Verslagen PWG Gent


GE DIGITAL CAMERA

Streepjaar 2021


Verslag PWG streeptocht 06/05/2021:
Boshoek – Lemberge, hok D3-33-34

Willy Desmettre en Annick Verstraete

Het startschot voor het streepjaar van onze plantenwerkgroep werd eindelijk gegeven. Weliswaar met coronamaatregelen maar we mochten toch al buiten met een groep van 10. Dankzij Willy met nog een tweede groep van 10. We kozen een verscholen hoekje van het grotere gebied de Vurtzak om er weer in te komen: de Boshoek te Lemberge. De eerste groep vertrok naar links; de tweede naar rechts. Weldra waren we elkaar uit het oog verloren, verdiept in ons eigen traject.

Bleeksporig bosviooltje, Gewone salomonszegel,
Kruipend zenegroen en Gevlekte aronskelk
© Claude Grandsart


Aansluitend bij De Heide, een centrum voor personen met een beperking, vertrok een wandelpad dat slingerde doorheen een leuk bosbestand. De voorjaarsflora van de Vlaamse bossen werd zo kundig van onder het stof gehaald: Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Muskuskruid, Boszegge, Ruwe smele, Bleeksporig bosviooltje, Kruipend zenegroen, Valse salie, Dalkruid, Gewone salomonszegel, Groot heksenkruid, Gevlekte aronskelk en dies meer.

Onze aandacht werd getrokken door Heggenvogelmuur dat massaal aanwezig was. De stekelige zaden brachten ons enigszins in verwarring, omdat er de laatste tijd regelmatig Stekelvogelmuur in het Gentse wordt aangetroffen. Maar ook Heggenvogelmuur blijkt stekelige zaden te hebben en de 10 meeldraden bevestigden uiteindelijk de determinatie. In de buurt vonden we ook Dotterbloem, Grote gele dovenetel en Rankende duivenkervel.

Heggenvogelmuur
© Claude Grandsart

Naast het bos in de buurt van het industriepark stonden ook enkele leuke planten: Echt bitterkruid, Rood guichelheil en Herfstalsem. Ook Behaarde boterbloem stond er weer.
In het industriepark snuisterde groep 1 in de greppels tussen de industriegebouwen. Wat hier en daar toch nog een vochtminnende plant opleverde bij de streepjes zoals veel Heelblaadjes en wat pollen Zeegroene rus.

De trage weg voor De Heide werd geflankeerd door een verwilderde berm en die toonde zijn rijkdom aan planten met o.a. Muizenstaart, Klein bronkruid, Moeraskers en Vreemde ereprijs. Iets verder stond er langs de bosrand een massa Bosbingelkruid. In de weide langs de Keutelhoekwegel was het naast het Gewoon barbarakruid vooral het Paardengras dat onze aandacht trok. Deze dravik met sterk afgeplatte aartjes heeft geen lange kafnaalden.

Op de grote weg, in de Burgemeester Maenhoutstraat, vonden we al snel de te verwachten Hertshoornweegbree, maar Pierre vond er ook de verrassing van de avond, nl. Muskusreigersbek. Deze wordt gekenmerkt door de minder gedeelde deelblaadjes en vooral door de indeuking aan de top van de deelvruchtjes met nagenoeg zittende klieren en langs de onderrand met een door een richel afgegrensde groef.

Met twee groepen op stap binnen 1km x 1km. Deze avond konden we het gehele hok uitkammen. Dat leverde 237 planten op; een pak meer dan de 99 soorten voor dit hok die tot dan in de database geregistreerd stonden. Een opsteker voor alle deelnemers.

Verslag PWG streeptocht 11/05/2021:
Driesbeekvallei – Bottelare, hok D3-43-32

Willy Desmettre

De weergoden zijn ons meestal goed gezind als we er met de Gentse Plantenwerkgroep op uit trekken, maar dit keer hadden ze blijkbaar andere plannen. Toch waren er 17 plantenliefhebbers komen opdagen om dat minder gekende gebied in onze regio te leren kennen.
Rond 19u begon het te regenen, maar we startten toch vol goede moed aan de parking bij de kerk om via een trage weg aan de rand van het hok aan te komen, waar het drummen was om de eerste planten door te geven aan de streper.

Natte streepjes maar uiteindelijk een grote regenboog
© Claude Grandsart

We volgden enkele landwegen en zagen er in de bermen en de grachten planten als blaartrekkende boterbloem, bosveldkers, bosandoorn, kruipend zenegroen en duist. Bij de ingang van een koeienweide stond er naast moeraskers ook het prachtige muizenstaartje.
Iedereen was intussen doornat, maar toen het na anderhalf uur eindelijk stopte met regen werden we als troost vergast op een prachtige regenboog.

Muizenstaart en Paarse schubwortel
© Claude Grandsart

Bij het bosje aan de Driesbeek vonden we heggenvogelmuur, gele dovenetel, dolle kervel, muskuskruid, paarse schubwortel en dotterbloem.



Naaldenkervel
© Claude Grandsart


De merkwaardigste vondst van de avond stond daar echter aan de rand van een pas omgeploegde akker, nl. naaldenkervel, een akkeronkruid, dat nog zelden gevonden wordt.






Intussen begon de duisternis in te vallen en trokken we langs de grote weg terug naar onze startplaats, waar we de avond konden afsluiten met 209 gevonden planten.

