedure in het kader van het Parkbosproject, maar door de hoge kosten om alle achtergebleven munitie op te ruimen, blijft het de vraag of dit ooit voor het publiek zal kunnen worden opengesteld. In en langs de gracht zagen we er onder andere muurvaren, wolfspoot en hoge cyperzegge.

Daarna gingen we richting Technologiepark, waar in de gracht op de hoek de grote waterweegbree volop groeide. Rondom een bushokje trok de overblijvende ossentong onze aandacht en bij de ingangspoort van het industrieterrein waren hertshoornweegbree, blauw walstro, muizenoor en gewone zandmuur de blikvangers.

Op een braakliggend stukje van het terrein vonden we even verder weer blauw walstro, maar ook kleine leeuwenklauw, knopig helmkruid, tijmereprijs, wouw en doornappel.

Rapunzelklokje, Middelste teunisbloem, Blauw walstro en Wouw © Claude Grandsart

Via enkele buurtweggetjes en een grasveld trokken we daarna naar het buurtpak Hekers. Onderweg vonden we verschillende ontsnapte en verwilderde tuinplanten als eikvaren, prachtklokje, rapunzelklokje, hemelsleutel en gele helmbloem. Het buurtpark zelf wordt beheerst door een kring van Kaukasische vleugelnootbomen met veel ondergrondse uitlopers, waardoor er tot meters in het rond nieuwe planten opschieten. Tussen het gras in dat park zagen we ook enkele minder verwachte planten als grote ratelaar en lievevrouwebedstro.

We beëindigden onze streeptocht in de Eedstraat langs het De Ghellinckpark. Hier vonden we nog een aantal bosplanten als salomonszegel, valse salie, bleeksporig bosviooltje en wijfjesvaren. Zo konden we onze lijst afsluiten met 211 streepjes.

Verslag PWG streeptocht 9/06/2018: Nazareth – Hospicebossen Oost, hok D2-48-22

Annick Verstraete

Tussen de Bovenschelde en de Leie vind je nagenoeg geen bossen meer. Jammer, want bossen spelen zo een belangrijke rol voor ons milieu. De mensen van Nazareth mogen dus opgelucht ademhalen sinds de Provincie de Hospicebossen heeft aangekocht en die wil omvormen tot bos dat die naam waardig is. Ademhalen aan de rand van de E40? Als plantenliefhebber best te pruimen.

Het Hospice van Gent, het huidige OCMW, was zoals op veel plaatsen eigenaar van ‘boomplantages’ met Douglasspar, Corsicaanse den en Goudlork. Met houtopbrengst als doel was er toen geen plaats voor open plekken en boszomen. De bosbodem verzuurde onder de dikke strooiselmat van naalden. Gelukkig worden die niet-inheemse bomen nu geleidelijk aan gekapt zodat inheemse bomen en kruidachtigen terug een kans krijgen. We vonden aan deze nieuwe plekken toch al Bosanemoon, Gevlekte aronskelk, Gewone salomonszegel, Drienerfmuur, Bleeksporig bosviooltje en Groot heksenkruid.

Koningsvaren, Hoornaarvlinder en larve van Veertienstippelig lieveheersbeestje © Claude Grandsart

Pijpenstrootje, Struikhei, Koningsvaren en Dubbelloof zijn ook niet echt dagelijkse planten op de Gentse streeptochten. Trosvlier al helemaal niet. Dit gebied dat van volledig bos in de 12de eeuw door massale kap overging naar ‘woeste gronden’ en dan weer werd aangeplant met opbrengsthout heeft voor de toekomst waarschijnlijk nog wat verrassingen in de zaadbank zitten.

Nu streepten we 197 soorten. Over een jaar of tien gaan we eens kijken of er al schot in het zaad zit.

Verslag PWG streeptocht 19/06/2018: Merelbeke – Merelbeekse meersen-Kerkhoek, hok D3-32-42

Annick Verstraete

Meer is soms minder. We waren met veel meer zoekers, deden een langere afstand en besteedden meer tijd maar we hebben minder gevonden dan vorige keren. 177 soorten is niet slecht maar doordat het grootste deel van het hok in vrijwel uniform biotoop lag, was in totaliteit de biodiversiteit lager.

