Verslagen PWG Gent

 

GE DIGITAL CAMERAStreepjaar 2018

Verslag Algemene Vergadering PWG 26/01/2018:
DE STEK (naast NMC Bourgoyen)

Annick Verstraete

Januari, de eerste maand van een nieuw streepjaar. Ook bij onze plantenwerkgroep heffen we het glas op 2018. Als PWG-ers vonden we het alvast een goed idee om elkaar eens terug te zien tijdens de winterrust van ons lievelingsonderwerp.

Naar jaarlijkse gewoonte bekeken we eerst de werking van het jaar voordien. Jean had voor ons weer alles keurig op een rijtje gezet. Uit de samenvatting bleek dat ons jaarlijks gemiddelde in 2017 wat was gezakt. We spreken dan over het aantal streepjes en ook wel het aantal soorten gestreepte planten. Dat valt gemakkelijk te verklaren door de kalender te bekijken. Er zaten dat jaar geen uitstappen bij naar plekken die qua soorten sterk afwijken van de Gentse flora. 1966 streepjes werden gezet bij de namen van 477 plantensoorten gedurende 12 streeptochten. Het aantal verschillende mensen dat we bereikten was 127. Dat is toch wel een goed teken voor de interesse voor planten. Slechts 7 daarvan kwamen maar 1 keer en 8 mensen kan je de ‘die-hards’ noemen omdat ze bij meer dan de helft van de tochten aanwezig waren. We moeten dus niet panikeren dat we eenzaam zullen moeten strepen.

De waarschuwingsapp van Herman was ook eens nuttig gebleken. Iedereen die zijn gsm-nummer doorgeeft kunnen we dan verwittigen als er op het laatste moment iets wijzigt.

Mansbloed - Hypericum androsaemum - Hospicebossen - 20180609 D5704

Mansbloed © Claude Grandsart

 

We hebben ook eens nader gekeken naar enkele exoten die we in 2017 tegenkwamen in de Gentse hokken: Ambrosia artemisifolia, Calendula officinalis, Escholtzia californica, Geranium x oxonianum, Centranthus ruber, Geum macrophyllum, Phytolacca americana, Pyracantha coccinea en Hedera hibernica. Graag in mensentaal vertaald voor de gidsen onder ons: Alsemambrosia, Goudsbloem, Slaapmutsje, Ooievaarsbek-cultivar, Rode spoorbloem, Groot nagelkruid, Westerse karmozijnbes, Vuurdoorn en Ierse klimop. Meestal uit tuinen de natuur in geraakt. En natuurlijk hebben we de kalender voor 2018 voorgesteld met opnieuw 15 activiteiten.

Als afsluiter dit jaar vervoerde Claude ons in gedachten naar Kreta. Zo weten we dat er nog veel nieuwe planten te ontdekken zijn als we het hier voor bekeken houden.

Als winteractiviteit bezoeken we dit jaar de plantentuin van Meise die een nieuwe kas heeft ingericht over het tropisch regenwoud.

 

Verslag PWG – Bezoek aan Plantentuin van Meise – 17/03/2018

Willy Desmettre

In afwachting van onze eerste streeptochten in dit nieuwe jaar, hoopten we met een bezoek aan de Plantentuin in Meise de lentekriebels wat aan te wakkeren en intussen kennis te maken met enkele planten uit andere delen van de wereld. Met en temperatuur rond het vriespunt, een snijdende oostenwind en zelfs een laagje sneeuw, was het lentegevoel echter ver te zoeken.

Voor ons bezoek konden we een beroep doen op Inge. Zij is gids in de plantentuin in Meise en ook lid van onze plantenwerkgroep.

Om 10u begonnen we met 12 personen aan het eerste deel van ons bezoek, waarbij we de Magnolia’s en de voorjaarsbloeiers in het park wilden leren kennen. Helaas stonden de Magnolia’s nog niet in bloei, maar Inge slaagde er toch in om ons in de voormiddag heel wat moois te laten zien. Zo konden we nog enkele voorjaarsbloeiers bewonderen, zoals Helleborus, Forsythia, gele kornoelje, Cyclamen en verschillende toverhazelaars. Ook de vele imposante bomen in hun winterkleed konden ons best imponeren. Daaronder het Perzisch hardhout (Parrotia), de Anna Pawlownaboom, de rode paardenkastanje (Aesculus carnea), de koekjesboom (Cercidiphyllum japonicum), de moseik (Quercus cerris) en de Amur kurkboom (Phellodendron amurense).

Nadat we ons tijdens de middag in de Orangerie hadden kunnen opwarmen aan een tas warme soep, maakten we nog een tochtje doorheen het park, waarbij we onder andere de watercipressen en de moerascipres konden bewonderen. Intussen was Joost nog 6 mensen gaan ophalen bij de ingang, waarna we samen het nieuwe Plantenpaleis bezochten. Dit is een complex van verschillende serres met een lengte van 150 m.

We startten in de Mediterrane kas met zijn vele aromatische planten, waar de flessenborstelplant (Callistemon) onze aandacht trok met zijn speciale bloeiwijze. Daarna gingen we naar de Mabundu-kas. Daar komen vooral de tropische planten met eetbare vruchten aan bod, zoals de bananenplant, de kokospalm en de cacaoboom. De katoenplant liet er ons zowel zijn bloemen, zijn vruchten als zijn pluizige zaden zien.