Verslag PWG streeptocht 20/05/2021:
Portaal Parkbos Grand Noble – hok D3-31-21

Willy Desmettre

Na de uitgeregende vorige streeptocht vertrouwden de 11 opgekomen plantenliefhebbers erop dat het deze keer wel droog zou blijven om in het Parkbos de omgeving van het Portaal Grand Noble te verkennen. De boskern is een gevarieerd gebied van jong en oud bos en weilanden, die vroeger tot het kasteeldomein behoorden. Dit gebied vormt de kern van het Parkbosproject, de voorziene groene zone in het zuiden van Gent.

We begonnen de streeptocht op de parking, waar we al reigersbek, bleke klaproos, hertshoornweegbree, hoenderbeet en akkerviooltje konden aanstrepen.

Langs de wegkant vonden we verder een mooie partij langbaardgras, gewoon barbarakruid, gele morgenster en glad walstro. Ook het klein vogelpootje en het hazenpootje trokken er onze aandacht. Merkwaardig was hier het vele vroeg beemdgras (Poa infirma), dat een kring vormde rondom de boom aan de bushalte. Dit gras is enorm in opmars in het Gentse, en zeker in Sint-Denijs-Westrem is het nu in grote aantallen op allerlei plaatsen te vinden. Het onderscheidt zich van straatgras door de sterker gedrongen bloeiwijze zonder terugstaande vertakkingen, de kleinere lemna’s en de kleinere helmknoppen.


Langbaardgras en Klein vogelpootje
© Claude Grandsart

Verderop trokken we het zandige veld in waar de brem zich sterk uitbreidt. We zagen er kromhals, zandhoornbloem en zeer veel kleine leeuwenklauw. Enkele opmerkzame mensen konden er ook vroege haver, eenjarige hardbloem, ruige klaproos en mannetjesereprijs vinden.

Via de oude kasteeldreef kwamen we in het bosgedeelte met adelaarsvaren, gewone salomonszegel en valse salie. Een deel van het bos is gekapt, en rond de boomstronken waren vooral de zaailingen van de Amerikaanse vogelkers massaal aanwezig. Toch deden we er ook enkele mooiere vondsten als pilzegge en rankende helmbloem.


Pilzegge en Rankende helmbloem
© Claude Grandsart

We liepen verder langs de bospaden doorheen het gebied. Daar zagen we naast het wilgenroosje en de gewone bosplanten ook groot nagelkruid. In de Hemelrijkstraat verkenden we de grachtkant en de wegbermen, met o.a. zeepkruid en veelkleurig vergeet-mij-nietje.

Enkele moedigen staken ook nog de Kortrijksesteenweg over. Zo konden we verschillende straatplanten aan ons lijstje toevoegen zoals uitstaande vetmuur en klein kaasjeskruid. Uiteindelijk kwamen we bij het kasteel Borluut, waar we eindelijk de gewone planten van onze slootkanten konden aanstrepen, zoals gele lis, moerasspirea, wolfspoot en grote lisdodde. In een keldergat van het kasteel zagen we nog tongvaren.

We keerden terug naar ons vertrekpunt via de prachtige en beschermde lindendreef. Daar konden we als allerlaatste plant van de avond nog de knolboterbloem noteren, die er overvloedig groeide en die we na het uitgraven van een plantje gemakkelijk konden onderscheiden van de behaarde boterbloem aan de hand van de knolvormige verdikking aan de stengelvoet.

We konden deze streeptocht beëindigen met 214 aangestreepte planten. Dank daarvoor aan de opmerkzame medespeurders.

Verslag PWG inventarisatie inheemse planten
Plantentuin UGent 03/06/2021 – hok D3-22-41

Willy Desmettre en Katrijn Vannerum

Deze activiteit was geen klassieke streeptocht, in die zin dat we geen streeplijst hanteerden, maar op vraag van de hortulana een inventaris opstelden van de inheemse wilde of ingeburgerde planten die ofwel deel uitmaken van de collectie van de UGent Plantentuin, of er (ver)wild(erd) voorkomen.
Wegens de nog geldende coronamaatregelen, maar ook omdat de paadjes in de Plantentuin te smal zijn voor een groep van 20 deelnemers, splitsten we ons op.


Met de eerste groep begonnen we in de afdeling ‘Planten en Mensen’, best wel een soortenrijk perceel. Opmerkelijke wilde soorten waren gegroefde veldsla (Valerianella carinata), dicht havikskruid (Hieracium vulgatum) en bitter barbarakruid (Barbarea intermedia). Over deze laatste was discussie, maar de diep ingesneden bovenste blaadjes met gewimperde oortjes onderscheidden deze soort van Barbarea vulgaris. Ook Nothoscordum gracile viel op, een Zuid-Amerikaans bolgewas uit de Amaryllidaceae familie dat in opmars is. Dankzij het pluiswerk van Antoon en Willy konden we enkele correcties voorstellen voor verkeerd gelabelde soorten. De boomspinazie blijkt de vaak voorkomende kruising tussen boomspinazie en melganzenvoet te zijn (Chenopodium x reynieri) en de naaldenkervel is jammer genoeg niet de inheemse en bedreigde soort, maar de exoot uit Turkije die overal in de tuin verwildert (Scandix balansae). Bij de inheemse plant moet de snavel van de ongeveer 5 x langer zijn dan de vrucht, terwijl die hier ongeveer even lang is. In een botanische tuin moet je natuurlijk extra uit je doppen kijken.