Scheldemeersen met een grote vleug landbouwactiviteit onder de vorm van weiland en hooiland bezochten we deze keer. Het viel ons meteen op hoeveel Gewone bermzegge in de berm aan de brug stond. Struiend langs de weiden vonden we de gebruikelijke planten. De verruigde grachten stonden hoofdzakelijk vol met Liesgras. Enkel hier en daar zag je een pluk Moerasspirea of Echte valeriaan erboven uitsteken. Je moest al goed zoeken om Moeraswalstro te vinden.

Een hoogstwaarschijnlijk ingezaaid stuk bracht wat fraaiers op onze weg. Naast de mooie margrieten stonden ook Beemdkroon, Muskuskaasjeskruid, Geel walstro en Korenbloem te lokken. We bekeken ook even de hydathoden bij de Harde basterdwederik. Hydathoden kan je ook waterporiën of waterstomata noemen. Ze zitten meestal aan de bladpunten of aan de tanden op de bladrand. Planten kunnen via deze kleine gaatjes overtollig water afgeven als hun verdamping via de bladeren kleiner is dan hun wateropname via de wortels. Dat gebeurt als de luchtvochtigheid hoog is. Met een loepje zie je ze als een soort doorzichtige bolletjes. De Harde basterdwederik heeft er zo drie aan de top van het blad.

Via de Tijarm met zeer veel Reuzenbalsemien en hier en daar de bloeiwijzen van Grote engelwortel die er boven torenden, bereikten we terug het beginpunt dat zo eindpunt werd net zoals deze punt.

Verslag PWG streeptocht 26/06/2018: Desteldonk -Koppelingsgebied Desteldonk-Noord, hok C3-53-22

Willy Desmettre

Het koppelingsgebied werd 6 jaar geleden aangelegd als een 10 ha grote bufferzone tussen het dorp van Desteldonk en het noordelijke industriegebied. Het bestaat enerzijds uit een natuurcompensatiezone die ingericht werd als moeraszone, en anderzijds uit een verhoogde beplante bosberm.

Met het mooie weer waren er 9 plantenliefhebbers komen opdagen om dat veraf gelegen hok beter te leren kennen.

We startten langs het fietspad in de Rechtstraat. Met klein liefdesgras, ruwe kransnaaldaar, hertshoornweegbree, rechte ganzerik, zandhoornbloem en bleekgele droogbloem konden we al direct enkele mooie vondsten noteren.

In de grachten langs de Koemeerstraat waren het vooral de cypergrassen, die onze aandacht trokken. In het begin van de straat sierde het bleek cypergras de gracht. Verderop in de buurt van het koppelingsgebied was dat het rood cypergras.

Terwijl de dames in de groep gefascineerd waren door de vlucht van een ooievaar, trokken we het moerasgebied in, waar we tussen de vele grote lisdodde gewone waterbies, ruwe bies en hoge cyperzegge zagen. Overal in het gebied troffen we grote ratelaar aan. Blijkbaar is deze ooit samen met kleine pimpernel, korenbloem en margriet op een plaats in het gebied ingezaaid, maar terwijl er van deze soorten er alleen lokaal nog enkele exemplaren terug te vinden zijn, heeft de ratelaar zich blijkbaar over het ganse gebied verspreid.

Valse ridderspoor, Rood cypergras, Bleek cypergras, Liggende klaver en Kromhals© Claude Grandsart 

Om de avond af te ronden trokken we naar het industrieterrein, waar we in de zanderige bermen in de Korte Mate nog verschillende planten konden aanstrepen die we slechts zelden zien op onze Gentse streeptochten. We zagen er onder andere 4 soorten teunisbloem, driebloemige nachtschade, valse ridderspoor, kromhals, hazenpootje, duizendguldenkruid en wilde reseda. Met een totaal van 213 aangestreepte planten konden we dan ook spreken van een zeer geslaagde avond.

Verslag PWG streeptocht 12/07/2018: Wondelgem – Ter Durmenpark, hok C3-52-34

Annick Verstraete

De Lange velden in Wondelgem springen al eens in het oog als je de vogelwaarnemingen in de gaten houdt. Soms zit er een Pestvogel, een Appelvink, een Buidelmees of een Orpheusspotvogel. Ik dacht dat daar misschien ook al iets te beleven viel voor de plantenwerkgroep en plande deze winter een bezoek in op 12 juli.