In de Victoriakas gaf Inge ons de nodige uitleg bij de bestuiving van de reuzenpijpbloem (Aristolochia gigantea) en de symbiose van de epifytische mierenplant (Myrmecodia tuberosa), waarna we in de Moesson- en Savannekas kwamen. We stonden er onder andere stil bij de kalebasboom (Crescentia cujete) met  groene bloemen op zijn stam (cauliflorie), waarbij onze gids ons vertelde over de bestuiving van deze bloemen door vleermuizen en het gebruik van zijn grote vruchten.

Tenslotte kwamen we in de nieuwste kas, nl. deze van het tropisch regenwoud. In deze serre werd getracht de structuur van het tropische regenwoud na te bootsen met een aantal palmen en reuzenkruiden, die reeds reiken tot aan de top van de 16 m hoge serre, met lianen en epifyten uit de kroonlaag en een aantal planten uit de onderlaag van de rand van het regenwoud. Vele van de aanwezige planten worden momenteel reeds ernstig bedreigd in hun originele biotoop. In deze serre wordt ook de link gelegd met ons koloniaal verleden en de ontdekking door landgenoten van vele zeldzame planten in Afrika. Zo verwijst de ernstig bedreigde Laurentpalmvaren (Encephalartos laurentianus) naar de Belgische ontdekker van deze plant.

Op het einde van de rondleiding sprak Joost in naam van alle deelnemers nog een woordje van dank aan onze gids Inge voor haar bereidheid om ons in de plantentuin te begeleiden en voor de vele wetenswaardigheden die ze ons heeft weten over te dragen.

 

Verslag PWG streeptocht 19/04/2018: Merelbeke – Lemberge – Vurtzak De Heide, hok D3-33-43

Annick Verstraete

Minder dan twee uurtjes de tijd hebben we om ’s avonds een hok te strepen in het begin van het seizoen. Daarom kozen we voor een verscholen hoekje van het grotere gebied de Vurtzak om er weer in te komen. We deden het wandelpad aansluitend bij De Heide, een centrum voor personen met een beperking. Dit met enige vertraging door mijn eigen beperking want de zolen van mijn schoenen vielen eraf. Het pad slingert doorheen een leuk bosje. Een groot deel daarvan behoort tot het hok D3-33-43.

De voorjaarsflora van de Vlaamse bossen werd zo kundig van onder het stof gehaald: Bosanemoon, Slanke sleutelbloem, Muskuskruid, Boszegge, Ruwe smele, Boskortsteel, Bleeksporig bosviooltje, Groot heksenkruid, Gevlekte aronskelk en dies meer. We genoten van de eerste zomerse lentedagen tussen mooie bloementapijten. De ‘vangst’ was normaal voor de tijd van het jaar met 122 soorten.

Muskuskruid © Claude Grandsart

 

Zoals steeds zijn er enkele soorten die wat meer opvallen doordat we ze minder tegenkomen in onze contreien. Deze keer vielen me Aardbeiganzerik en Ruige veldbies op. We hadden al wat fronsend naar die bosaardbeiachtige blaadjes gekeken. De middelste tand van het eindblaadje stak niet buiten de naburige tanden uit; Schijnaardbei? Wat verderop zagen we enkele witte bloemen bij die blaadjes. Die kwamen net open en waren nog wat verfomfaaid om goed te zien dat de kroonblaadjes  elkaar al dan niet onderling raken. Bosaardbei of Aardbeiganzerik dus. Door die middelste tand die niet uitstak en de brede stompere buurtanden met op de bladrand witte uitstekende haren besloten we Aardbeiganzerik te strepen.

Onopvallender bloempjes had de Ruige veldbies die Koen toch bij de avondschemering ontdekte.  Duidelijk een veldbies met die lange witte haren op de bladeren. En elke tak had maar één bloempje wat bij de Gewone veldbies die wat verderop stond duidelijk niet zo was.

Terug een paar schoenen versleten. Zonder zolen zijn ze niet echt praktisch. Maar zoals elke vrouw heb ik nog wel wat paren in de kast staan. Zo kan ik volgende keer weer mee.

 

Verslag PWG streeptocht 03/05/2018: Merelbeke – Heiwijk – Ringvaartstraat, hok D3-33-14

Annick Verstraete

Niet minder dan 188 plantensoorten verbergen zich nog rond een wandel/fietspad evenwijdig aan de R4. Het groene streepje tussen enerzijds de grijze snelweg en de grijze Heiwijk leverde meer streepjes op dan verwacht. Vorig jaar had Willy hok D3-33-14 ook al voor ons uitgekozen. Omdat we er toen slechts in slaagden een minihoekje van dit hok te doen, besloten we er nog eens heen te gaan; ditmaal aan de andere kant van de R4.