In het arboretum Amerika en Azië tieren bastaardhyacinth, gestreepte dovenetel, Chinese schijnaardbei, speenkruid, akkerklimopereprijs en gewone salomonszegel welig in de ondergroei. Zoals elders in de tuin ook hier veel rankende helmbloem. Aan de straatzijde viel een exemplaar van muurnavel (Umbilicus rupestris) op en parasiterend op de vingerplant (Fatsia japonica, telg uit de klimopfamilie) troffen we klimopbremraap aan (Orobanche hederae).


Met de tweede groep startten we de inventarisatie in het grasperk bij de kleine vijver. Als eerste planten werden rankende duivenkervel en ronde ooievaarsbek genoteerd, 2 planten die nu overal in de plantentuin lijken te verwilderen. Verder kwamen hier de gewone gazonplanten aan bod, waaronder verschillende soorten ereprijs. Aan de rand van het grasperk stond zelfs een groep liggende ereprijs (Veronica prostrata). Deze onderscheidt zich van de brede ereprijs door o.a. zijn liggende stengels, zijn onbehaarde kelk en vrucht en zijn blekere kroonbladen. Uit de vijver werd er zowel klein kroos, bultkroos als veelwortelig kroos gevist.

Als tweede perceeltje namen we het grasperk rond de tulpenboom achteraan de plantentuin. De gevonden inheemse planten waren hier veelal dezelfde als in het vorige grasperk, met opnieuw rankende duivenkervel en ronde ooievaarsbek. Enkele jonge planten konden we daar niet direct determineren, maar na enig zoekwerk kwamen we uit op knopig helmkruid, hetgeen bevestigd werd door de typische onaangename geur.

Daarna begonnen we achteraan de orangerie-afdeling. Ook hier vonden we de onvermijdelijke rankende duivenkervel en ronde ooievaarsbek, maar we konden er ook muursla en ruig klokje noteren. Daar het al spoedig te donker werd om verder te werken, moesten we de inventarisatie hier vroeger dan gepland afsluiten.

Verslag PWG streeptocht 15/06/2021:
Sint-Amandsberg – Omgeving Bijgaardepark, hok D3-23- 11

Willy Desmettre

In het kader van het meetnet algemene plantensoorten 2021 gingen we de omgeving van het Bijgaardepark verkennen. Het was prachtig weer en er waren 13 mensen aanwezig om ons te helpen bij de inventarisatie van dit hok.

We startten in de groenzone tussen het fietspad en de Jan Delvinlaan. We vonden al direct enkele peulen, die ons in eerste instantie aan gevlekte rupsklaver deden denken. Toen we er even verder ook de blaadjes bij zagen, moesten we vaststellen dat deze niet bevlekt waren. Nader onderzoek van de vruchten en ook de gedeelde steunblaadjes met priemvormige slippen leerden ons dat het om ruige rupsklaver (Medicago polymorpha) ging. We vonden er ook andere Medicago’s als hopklaver, luzerne en bonte luzerne.

Daarna liepen we langs de rand van het ‘Gentse Zwin’, waar de knijten onze blote armen en benen konden teisteren. We zagen er verschillende wilgensoorten en enkele oeverplanten als valeriaan, veenwortel, moerasmelkdistel en de verfoeide reuzenbalsemien.

Op het kruispunt met de Heirnislaan stond naast o.a. Amerikaanse kruidkers en vlasbekje ook gewone reigersbek en duinreigersbek. We vervolgden onze weg langs de spoorweg met o.a. brandpastinaak, een witte vorm van de spoorbloem, Japanse kamperfoelie, witte krodde, klein roberstkruid, stinkende ballote en kromhals.

In het Bijgaardepark zelf vonden we groot streepzaad en enkele bosplanten als boskortsteel en geel nagelkruid, en in het Banierpark stond er verwilderd hartgespan en peterseliebraam.

Op de terugweg door de straten  van Sint-Amandsberg zagen we de klassieke Gentse stadsplanten als kransmuur, muurfijnstraal en bleekgele droogbloem, maar ook enkele zeldzamere planten als kaal breukkruid, kamilleknopje en straatwalstro. De 2 laatste, die als zeer zeldzaam in Vlaanderen worden beschouwd, blijken het in Sint-Amandsberg zeer goed te doen en zijn er in verschillende straten te vinden.

Uiteindelijk konden we de avond afsluiten met 256 aangestreepte planten.

Verslag PWG streeptocht 19/06/2021:
Drongen – Omgeving Landgoed de Campagne, hok D3-11-31

Willy Desmettre

Daar we met de Gentse Plantenwerkgroep ons steentje wilden bijdragen tot de 1000-soortendag in de groenpool Vinderhoutse bossen, hadden we besloten om de planten te inventariseren in en om het Landgoed de Campagne in Drongen.

Door de late aankondiging en de concurrentie met heel wat andere activiteiten waren er slechts 6 deelnemers. We startten aan de schoolhoeve, waar we de courante berm- en grachtplanten konden noteren.

In het Landgoed zelf kwamen vooral de bosplanten aan bod. Zo zagen we groot heksenkruid, boskortsteel, bosanemoon, schaduwgras, bosandoorn, drienerfmuur en gewone salomonszegel. In een natte en pas gemaaide grasvlakte konden we watermunt, moerasvergeet-mij-nietje, gewone waterbies, tengere rus en echte koekoeksbloem vinden.

In de graslanden en de grachten achter de Campagne zagen we grote kattenstaart, kale jonker, moerasandoorn, moeraswalstro, grasmuur, biezenknoppen, lidrus en mannagras. Alle margrieten die we er vonden bleken tot de Leucanthemum ircutianum-soort te behoren.