De Stad Gent doopte de Lange Velden in “Ter Durmenpark”. Op termijn zal blijken welke naam het haalt. De werken in het park en in de buurt werden geen spelbreker maar dat het lange tijd zo droog zou blijven, hadden we niet in de hand. Soms krijgen we een goede oefening in vegetatieve kenmerken als het weer lang koud blijft; nu was het een oefening in het herkennen van bruine, kroezelige, knisperige kenmerken. Zelfs bij de bloeiende hennepnetel konden we geen onderscheid maken tussen de Gespleten of de Gewone want zijn lip was opgekruld. Gelukkig bleven 158 planten nog wel herkenbaar. Kleine pimpernel en Bonte wikke trokken de aandacht. De mini-Zomprussen deden ons wat twijfelen. We hadden net als in Desteldonk een Rechte ganzerik.

In de gracht/beek stonden meters Grote egelskop in bloei en ook nog frisse groene Waterzuring. Als het weer zo blijft is van dat frisse groene weldra ook geen sprake meer. Maar laat ons niet klagen nu het eens vakantie-in-eigen-land-weer is. La douce Belgique met een Pastiske.

Verslag PWG streeptocht 26/07/2018: Sint-Denijs-Westrem – Poortakker, hok D3-22-31

Willy Desmettre

Het was warm! Blijkbaar had de hitte velen afgeschrikt, en er waren slechts 6 plantenliefhebbers komen opdagen voor deze streeptocht. Joost was de streper van dienst.

De dorre wegkanten in de buurt van de autokeuring boden niet direct een gunstig vooruitzicht, maar toch konden we er straatliefdesgras, reigersbek, korrelganzevoet en kleine majer herkennen. Toen de wegkant iets verder toch wat groener werd, vonden we een lathyrus die ons op het eerste zicht niet zo bekend voorkwam. Aan de hand van de breed gevleugelde stengel, de bloemtrossen met slechts 1 tot 3 bloemen met een roodpaarse vlag en bleekblauwe zwaarden, en de vruchten met stijve, op knobbeltjes geplaatste haren, konden we deze als de ruige lathyrus determineren.

In het gebied waren er gelukkig ook enkel grachten en waterplassen, waar we enkele waterplanten als moerasandoorn, grote lisdodde en grote waterweegbree zagen. In de gracht onder de loop van Flanders Expo trokken vele witte bloempjes onze aandacht. Toen we deze nader gingen bekijken, zagen we dat deze niet overeen kwamen met de andere witte bloempjes die we regelmatig in onze streek in de grachten vinden. De vijftallige bloemen stonden in eindelingse trossen, met een witte bloemkroon die ongeveer dubbel zo lang was als de kelk. De plant was kaal, en de bladeren waren omgekeerd eirond en gaafrandig. We stonden voor een raadsel, en uiteindelijk was het Joost die op het idee kwam dat het wel eens waterpunge zou kunnen zijn. En inderdaad, de gevonden planten kwamen volledig overeen met de beschrijvingen in de diverse flora’s.

Langs de wegkanten vonden we onder andere nog aarmunt, wouw, klein vogelpootje en vijfdelig kaasjeskruid. Deze laatste onderscheidt zich van het muskuskaasjeskruid door de bredere bijkelkbladen, de kale deelvruchtjes en de sterharen op de bloemstelen.

Door de droogte hebben we vele van de gebruikelijke planten niet kunnen aanstrepen en kwamen we slechts tot een 135-tal streepjes, maar door enkele mooie vondsten als de ruige lathyrus en de waterpunge konden we de avond toch tevreden afsluiten.

Verslag PWG streeptocht 07/08/2018: Melle – Dorp en Scheldevallei, hok D3-34-13

Willy Desmettre

We hebben dit jaar blijkbaar de warmste dagen uitgezocht om onze streeptochten te houden. Ondanks de hitte en de onweersdreiging waren er toch 8 geestdriftige plantenliefhebbers komen opdagen.

We begonnen onze streeptocht op het kerkhof van Melle. Daar vonden we de te verwachten planten als muurvaren en muurleeuwenbek, en ook enkel verwilderde tuinplanten als goudsbloem en driekleurig viooltje. Het was echter vooral de straatwolfsmelk (Euphorbia maculata) die onze aandacht trok. Met zijn liggende, kort behaarde stengels, en zijn blaadjes met een opvallende donkere vlek, was deze massaal op alle paden van de begraafplaats te vinden.