Verscholen tussen wat struiken en bomen somden we een heleboel ‘gewone’ planten op. Daartussen had men naarstig tuinafval verspreid dat daar wortel in de grond vond: Hangende zegge, Kaukasisch vergeet-mij-nietje, Mahonia, Dwergmispel, de bastaard tussen Sedum spectabile X Sedum telephium (‘Herbstfreude’), …

Naast de Ratelpopulier vonden we ook een variatie aan zijn kruising met Witte abeel, de Grauwe abeel. Zo konden we eens goed kijken naar de mogelijke verschillen in blad en stam. De Gewone bermzegge komen we minder tegen waardoor we wat langer konden stilstaan bij de kenmerken: de plant staat in pollen, de bloeiwijze had 7 aren van een 7mm die samen een 4-tal cm bereikten, 2 stempels bij de vrouwelijke bloemen, het onderste aartje stond ietsje lager en had een minischutblad, de bladeren waren 2-4 mm breed en hadden rood aangelopen scheden die begonnen te vezelen, aan de topjes van de aartjes zaten enkele mannelijke bloemen te herkennen aan de meeldraden die eruit staken, de kafjes hadden een groene kiel, de tongetjes waren langer dan breed.

Muizenstaart_ClaudeGrandsart
Muizenstaart                  © Claude Grandsart

 

Een nattere open plek vulde ons lijstje aan met Kale jonker, Lidrus, Heelblaadjes, Mannagras, Blaartrekkende boterbloem en Gewone waterbies. Het truckje ‘Duist=een duts van een vossenstaart’ hadden we onthouden. Aan de ingang van de open plek vonden we Muizenstaart in bloei tussen het gras verstopt. Wanneer de bloembodem uitgroeit kan die soms 7 cm lang worden waardoor die op een muizenstaart lijkt.

Volgende keer wat stadsnatuur; hopelijk wordt het wat.

 

Verslag PWG streeptocht 08/05/2018: Ledeberg – Adolf Papeleupark – Park De Vijvers – Moskou, hok D3-23-31

Annick Verstraete

Er stond meer dan een paardenbloem in de parkjes van het verstedelijkte Ledeberg. Rood herderstasje onder andere, ik had er nog nooit van gehoord. De bloempjes zijn kleiner dan van Herderstasje en roodachtig. De kroonbladen meten maar 1,5 tot 2 mm en zijn ongeveer even lang of iets langer dan de kale kelkbladen. Bij Herderstasje zijn de afmetingen 2-3 mm en 2 keer zo lang als de vaak behaarde kelkbladen. De hauwtjes zijn ook kleiner bij het Rode h., 4-6 mm, met naar binnen gebogen zijkanten. Bij Herderstasje zijn die naar buiten gebogen of recht en 6-9 mm. Allebei komen ze uit Zuid-Europa. Terwijl het Herderstasje alom verspreid is en zaden heeft die langer dan 5 jaar kiemkrachtig zijn, is het Rood herderstasje slechts een incidentele inwijkeling die zich blijkbaar niet voortplant. Wie vindt dat hij slecht onthoudt, kan zijn hersencellen beter gebruiken voor andere planten. Rood herderstasje blijkt immers genetisch niet te verschillen van Herderstasje. In de volgende editie van Heukels’ Flora zal Rood herderstasje daarom niet als een aparte soort worden onderscheiden (zie Planten 2, FLORON).

Naast dit kleinood streepten we nog 190 andere planten waaronder Akkerhoornbloem, Klein bronkruid, Kruldistel, Frans hertshooi, Steenkruidkers, Klein vogelpootje en Oosterse raket. Die laatste werd goed onder de loep genomen. De vruchten staan schuin af en de stelen ervan zijn kort en dik net zoals bij Hongaarse raket. Maar de kelkbladen zijn  niet gehoornd en staan mooi rechtop. Bovendien zijn stengel en bladeren ook bovenaan zachtharig. De wetenschappelijke naam luidt Sisymbrium oriëntale. En omdat ik de etymologische uitleg van Sisymbrium zelf leuk vind, krijg je hem kado: de naam is samengesteld uit het Griekse si (zeer), sys (zwijn) en ombrios (neus), de plant groeit in poelen waarin zwijnen zich graag rondwentelen. Wij vonden de plant echter al rondwentelend aan de Brusselsesteenweg in het zuiden van Gent op een droog braakliggend terrein waar geen poel te bespeuren viel.

 

Verslag PWG streeptocht 15/05/2018: De Pinte – Mieregoed, hok D3-31-42

Willy Desmettre

Er waren 20 deelnemers komen opdagen, waaronder enkele nieuwe gezichten, en ook enkele studenten van de hoveniersopleiding, die kwamen kennismaken met de meest voorkomende ‘onkruiden’.

Het Mieregoed maakt deel uit van het Parkbosproject. We begonnen onze streeptocht langs de straat, waar we in de bermen en in de gracht de gebruikelijke vegetatie zagen. Bij het einde van de gracht vonden we naast penningkruid, maarts viooltje, bitterzoet en robertskruid met witte bloemen, ook daslook. Wellicht was deze laatste ooit uit een tuin ontsnapt.

Daarna gingen we binnen in het begrazingsgebied van de ezels. Deze dieren moeten er op termijn zorgen voor de vorming van een wastine, een halfopen landschap met een gevarieerde bebossing. De begroeiing in de schrale weide leek op het eerste zicht nogal eentonig, maar naast de vele bremstruiken, schapenzuring, gewone veldbies en veelbloemige veldbies, vonden we er ook enkele minder verwachte planten zoals gewone vogelmelk, knolboterbloem, mannetjesereprijs, klein bronkruid en klein vogelpootje.