Via de weg keerden we terug naar onze startplaats. In de grachten zagen we nog pluimzegge, grote waterweegbree en gele waterkers, en ook in de wegberm konden we nog enkele planten ontdekken zoals basterdklaver, klein kaasjeskruid en rood guichelheil. We konden de streeptocht uiteindelijk afsluiten met 220 gevonden soorten.

Verslag PWG streeptocht 01/07/2021:
Zonneberg – Zelzate, hok C3-33-24

Annick Verstraete

Inventarisatie van de Zonneberg (Iris Paulus)

Vandaag beklommen we de Zonneberg, een voormalig gipsstort dat nu één van de grootste zonnepanelenparken in de Benelux is. Het hok ligt ietwat buiten onze normale regio maar het moest gestreept worden voor “het meetnet algemene plantensoorten 2021”. En wij konden strepen binnen de omheining dankzij de gastvrijheid van het provinciaal educatief centrum Fabriek Energiek. Zowel de mensen van de site als wijzelf waren benieuwd naar wat er zo allemaal op die Meetjeslandse berg groeit. De neuzen werden dus neerwaarts gericht onder en rond de 55.000 zonnepanelen.

Dubbelkelk en Bonte wikke (Iris Paulus)

Op de noordhelling zonder panelen of schapen stond veel Dubbelkelk en Echt bitterkruid naast Hazenpootje, Bonte wikke, Basterdklaver en vele andere planten. Ook veel insecten genoten van die kruidenrijkdom.

Planten inventariseren tussen 55.000 zonnepanelen (Iris Paulus)

Tussen de panelen lieten de schapen hier en daar nog wat staan zodat ook Langbaardgras, Plat beemdgras , Gewone en Duinreigersbek op de lijst kwamen. Bij een pluk Blauw walstro zagen we een wat vreemde gele klaver waarvan we eerst dachten dat die een vervorming van het schapengegraas was. Maar Pierre verblijdde ons met een zeldzame soort: de witachtig behaarde Kleine rupsklaver. De drietallige ongevlekte bladeren hebben uitgerande blaadjes met een getande top; enkel het middelste blaadje is gesteeld. Onopvallende goudgele bloemen staan met enkele bijeen. Wie wat zoekt vindt de mooi gevormde peultjes met 3-5 windingen met op de rand stekels met een weerhaakje.

Kleine rupsklaver (Annick Verstraete)

Buiten het begraasde deel met de zonnepanelen stond de vegetatie veel hoger op de omgewoelde gronden. Kleurrijke stukken met kamilles en klaprozen met hier en daar iets anders zoals Schermhavikskruid, Slangenkruid, Hongaarse raket, Sneeuwbalganzenvoet. Beneden vonden we Biezenknoppen en veel Bultkroos in de gracht.

De (minst) hongerigste PWG-ers breiden er nog een stukje aan en verkenden nog het deel van de wijk Klein Rusland dat binnen het hok lag. Zo hadden we Zwenkdravik, Straatwolfsmelk en nog drie rioolputjesvarens erbij: Tongvaren, Steenbreekvaren en Mannetjesvaren. Aan de spoorweg vonden we nog Slanke mantelanjers en enkele ontspoorde struiken Boksdoorn. Die brachten het totaal op 224 soorten voor het hok.

Verslag PWG streeptocht 06/07/2021:
Omgeving Bijlokesite – Gent, hok D3-22-23

Annick Verstraete

Een stadshok deze keer. Ook eentje van “het meetnet algemene plantensoorten 2021”. We startten aan de Bijlokehof, een nietig parkje in een studentenwijk. Meteen al de verwarring tussen aangeplant, uitgezaaid, verwilderd. Ergens de gulden middenweg gekozen bij het strepen; ook bij de rest van het hok. De Zachte naaldvaren en de Kruipende smeerwortel belandden op de lijst.

Aan de Coupure hadden we geluk dat de schaapskudde aan de andere oever werd ingezet. Daar vonden we o.a. Bijenorchis en Veldlathyrus. De straten inwaarts hadden enkele oudere muurtjes met Muurvaren, Muurleeuwenbek, Steenbreekvaren en Eikvaren. We waren ook blij met de vondsten van Kransmuur, Groot glaskruid, Klimopbremraap en Gazonmosvarentje.

Klimopbremraap (Annick Verstraete) en Gazonmosvarentje (Willy Desmettre)

De Bijlokekaai was ook nog in volle bloei. Daar was oevervegetatie te bespeuren met o.a. Pluimzegge, Oeverzegge, Valse voszegge en Echte valeriaan. Daar vielen ook nog op: Grote kaardenbol, Bonte wikke, Kraailook, Donkere vetmuur en Kransgras. Aan de brug bij de kleine ring stonden ook Grote engelwortel, Moerasmelkdistel, Koninginnekruid en Wolfspoot.

Om de drukke autoweg te vermijden namen we een zijsprongetje door enkele smallere straten waarvan ik niet veel verwachtte. Daar werd toch Gele helmbloem, Klein glaskruid en Muursla genoteerd. Zoals het een stadshok betaamt kwamen we uitzaaiingen van de planten van de buurtbewoners tegen: Stokroos, Aardappel, Muurfijnstraal, Geel duizendblad, Dalmatiëklokje, Slaapbol en vele andere.