Daarna daalden we af naar de Schelde, waar we onder andere blauwe waterereprijs, blaartrekkende boterbloem, wolfspoot, moeraskers en grote kattenstaart konden zien. In de graskant zagen we naast een massale hoeveelheid witte vetmuur, ook driebladvetmuur, waarbij alle bladen in kransen van drie op de stengel staan.  Onder de brug trok de bleekgele droogbloem onze aandacht, en langs het water zagen we er tussen de vele reuzenbalsemien valeriaan en een grote engelwortel. Wat verder werd er ook veldlathyrus, moerasandoorn en wilde kamperfoelie gezien. Toen de Scheldekant veranderd was in één grote haag met Japanse duizendknoop, gingen we via een zijweg terug richting dorp, waar op de parkeerplaatsen voor de appartementen zowel klein liefdesgras als straatliefdesgras te bewonderen waren. Aan de achterkant van de kerk zagen we bij enkele oude graven nog zaailingen van verschillende bomen, waaronder de paardenkastanje.

We trokken daarna over de brug naar de andere kant van de Schelde. Aan de brug zagen we avondkoekoeksbloem en adelaarsvaren, maar ook zeer veel doornappel. Verderop was er naast groot hoefblad ook grote kaardenbol te zien. Toen we de Scheldedijk afdaalden tot aan de kijkwand aan de vijver in het Kalverbos, troffen we daar onder andere heggendoornzaad en kleine kaardenbol aan.

Om de avond af te sluiten gingen we ook nog eens kijken aan de andere kant van de brug richting Wetteren, waar we nog rimpelroos en bosrank aan onze lijst konden toevoegen. Enkele merkwaardige lange takken met een blauwe waas en met tegenoverstaande bladeren, waarbij vooral het topblad drielobbig was, stelden ons bij het invallen van de duisternis nog voor een raadsel. Niemand wist direct een antwoord, maar blijkbaar brachten enkele uurtjes slaap toch raad, en kwamen we er ‘s anderdaags met 3 personen op uit dat het om jonge scheuten van de vederesdoorn (Acer negundo) ging.

We konden de avond zeker tevreden afsluiten: de onweershaarden hadden Melle links laten liggen, en we hadden heel wat moois gezien en uiteindelijk 196 planten aangestreept.

Verslag PWG streeptocht 21/08/2018: Vinderhoute – Molenmeers, hok D2-18-22

Joost Buyse

De 12 opgekomen botanisten verkenden eerst het kerkhof, waar er o.a. vogelpootje, zwaluwtong en Oxalis latifolia werd gestreept.

Daarna gingen we op weg, waar we langs een maïsveld verschillende Setaria’s zagen zoals kransnaaldaar, Chinese naaldaar en geelrode naaldaar.

Rond de vijver in de Molenmeers troffen we de gewone oeverplanten en bosbies aan. Bij een kleiner plasje konden we ook nog verschillende planten aanstrepen zoals egelboterbloem, blaartrekkende boterbloem, behaarde boterbloem, grote waterweegbree en zomprus, en zo konden we de avond afsluiten met 173 streepjes.

Verslag PWG streeptocht 06/09/2018: Omgeving containerpark Maïsstraat, hok D3-12-41

Herman Van de Wynkele

Op 6 september ging de Plantenwerkgroep Gent voor de laatste keer van het seizoen op stap voor een streeptocht. Ditmaal langs het fietspad vertrekkend vanuit de Maïsstraat tot aan de fietsersbrug over de Nieuwevaart. Er waren een tiental aanwezigen komen opdagen. In een grachtje bij het begin van de tocht vonden we onder andere Grote waterweegbree en dwergkroos. Ook onder andere Wolfspoot en Harig wilgenroosje bloeiden er langs de kant. Verderop twee typische bloeiers van de nazomer: Late en Canadese guldenroede. Ook Glad en Geel walstro konden we strepen, maar de bloei was niet duidelijk zichtbaar door het maaien. De tocht was wat korter door de vroegere valavond, maar de avond werd daarna gezellig afgesloten in een café in de buurt.

————————————

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s