Knolboterbloem, Mannetjesereprijs en Klein vogelpootje  © Claude Grandsart

 

In de boszone van het gebied zagen we naast de gebruikelijke varens, de gewone salomonszegel en drienerfmuur, ook enkele ontsnapte tuinplanten als schijnaardbei en tuinjudaspenning.

We konden onze streeplijst op een braakliggende maïsakker verder nog  aanvullen met een aantal nieuwe planten zoals geknikte vossenstaart, moerasdroogbloem en blaartrekkende boterbloem. Uiteindelijk kwamen we zo tot 182 aangestreepte soorten.

 

Verslag PWG streeptocht 07/06/2018: Zwijnaarde – Hutsepot, hok D3-32-14

Willy Desmettre

Het weerbericht had hevig onweer voorspeld over heel het land. Er waren dan ook slechts 4 moedigen komen opdagen om aan onze streeptocht deel te nemen. Toch hadden de afwezigen ongelijk, want het onweer en de regenbuien hebben Zwijnaarde die avond links laten liggen, en op onze tocht hebben we zeker heel wat moois gezien.

We startten in de Hutsepotstraat langs het De Ghellinckpark. Dit kasteelpark werd in de 2e Wereldoorlog door de Duitse bezetter als munitiedepot gebruikt. Het kasteel zelf werd op het einde van de oorlog vernietigd toen de Duitsers het samen met de resterende munitie hebben opgeblazen. Het park, dat voornamelijk bestaat uit een oud beukenbos, is sindsdien onaangeroerd gebleven. Momenteel loopt er een onteigeningsprocedure in het kader van het Parkbosproject, maar door de hoge kosten om alle achtergebleven munitie op te ruimen, blijft het de vraag of dit ooit voor het publiek zal kunnen worden opengesteld. In en langs de gracht zagen we er onder andere muurvaren, wolfspoot en hoge cyperzegge.

Daarna gingen we richting Technologiepark, waar in de gracht op de hoek de grote waterweegbree volop groeide. Rondom een bushokje trok de overblijvende ossentong onze aandacht en bij de ingangspoort van het industrieterrein waren hertshoornweegbree, blauw walstro, muizenoor en gewone zandmuur de blikvangers.

Op een braakliggend stukje van het terrein vonden we even verder weer blauw walstro, maar ook kleine leeuwenklauw, knopig helmkruid, tijmereprijs, wouw en doornappel.

Rapunzelklokje, Middelste teunisbloem, Blauw walstro en Wouw © Claude Grandsart

 

Via enkele buurtweggetjes en een grasveld trokken we daarna naar het buurtpak Hekers. Onderweg vonden we verschillende ontsnapte en verwilderde tuinplanten als eikvaren, prachtklokje, rapunzelklokje, hemelsleutel en gele helmbloem. Het buurtpark zelf wordt beheerst door een kring van Kaukasische vleugelnootbomen met veel ondergrondse uitlopers, waardoor er tot meters in het rond nieuwe planten opschieten. Tussen het gras in dat park zagen we ook enkele minder verwachte planten als grote ratelaar en lievevrouwebedstro.

We beëindigden onze streeptocht in de Eedstraat langs het De Ghellinckpark. Hier vonden we nog een aantal bosplanten als salomonszegel, valse salie, bleeksporig bosviooltje en wijfjesvaren. Zo konden we onze lijst afsluiten met 211 streepjes.

 

Verslag PWG streeptocht 9/06/2018: Nazareth – Hospicebossen Oost, hok D2-48-22

Annick Verstraete

Tussen de Bovenschelde en de Leie vind je nagenoeg geen bossen meer. Jammer, want bossen spelen zo een belangrijke rol voor ons milieu. De mensen van Nazareth mogen dus opgelucht ademhalen sinds de Provincie de Hospicebossen heeft aangekocht en die wil omvormen tot bos dat die naam waardig is. Ademhalen aan de rand van de E40? Als plantenliefhebber best te pruimen.

Het Hospice van Gent, het huidige OCMW, was zoals op veel plaatsen eigenaar van ‘boomplantages’ met Douglasspar, Corsicaanse den en Goudlork. Met houtopbrengst als doel was er toen geen plaats voor open plekken en boszomen. De bosbodem verzuurde onder de dikke strooiselmat van naalden. Gelukkig worden die niet-inheemse bomen nu geleidelijk aan gekapt zodat inheemse bomen en kruidachtigen terug een kans krijgen. We vonden aan deze nieuwe plekken toch al Bosanemoon, Gevlekte aronskelk, Gewone salomonszegel, Drienerfmuur, Bleeksporig bosviooltje en Groot heksenkruid.

Koningsvaren, Hoornaarvlinder en larve van Veertienstippelig lieveheersbeestje © Claude Grandsart

 

Pijpenstrootje, Struikhei, Koningsvaren en Dubbelloof zijn ook niet echt dagelijkse planten op de Gentse streeptochten. Trosvlier al helemaal niet. Dit gebied dat van volledig bos in de 12de eeuw door massale kap overging naar ‘woeste gronden’ en dan weer werd aangeplant met opbrengsthout heeft voor de toekomst waarschijnlijk nog wat verrassingen in de zaadbank zitten.