Het stukje Citadelpark leverde niet veel meer streepjes op, wel Boszegge en bijna alle deelnemers verdwaald. Na de vrolijke hereniging duikten we de neerwaartse straten in met veel ontsnapte tuinplanten. Er stond ook Gladde kransnaaldaar. Die heeft onder de aartjes 1-2 groenachtige borstels die soms paars aangelopen zijn en met naar voren gerichte stekels, volledig kale iets gekielde bladscheden, een hoofdas van de bloeiwijze die ruw is of met heel korte haartjes van hoogstens 0,2 mm. De aartjes vallen bij deze naaldaar bij rijpheid volledig af dus ook de kelkkafjes zijn dan niet meer te bespeuren. Het bovenste kelkkafje is zo lang als het aartje waardoor dat het papilleus-dwarsrimpelige lemma verstopt.

Keizerskaars en Knikkende distel (Annick Verstraete)

Beneden toonden de oevers van de Leie aan de Eedverbondkaai heel wat juweeltjes. De oorsprong ervan laat naar zich raden maar het zag er mooi wild uit: Knikkende distel, Wegdistel, Keizerskaars, Gewone ossentong, Kamgras, Beemdkroon, Muskuskaasjeskruid en nog meer fraais.

Als het niet donker was geworden hadden de 17 enthousiaste deelnemers nog lang door gedaan. Hoeveel streepjes had ik dan niet gezet? Samen vonden we die avond 284 soorten. Niet slecht voor een momentopname in de stropkes hun stad.

Verslag PWG streeptocht 15/07/2021:
Omgeving Vroonstalledries – Wondelgem, hok D3-12-12

Herman Van de Wynkele

Verslag volgt

Verslag PWG streeptocht 29/07/2021:
Sint-Denijs-Westrem – Omgeving Flanders Expo, hok D3-22-33

Willy Desmettre

Er waren 15 mensen samengekomen op de afspraakplaats, waaronder enkele nieuwe gezichten. We startten in de Driekoningenstraat bij de afrit van de E40 en het braakliggend terrein. Daar konden we direct de courante bermplanten aanstrepen, maar ook kruipend zenegroen, grasmuur, gespleten hennepnetel, klein vogelpootje en muskuskaasjeskruid.

Bij het zebrapad aan de Kortrijksesteenweg stond het stijf straatliefdegras vreedzaam naast het klein liefdegras. Eenmaal op de terreinen van Flanders Expo begonnen we met de ruigte aan de oprit van de E40. Daar konden we o.a. grijze mosterd, wilde reseda en rood guichelheil zien. We vervolgden onze weg langs de rand van het terrein met wouw, muursla, bleekgele droogbloem en moerasdroogbloem.

Via een braakliggend terrein, met echt bitterkruid en zwarte toorts, en de Park & Ride-parking gingen we tot aan de achterkant van Flanders Expo. Op onze weg zagen we  o.a. vederesdoorn, Europese blazenstruik en vijfdelig kaasjeskruid.

We keerden terug langs de Kortrijksesteenweg, waar de grachtkanten ons nog enkele nieuwe planten opleverden als zwart tandzaad, pitrus, ijle zegge, geel nagelkruid en look-zonder-look. Zo konden we de avond afsluiten met 236 streepjes op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 05/08/2021:
Zandberg – Heusden, hok D3-24-31

Willy Desmettre

De Zandberg in Heusden in één van de weinige bewaard gebleven restanten van rivierduinmassieven langs de Schelde in Oost-Vlaanderen. Door verkavelingen blijft er helaas nog slechts een klein gebied van ongeveer 1,5 ha ongerept over. De Zandberg heeft een voedsel- en kalkarme zandige en droge bodem, die zorgt voor een typische flora, die we nergens anders in de omgeving van Gent terugvinden. Omwille van zijn wetenschappelijke en historische waarde is dit gebied sinds 1994 beschermd als landschap.

Dit IFBL-hok was blijkbaar nog nooit geïnventariseerd door onze plantenwerkgroep en in de Flora Databank stonden er slechts 23 verschillende planten vermeld. Toch waren er 19 personen komen opdagen om dit voor de meesten ongekende gebied te ontdekken.

De flora op Zandberg bestond vooral uit zandblauwtje, buntgras, zandzegge en schermhavikskruid, maar we konden er ook rode schijnspurrie en zilverhaver zien. Langs de zandige wegen en het bosgebied vonden we verder kale jonker, gladde witbol, wijfjesvaren, gewone salomonszegel, pilzegge en ijle zegge.

Daarna trokken we verder richting Kollebloem, waarbij we langs de wegkanten onder andere papegaaienkruid, rankende duivenkervel, knopige ooievaarsbek en groene naaldaar zagen. Ook her waren het kleine liefdegras en het stijf straatliefdegras weer aanwezig.

In de Loveldstraat stond er schubvaren op de oude muur van de schuur bij de molen, en bleek dat het kransmuur, dat nu overal in Gent te vinden is, ook al tot hier is doorgedrongen.

De Kollebloem is een voormalige lusttuin, die sinds 1950 gebruikt wordt als vakantieoord voor kinderen. Naast veel adelaarsvaren en Japanse duizendknoop konden we er nog enkele andere planten aan ons lijstje toevoegen als wilde cichorei, klein springzaad en rankende helmbloem.

Op de terugweg vonden we in de straatgoot nog venkel en postelein. Met 210 gevonden planten was het resultaat van deze streeptocht in ieder geval uitstekend voor een zwart hok.

Verslag PWG streeptocht 19/08/2021:
Drongen centrum en Assels Noord – Drongen, hok D3-21-21

Herman Van de Wynkele

Verslag volgt


Streepjaar 2020

Verslag Algemene Vergadering PWG 31/01/2020:
DE STEK (naast NMC Bourgoyen)

Annick Verstraete

Januari, de eerste maand van een nieuw streepjaar. Ook bij onze plantenwerkgroep heffen we het glas op 2020. Als PWG-ers vonden we het alvast een goed idee om elkaar eens terug te zien tijdens de winterrust van ons lievelingsonderwerp.