Nu streepten we 197 soorten. Over een jaar of tien gaan we eens kijken of er al schot in het zaad zit.

 

Verslag PWG streeptocht 19/06/2018: Merelbeke – Merelbeekse meersen-Kerkhoek, hok D3-32-42

Annick Verstraete

Meer is soms minder. We waren met veel meer zoekers, deden een langere afstand en besteedden meer tijd maar we hebben minder gevonden dan vorige keren. 177 soorten is niet slecht maar doordat het grootste deel van het hok in vrijwel uniform biotoop lag, was in totaliteit de biodiversiteit lager.

Scheldemeersen met een grote vleug landbouwactiviteit onder de vorm van weiland en hooiland bezochten we deze keer. Het viel ons meteen op hoeveel Gewone bermzegge in de berm aan de brug stond. Struiend langs de weiden vonden we de gebruikelijke planten. De verruigde grachten stonden hoofdzakelijk vol met Liesgras. Enkel hier en daar zag je een pluk Moerasspirea of Echte valeriaan erboven uitsteken. Je moest al goed zoeken om Moeraswalstro te vinden.

Een hoogstwaarschijnlijk ingezaaid stuk bracht wat fraaiers op onze weg. Naast de mooie margrieten stonden ook Beemdkroon, Muskuskaasjeskruid, Geel walstro en Korenbloem te lokken. We bekeken ook even de hydathoden bij de Harde basterdwederik. Hydathoden kan je ook waterporiën of waterstomata noemen. Ze zitten meestal aan de bladpunten of aan de tanden op de bladrand. Planten kunnen via deze kleine gaatjes overtollig water afgeven als hun verdamping via de bladeren kleiner is dan hun wateropname via de wortels. Dat gebeurt als de luchtvochtigheid hoog is. Met een loepje zie je ze als een soort doorzichtige bolletjes. De Harde basterdwederik heeft er zo drie aan de top van het blad.

Via de Tijarm met zeer veel Reuzenbalsemien en hier en daar de bloeiwijzen van Grote engelwortel die er boven torenden, bereikten we terug het beginpunt dat zo eindpunt werd net zoals deze punt.

 

Verslag PWG streeptocht 26/06/2018: Desteldonk -Koppelingsgebied Desteldonk-Noord, hok C3-53-22

Willy Desmettre

Het koppelingsgebied werd 6 jaar geleden aangelegd als een 10 ha grote bufferzone tussen het dorp van Desteldonk en het noordelijke industriegebied. Het bestaat enerzijds uit een natuurcompensatiezone die ingericht werd als moeraszone, en anderzijds uit een verhoogde beplante bosberm.

Met het mooie weer waren er 9 plantenliefhebbers komen opdagen om dat veraf gelegen hok beter te leren kennen.

We startten langs het fietspad in de Rechtstraat. Met klein liefdesgras, ruwe kransnaaldaar, hertshoornweegbree, rechte ganzerik, zandhoornbloem en bleekgele droogbloem konden we al direct enkele mooie vondsten noteren.

In de grachten langs de Koemeerstraat waren het vooral de cypergrassen, die onze aandacht trokken. In het begin van de straat sierde het bleek cypergras de gracht. Verderop in de buurt van het koppelingsgebied was dat het rood cypergras.

Terwijl de dames in de groep gefascineerd waren door de vlucht van een ooievaar, trokken we het moerasgebied in, waar we tussen de vele grote lisdodde gewone waterbies, ruwe bies en hoge cyperzegge zagen. Overal in het gebied troffen we grote ratelaar aan. Blijkbaar is deze ooit samen met kleine pimpernel, korenbloem en margriet op een plaats in het gebied ingezaaid, maar terwijl er van deze soorten er alleen lokaal nog enkele exemplaren terug te vinden zijn, heeft de ratelaar zich blijkbaar over het ganse gebied verspreid.

Valse ridderspoor, Rood cypergras, Bleek cypergras, Liggende klaver en Kromhals© Claude Grandsart 

 

Om de avond af te ronden trokken we naar het industrieterrein, waar we in de zanderige bermen in de Korte Mate nog verschillende planten konden aanstrepen die we slechts zelden zien op onze Gentse streeptochten. We zagen er onder andere 4 soorten teunisbloem, driebloemige nachtschade, valse ridderspoor, kromhals, hazenpootje, duizendguldenkruid en wilde reseda. Met een totaal van 213 aangestreepte planten konden we dan ook spreken van een zeer geslaagde avond.

————————————

Streepjaar 2017

Verslag Algemene Vergadering PWG 28/01/2017:
NMC Bourgoyen

Annick Verstraete

Het startschot voor het streepjaar 2017 werd gegeven op 28 januari. Tijdens deze jaarlijkse winteractiviteit geeft onze voorzitter Jean De Prez een overzicht van het vorige streepjaar. Deze keer ook met fotootjes van de “speciallekes” dat jaar.