Jean had voor ons weer alles keurig op een rijtje gezet. Zo kunnen we jaarlijks onze werking evalueren. Uit de samenvatting bleek dat we in 2019 met 13 streeptochten  in totaal 165 deelnames hebben verzorgd. Dat is een gemiddelde opkomst van 12,7. In de Assels op een mooie juliavond waren we met de grootste groep van 20 plantenliefhebbers. We moeten dus niet panikeren dat we eenzaam zullen moeten strepen.

2043 streepjes werden het voorbije jaar gezet en doorgegeven in de database van het INBO, de floradatabank. Uit die aanstrepingen blijkt dat er 514 soorten planten alvast nog voorkomen  in het Gentse. Een gemiddelde van 157 planten per kilometerhok. Bij die hokken zaten zowel natuurgebieden als sterk verstedelijkte plekken.

2020 komt eraan en Willy, Herman, Katrijn en Annick stelden hun 11 uitgekozen hokken voor. Dit jaar terug een mix van hokken waar we al lang niet meer of nog nooit gestreept hebben. Daaronder een aantal sterk verder bebouwde stukken waar we liever niet komen maar toch benieuwd zijn over wat er nog overblijft aan plantensoorten tussen het beton. De data vind je terug op deze website onder het luik ‘activiteiten’.

Als afsluiter dit jaar vervoerde Jean ons in gedachten naar Kreta. Zo weten we dat er nog veel nieuwe planten te ontdekken zijn als we het hier voor bekeken houden.

Verslag PWG streeptocht 16/06/2020: Merelbeke – omgeving faculteit Diergeneeskunde UGent, hok D3-33-32

Annick Verstraete

Eindelijk! Groen licht gekregen om te starten met onze tochten na de lockdown. Sommigen zagen het écht nog niet zitten. Hetzij omdat het besmettingsrisico nog niet weg was; hetzij omdat ze krankjorum werden van die mondmaskers. Geef toe, het ziet er niet uit zo een groep plantenliefhebbers in corona-uitrusting:

Plantenwerkgroep in tijden van corona (© Claude Grandsart)

De geplande weg kon ook al niet gevolgd worden. Door COVID 19 verviel de toestemming om bepaalde stukken te betreden. Een ander mooi deel was ondertussen omgeploegd dus het had geen zin om tot het andere eind van het hok te lopen met die onweersdreiging boven het hoofd. Rond de Salisburylaan waren nog genoeg wilde hoekjes om de 13 gemaskerde PWG-leden blij te maken. Jammer voor de planten maar goed voor ons dreven de buien net naast het hok. 197 soorten werden aangestreept in dit “wit hok” (= sinds het ontstaan van de Gentse PWG nog nooit door ons gestreept).

Verschillende menselijke invloeden waren te zien bij de flora. Nabij huizen zag je hier en daar een tuinplant koekeloeren tussen de bermplanten: Lange ereprijs, Kruisbladige wolfsmelk, Zilverschildzaad, Verbena bonariensis en Viola x wittrockiana.

Gewone duivenkervel (© Claude Grandsart)
Viola x wittrockiana (© Claude Grandsart)

Veelkleurig vergeet-mij-nietje (© Claude Grandsart)

In de buurt van de autosnelweg veel Brandpastinaak en Gevlekte scheerling. Ook de exoten nemen dit hok verder in: Canadese en Hoge fijnstraal, Bezemkruiskruid, vlinderstruiken en de Japanse duizendknoop.

Deze keer waren de teunisbloemen geen voer voor discussie: (Grote) Oenothera glazioviana, (Middelste) O. biennis en O. x fallax.

De toegankelijke kant van de vijver en een gracht brachten heel andere streepjes op de lijst: Grote waterweegbree, Groot moerasscherm, Hangende zegge, Gele lis, Wolfspoot, Grote kattenstaart en Blaartrekkende boterbloem.

Pierre was mee dus er kwamen ook speciale graskes op de lijst: Poa infirma en Poa pratensis subsp. irrigata.

Een extra blijmakertje was Dreps. Draviken zijn op zich al een sierlijke verschijning maar die frisgroene Dreps was bijzonder mooi. Diegene die die plant de kiezige naam “dreps” heeft gegeven was vast in een slechte bui die dag.

Dreps (©Saxifraga-Rutger Barendse)

Verslag PWG streeptocht 02/07/2020: Gent – omgeving Ghelamco-arena AA Gent, hok D3-32-22

Annick Verstraete
Foto’s: Annick Verstraete

Nachtmerries voor bestuursleden van een PWG bestaan. Op woensdag nog snel even gefietst naar het hok voor donderdagavond om de verkeerssituatie te polsen. En ja, de techniek gaat vooruit; tot tegen de boomstam kunnen ze het al. En daar stond vorig jaar Bijenorchis.

Een dag voor de inventarisatie

Een magere opkomst bij dit dreigend regenweer en plantenliefhebbers die blijkbaar niet veel verwachtten van een voetbalstadiumhok. Na het zien van die maaibeurt was ik ook ontmoedigd, maar ten onrechte. We hebben met ons drieën genoten van de rust en kunnen bijleren van elkaar en alle drie alle planten zelf kunnen zien; een luxe.

Dit hok was voor de bouw van de Ghelamco-arena nog vrij groen met leuke grachtjes, natte percelen, verwaarloosde ruigtes. Nu blijven zakdoekjes over van deze biotopen die restpopulaties van het fraais moeten trachten te herbergen. We vonden van de moerasvegetatie nog Moerasspirea, Echte valeriaan, Zeegroene rus en Pitrus, Blaartrekkende boterbloem, Wolfspoot en enkele Moerasandoorns.

In de niet gemaaide bermen nog Slangenkruid, Brede lathyrus, Muskuskaasjeskruid, en Gewone agrimonie. Aan de Scheldeoevers Valse voszegge, Hongaarse raket en Middelste ganzerik. De Ringvaartoevers  met de typische Grote engelwortel en Waterzuring tooiden op een bepaalde plaats volledig wit-roze door een grote populatie Wit vetkruid. Dichterbij de autosnelweg Gevlekte scheerling en Brandpastinaak.

Wit vetkruid

En nu is er ook een brug gebouwd dus ben je snel aan de overkant van het hok. Wie daar gaat kijken vindt ook Graslathyrus, Heggenrank, Zeepkruid, Kruldistel en Echt duizenguldenkruid. Eentje ging nog snel even piepen achter de CocaCola-fabriek en vond daar Duinroos en Kromhals.

Na alle hoekjes en kantjes van dit lappendekenhok kwamen we aan een lijst met 214 soorten.

Kromhals

Verslag PWG streeptocht 9/07/2020: Wondelgem, hok D3-12-21

Herman Van de Wynkele

Met een tiental deelnemers werd op 9 juli afgesproken in de Driemasterstraat in Gent. Het hok om te strepen grensde aan een hok dat vorig jaar ook al gestreept werd. Op voorhand werd er al beloofd dat het een hok zou worden met tal van speciale waarnemingen.

Het strepen begon in een klein industrieparkje. Via een doorsteek kwamen we uit langs de spoorwegbedding. Daar vonden we een enkel exemplaar van Echt duizendguldenkruid, Klein Robertskruid en een voor Vlaanderen vrij unieke waarneming van ‘Epilobium brachycarpum’. Deze laatste is een adventiefplant en van uiterlijk zeer fijn voor een Basterwederiksoort. De grootste planten waren ongeveer een halve meter hoog. Op het moment van de streeptocht stonden de planten nog niet in bloei.

De volgende halte was een klein parkje. Daar ook enkele zeldzame en opmerkelijke soorten, bijvoorbeeld de herfstalsem. Daarnaast ook twee onverwachte soorten als Beemdooievaarsbek en Beemdkroon.

Als afsluiter gingen we nog een braakliggend industrieterrein op met opmerkelijke soorten als Bont Kroonkruid, Vlokkige toorts en Gifsla.

Verslag PWG streeptocht 28/07/2020: Melle – omgeving Ringvaart, hok D3-33-24

Willy Desmettre

Gewapend met een mondmasker begonnen we met 6 personen aan de streeptocht. Bij het vertrekpunt konden we de gebruikelijke bermplanten noteren, waaronder vlasbekje, hoge en Canadese fijnstraal en heelblaadjes. Het buitenbeentje was er de vroege wolfsmelk (Euphorbia characias), die er wellicht was opgeschoten uit weggeworpen tuinafval.

De bermen langs de Ringvaart, die een tiental dagen tevoren nog bekleed waren met een kleurige flora, waren helaas onlangs kaal geschoren. Toch vonden we er naast grote kattenstaart en koninginnenkruid nog valse voszegge, grote engelwortel en een overgebleven exemplaar van de grote kaardenbol. Aan de overkant van de weg stond er groot heksenkruid.

Om niet al te gedeprimeerd te raken door de kaalgeschoren oevers, trokken we weldra omhoog richting Brusselsesteenweg, waar er heggendoornzaad, ijzerhard en moeraskers te zien was.

Aan de andere kant van de Ringvaart vonden we tussen de Fluviussite en de rand van de Schelde een ruigte met een rijke flora. Ondanks de aanvallen van de knijten konden we er ten volle van genieten. Naast de verschillende ganzenvoeten en zuringen, waaronder goudzuring, vonden we er bitterzoet, blauwe waterereprijs, kleine leeuwenbek, wouw, kleverig kruiskruid, geoord helmkruid, stijf barbarakruid en ruige fijnstraal. Deze laatste, die afkomstig is uit Zuid-Amerika, lijkt nu ook in onze streken in volle opgang. Zij heeft een stengel met lange stugge haren en de kleine bloemhoofdjes staan in een brede, losse, ronde pluim. Ze is te onderscheiden van de Canadese fijnstraal door de bladrand met gekromde haren en de buisbloemen met 5 lobben, terwijl de haren aan de bladrand van de Canadese fijnstraal lang afstaand zijn en deze buisbloemen met 4 lobben heeft. Hoge fijnstraal heeft flink behaarde bloemhoofdjes, terwijl die bij de ruige fijnstraal vrijwel kaal zijn.

Terug op de Brusselsesteenweg stond er op de middenberm zilte schijnspurrie en hertshoornweegbree, 2 typische planten van  bepekelde wegen.

Op het plein aan het station zagen we naast bleekgele droogbloem ook Oenothera rubricaulis, een teunisbloem die wel meer voorkomt in het Gentse. Deze heeft een rode bloeiwijze-as, kelkbladen zonder rode strepen, kroonbladen met een lengte van 10 à 20 mm en conische haarbasisknobbels, in tegenstelling tot Oenothera ersteinensis, waarbij de knobbels cilindrisch zijn. In de bermen naar het perron stond er grote zandkool, boslathyrus en wilde reseda.