2016 was een heel actief jaar met 17 activiteiten. We kregen toen ook veel voorstellen binnen van de leden waardoor we veel input hadden voor onze kalender. Daardoor hebben we dat jaar ook zeer veel soorten gezien want de plekken waar we streepten waren heel divers. Op de kalender van 2017 staan er minder activiteiten. De ideeën van de leden waren blijkbaar op. Met het bestuur hebben we toch 13 activiteiten vastgelegd. Die vind je terug op de website onder het luik ‘activiteiten’.

Claude Grandsart verzorgde een leuke fotopresentatie waarbij we konden watertanden over allerlei mooie planten. Foto’s trekken zoals Claude doet, kunnen de meesten onder ons niet. Maar het kriebelde alweer om vanaf de lente te gaan speuren naar de flora die ons omringt.

Verslag PWG streeptocht 27/04/2017: Parkjes Mariakerke Paul van Tieghem en Claeys Bouüaert, hok D3-11-24

Annick Verstraete

Voor het eerste hok van het streepjaar krijgen we niet veel tijd om te kijken.  In april is het  ’s avonds nog  snel  donker.  Goed dus voor een verstedelijkt hok met hier en daar een groene plek. Twee parkjes waren het onderwerp.  Een overhoekje aan het dienstencentrum van Mariakerke en het domein Claeys Bouüaert. Net goed om het wintergrijs geheugen terug op te frissen.

Massale bosvoorjaarsflora hebben we niet gezien. Toch veel voorjaarssoorten in kleine hoeveelheden: bosanemoon, bosandoorn, speenkruid, muskuskruid, drienerfmuur, gewone salomonszegel, lelietje-van-dale, (gewone) eikvaren, … De ereprijssoorten werden door sommige leergierigen gretig bekeken. Super als je er meteen zes kan vergelijken.

 

Veldereprijs - Veronica arvensis - Claude GrandsartTijmereprijs - Veronica serpyllifolia - Claude GrandsartDraadereprijs - Veronica filiformis - Claude Grandsart

Akkerklimopereprijs - Veronica hederifolia hederifolia - Claude GrandsartGrote ereprijs - Veronica persica - Claude GrandsartGewone ereprijs - Veronica chamaedrys - Claude Grandsart

Foto’s Claude Grandsart: boven = Veldereprijs – Tijmereprijs – Draadereprijs
en onder =  Klimopereprijs – Grote ereprijs – Gewone ereprijs

De mooiste parkstukjes waren de vochtige graslandjes in Claeys Bouüaert. Toen begon het al te schemeren. We ontdekten daar nog een heleboel: penningkruid,  reukgras, ratelaars en gewone veldbies tussen zeegroene zegge, een kale jonker, plukken scherpe en moeraszegge, wat blauw glidkruid, koninginnekruid en moerasspirea. Waarschijnlijk is daar op klaarlichte dag nog veel meer te ontdekken. Da’s voor een andere keer. Toch 161 soorten gespot op enkele uren tijd.

Verslag PWG streeptocht 11/05/2017: Melle – Natuurpuntbosjes en spoorwegtaluds, hok D3-34-33

Annick Verstraete

Bosjes, je vindt ze wel eens hier en daar op een verloren hoekje. Hoekjes die niemand wil en door verwaarlozing tot bosjes uitgegroeid zijn.  Deze stukjes zijn niets anders; Kouterslag - Bosjes Natuurpuntgeprangd tussen maar liefst 3 spoorlijnen. Dat niemand ze wil is eigenlijk niet waar. Getuige daarvan zijn de vele sporen van bezoekers. Deze minibosjes zijn erg in trek bij mountainbikers, honden en hun baasjes, joggers en vooral bij jongeren die eindelijk een plekje vinden zonder dat pa en ma hen op de vingers kijkt. Natuurpunt Bovenschelde heeft ze in beheer gekregen en laat ons eerlijk zijn: er is nog veel werk aan de winkel.

Maar toch zijn er her en der boskruiden te vinden zoals hyacinten, viooltjes, salomonszegels, vogelmelk en enkele varens, …  Potentieel dus aanwezig voor de toekomst. We waren met een klein groepje van negen dat het dreigende onweer omzeilde en dus rustig enkele soorten van naderbij kon bekijken en bediscussiëren. Altijd leerrijk voor beginners en gevorderden die elkaar oude en nieuwe kneepjes aanleren.

Veldkruidkers - Lepidium campestre - Claude GrandsartEén plant in het bijzonder viel ons op: Lepidium campestre of Veldkruidkers. Meestal zien we andere kruidkersen tijdens onze streeptochten in het Gentse. Maar het verdict was unaniem.  Duidelijke stengelomvattende bladeren aan een rechtopstaande stengel; behaarde vruchtjes aan de top gevleugeld en vleugels vergroeid met de snavel die praktisch niet buiten de vrucht uitsteekt; gele helmknoppen in de witte bloempjes.

We eindigden de avond langs de nabijgelegen vijver. Met nog wat moerassoorten op de streeplijst hadden we uiteindelijk 132 soorten gezien.

Foto Veldkruidkers – Claude Grandsart

Verslag PWG streeptocht 16/05/2017: Gentbrugse meersen Noord, hok D3-23-12

Annick Verstraete

Deze keer was een stuk van de groenpool Gentbrugse meersen aan de beurt. Aan deze kant van de Schelde liggen heel kleine stukjes van de hokken D3-23-12 en D3-23-21. Hokken die meestal gestreept worden aan de Destelbergse kant van de Schelde. Dus we dachten: we doen meteen twee van die kleine stukjes. Dat was slecht gedacht want we hebben maar één van de twee ‘overhoekjes’ kunnen doen, dat van D3-23-12.

Natuurlijk liggen hier natte meersgronden.  Het beheer is er nog niet lang bezig. Maaien en afvoeren is nog maar enkele jaren gestart en je ziet al het verschil als een grasland een jaartje minder in beheer is. Er ontstaan stilaan plekjes met o.a. Reukgras. Hier en daar zijn enkele stroken licht uitgegraven. Van dat niveauverschil profiteren meteen planten als Gewone waterbies, Geknikte vossenstaart, Pitrus, Wolfspoot, …

De overwinningskracht van de natuur word mooi geïllustreerd door een Ruwe berk op de hoek van het dak van een vervallen gebouw.  Hij –  of eerder zij? – balanceert er precies als een ballerina. Binnenin het gebouw zie je dan de wortels die van aan het plafond tot in de grond reiken om het evenwicht in stand te houden. Knap die stadsnatuur!

Een klein bosje rondom dit vervallen optrekje dikte de lijst aan met planten van een gans ander biotoop. Zo eindigden we met 138 streepjes op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 23/05/2017: Merelbeke – Hukkelgem, hok D3-33-14

Willy Desmettre

Met de 12 opgekomen plantenliefhebbers bezochten we eerst het bosje bij het kasteel Rotsart de Hertaing. Daar zagen we een aantal bosplanten zoals adelaarsvaren, salomonszegel, boszegge en ijle zegge, en ook veel lelietjes-van-dalen. De vreemde eend in het bos was de geranium x oxonianum, een verwilderde ooievaarsbek, die gelijkt op de roze ooievaarsbek, maar uitgerande kroonbladen heeft met een donkere nervatuur.

Daarna gingen we aan de overkant van de straat naar het braakliggende afbraakterrein van de vroegere Orangerie. Het terrein bestaat vooral uit zandgrond, en we troffen er dan ook planten aan zoals reigersbek, grote zandkool en schapenzuring, maar ook witte krodde, wouw en rankende duivenkervel.

Op hetzelfde terrein zagen we ook een aantal verwilderde tuinplanten, zoals venkel, bernagie, wijnruit, absintalsem en vuurdoorn. Deze zijn wellicht allemaal relicten van het vroegere tuincentrum.

De ereprijzen kwamen er ook goed aan bod. Naast grote ereprijs en veldereprijs vonden we akkerereprijs, vreemde ereprijs, blauwe waterereprijs en een ereprijs waarbij het vijfde kelkblaadje van de brede ereprijs niet direct werd gezien, zodat we bij het opzoeken in de flora’s op een dwaalspoor werden gebracht. Ook in dit geval ging het wellicht om een verwilderde tuinplant.

Dit braakliggende terrein bleek uiteindelijk zo interessant dat we er bij het invallen van de duisternis nog steeds aan de slag waren. We zijn er dan ook helemaal niet toe gekomen om tot in de Heiwijk aan de overkant van de Ringvaart te komen. Toch konden we de avond afsluiten met 186 streepjes, waarbij verschillende planten die we zelden aantreffen op onze streeptochten.

Verslag PWG streeptocht 08/06/2017: Drongen – De Campagne, hok D3-11-31

Willy Desmettre

Met Joost als gids en streper wilden we vandaag het landgoed De Campagne bezoeken, een oud kasteelpark in Engelse landschapsstijl met een rijke geschiedenis. Het was in de 18e eeuw het buitenverblijf van een rijke bankiersfamilie, waarna het landgoed het recreatiedomein werd van de Jezuïeten novicen. Nu is het eigendom van de stad Gent.

Met het mooie weer waren er 15 plantenliefhebbers komen opdagen. We startten in de graskanten langs de straat, waar reeds heel wat courante planten konden worden aangestreept.

In het kasteelpark zelf vonden we enkele typische bosplanten zoals schaduwgras, boskortsteel, groot heksenkruid, salomonszegel, waterpeper en ijle zegge. Door de aanhoudende droogte zagen de natte graslanden er nog allesbehalve nat uit, maar toch zagen we er blauw glidkruid, moeras- en zompvergeet-mij-nietje en moeraszegge.

Eenmaal buiten het park vervolgden we onze weg langs de gracht, waar onze aandacht niet alleen werd getrokken door typische slootplanten als grote waterweegbree, hoge cyperzegge en grote egelskop, maar ook door heel wat opgeschoten tuinrabarber, die er uit de kinderboerderij was ontsnapt.

Tenslotte kwamen we op een vroegere akker, waarop jonge bomen waren aangeplant als onderdeel van het portaal tot de groenpool. De toegang tot dit terrein werd overheerst door een massa echte kamille en schijfkamille en restanten van vroeger gekweekte gewassen als gerst, tarwe en haver getuigden nog van het vroegere gebruik van de akker. Aan de rand ervan troffen we uiteindelijk ook nog enkele verwilderde tuinplanten aan, zoals juffertjes-in-‘t-groen en slaapmutsjes.