Terwijl het stilaan donker werd, gingen we langs de spoorwegberm terug naar onze startplaats. Ook daar konden we nog enkele planten toevoegen zoals bonte luzerne, brandpastinaak, gevlekte scheerling, akkerkers, grijze mosterd en klein liefdesgras.

We konden de streeptocht uiteindelijk afsluiten met 236 planten op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 4/08/2020: Vinderhoutse Bossen Noord, hok D3-11-14

Willy Desmettre

Nadat we vorig jaar reeds een inventarisatie hadden gedaan van de lenteflora, wilden we dit nu ook doen van de zomerflora in hetzelfde gebied. Maarten Vangansbeke, één van de conservators van de Vinderhoutse bossen, leidde er ons rond.

De Vinderhoutse bossen vormen intussen de kern van de gelijknamige groenpool. Diverse wandelroutes lopen nu langs het gebied, maar het waardevolste stuk blijft ontoegankelijk voor het publiek om er de natuur in het nat moerasbos zo goed mogelijk te beschermen. Op het einde van de ijstijden werd er in het gebied een kalklaagje gevormd, afkomstig van de skeletten van kalkwiertjes die hier in ondiepe plassen leefden, waardoor er nu in de omliggende graslandrelicten kalkminnende planten en paddenstoelen kunnen groeien, die samen met de oudbosplanten bijdragen tot de uitzonderlijke waarde van dit gebied.

Op het pad langs het bos zagen we al direct enkele typische bosplanten als boskortsteel, bosandoorn, geel nagelkruid en groot heksenkruid. Toch vonden we er ook verschillende tuinplanten als mahonie, pontische rododendron, kruisbladige wolfsmelk, kruipende smeerwortel, Deutzia en vuurdoorn, die nog getuigen van de tijd toen het gebied in privébezit was en tuiniers er hun tuinafval achterlieten. Bepaalde exoten als reuzenbalsemien en laurierkers worden er nu actief bestreden, maar toch konden we er nog enkele exemplaren van terugvinden. Langs de rand van het bos zagen we verder kleine majer en zowel wegedoorn als sporkehout en uit de gracht werd er smalle waterpest en bultkroos gevist.

Eenmaal in het bos zagen we nog de resten van enkele voorjaarsbloeiers als slanke sleutelbloem, kruipend zenegroen en eenbes.

Het interessantste stuk van de avond was een geplagd moerassig veld.  Nadat we in de nabije gracht reeds enkele horsten met stijve zegge hadden gezien, stond er in het veld blauwe zegge, geelgroene zegge en zwarte zegge. Verder vonden we er onder andere waterpunge, moeraswalstro, waternavel, gevleugeld hertshooi, gewone waternavel en gespleten hennepnetel.

Op de terugweg gingen we langs een droger gedeelte van het bos, waar de welriekende agrimonie het meest onze aandacht trok. We konden onze avond in dit mooie gebied afsluiten met 178 streepjes op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 20/08/2020: Gent Centrum, hok D3-22-21

Willy Desmettre

Onze laatste streeptocht van dit jaar vond plaats in de het centrum van Gent. Het was schitterend weer en ondanks de coronamaatregelen en de mondmaskerplicht waren we met 17 personen samengekomen op de Kouter.

Reeds bij het begin van onze tocht konden we enkele typische Gentse stadsplanten als hemelboom, muursla, kransmuur, kransgras en klein liefdesgras noteren.

Op de kaaimuur bij de brug stond er een verwilderd tandzaad (Bidens triplinervia var. micrantha) en aan de Leieboorden in de Recollettenlei en de Lindenlei vonden we onder andere rode spoorbloem, muurfijnstraal, groot nagelkruid en Japanse wijnbes. In een boomspiegel zagen we een Chenopodium met boomvormige vertakkingen, die we niet direct op naam konden brengen, maar die naderhand door Geert kon gedetermineerd worden als Teloxys aristata (‘seafoam’). De klimopbremraap, die nu op verschillende plaatsen in Gent opduikt, was ook hier te zien.

Aan de rand van de Coupure trok vooral de kleine bergsteentijm onze aandacht. We vervolgden onze weg langs de Iepenstraat en de Oude Houtlei, en zagen er naast moeraskers ook verschillende verwilderde tuinplanten als Japanse spirea, dalmatiëklokje, tuinlobelia en stokroos. In een rioolputje stond er tongvaren.

In de Brandstraat groeide er een vijgenboom vanuit een keldergat. In een ander keldergat zagen we fijn venushaar met niervormige pseudoindusia en nerven die eindigen tussen de tandjes van de bladrand; bij echt venushaar, dat in Gent ook op verschillende plaatsen terug te vinden is, zijn de pseodoindusia langwerpig en eindigen de nerven in de tandjes van de bladrand. Tussen de fietsrekken groeiden er zaailingen van boswilg en stond er ook verwilderde nachtschone.

Daar de duisternis begon in te vallen, spoedden we ons nog naar de Predikherenlei om er de flora op de kaaimuren te bekijken. De eikvaren die er groeide bleek na microscopisch onderzoek brede eikvaren te zijn. Verder was daar onder andere steenbreekvaren, blauw glidkruid, klein glaskruid en ook halsbloem te zien.

We konden onze streeptocht in de Gentse binnenstad uiteindelijk afsluiten met 175 gevonden planten.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s