We konden de avond zo afsluiten met 195 aangestreepte planten.

Verslag PWG streeptocht 15/06/2017: Parkbos Zwijnaarde, hok D3-31-24

Annick Verstraete

Een verwittigd man is er twee waard maar wat met de vrouwen? Zorgend als ze zijn gaan ze de wegenwerken verschillende keren verkennen en geven advies zodat iedereen op zijn bestemming geraakt. Dat lukte dan ook wonderwel behalve dan voor de streepster zelf.  Die volgde uiteindelijk tegen haar eigen advies in de aangegeven wegomlegging met het gekende gevolg; plots is er geen aanduiding meer en heb je zelf het raden naar de weg. Gelukkig helpen dan de ademhalingsoefeningen ‘adem in, adem uit’ zodat je niet oververhit aankomt bij de wachtenden.

Maar het lekker weertje en het mooie hok deden de omzwervingen vergeten en algauw waren we lustig aan het strepen. 179 streepjes werden er gezet in dit deel van het parkbos. Wat bermen, wat grachten, wat grasland, wat park-bos en wat akker, waren de ingrediënten deze avond.

Enkele planten vielen ook deze keer meer in de smaak dan andere. Doorgaans omdat we ze in Gent niet elke keer tegenkomen. Eén van de oorzaken is vermoedelijk de omgewerkte/aangevoerde grond bij de aanleg van het fietspad. Het onooglijk bloempje van de Kleine leeuwenbek viel toch in ons oog. Het Echt duizendguldenkruid kreeg ooit zijn naam uit waardering voor de plant en die hebben we  nog steeds.   Het Hazenpootje blijft een leukerd om te zien en Liggende klaver en Basterdklaver zijn ook niet mis.

 

 

 

Foto’s Claude Grandsart: boven = Kleine leeuwenbek – Hazenpootje – Liggende klaver en onder =  Basterdklaver

De witte pakketten aan de overkant van de gracht bleken  uiteindelijk uitbundig bloeiende Moeraswalstrootjes te zijn en de Kruldistel in de berm en het reuzenexemplaar van Watertorkruid  misleidden ons uiteindelijk toch niet.

Meten is weten en ruiken soms ook. Joost, onze snuffelaar, was er niet bij maar toch hebben we de muskus geroken aan het Muskuskaasjeskruid. Is je neus verstopt dan meet je de bijkelkblaadjes maar: Bij Muskuskaasjeskruid zijn ze lijn- of lijnlancetvormig; bij Vijfdelig kaasjeskruid elliptisch tot lancetvormig.
kaasjeskruid
En voor wie zijn plantentermen niet meer kent:
Lijnvormig:                L:B= 10,1 of meer
Lijnlancetvormig:        L:B= 5,1 tot 10
Lancetvormig:            L:B= 3,1 tot 5
Elliptisch:                  L:B= 1,1 tot 2

Verslag PWG streeptocht 27/06/2017: Latemse meersen, hok D2-28-42

Joost Buyse

We inventariseren hok D2 28 42

 

 

Verslag PWG streeptocht 13/07/2017: Ovenveld Melle, hok D3-34-31

Willy Desmettre

Er waren 9 plantenliefhebbers opgekomen voor de inventarisatie van dit hok, dat we met onze plantenwerkgroep nog nooit hadden bezocht.

We startten op het terrein rond de visvijver, waar een uitgebloeide zwanenbloem en een witte vorm van de zwarte toorts het meest aandacht trokken. Intussen hadden de hamerslingeraars hun activiteiten op het grasveld gestaakt, zodat we dit veilig konden verkennen. Aan de rand ervan stond er vooral veel melganzenvoet en zwarte nachtschade, maar we zagen er ook bleekgele droogbloem, kleine majer, klein springzaad en kleine kaardenbol.

In het kleine bosje aan de overkant van de beek werden we aan de rand van het water verrast door een gras dat in eerste instantie beschouwd werd als gevinde kortsteel. Na nader onderzoek van de breedte van de bladeren, het uitzicht van de bladeren met de witte middennerf, de vrij sterk behaarde stengelknopen en de lengte van de kafnaald, die langer was dan het lemna, bleek het uiteindelijk om de meer courante boskortsteel te gaan.

We vervolgden onze weg via het paadje langs het sportveld, waar vooral de vele kruldistels opvielen. Zo kwamen we tot bij de spoorwegberm met onder andere bosrank,  zandteunisbloem en kleine leeuwenbek.

Ook op de terugweg werden nog heel wat nieuwe planten aangetroffen, vooral op een braakliggend terreintje, waar we bolletjesraket, goudgele honingklaver en alsemambrosia aantroffen. De laatste streepjes waren voor het rood guichelheil, het gewoon langbaardgras en de avondkoekoeksbloem. Met deze laatste plant konden we de avond dan ook voldaan afsluiten met 226 gevonden planten.

Verslag PWG streeptocht 03/08/2017: omgeving Wielewaalstraat, hok D3-12-31

Katrijn Vannerum

Het Wielewaalbosje met zijn populierenaanplant en speelterrein zag er niet zo veelbelovend uit, maar we vonden vegetatieve sporen van Maarts Viooltje en Breedbladige Wespenorchis in het fluitenkruidtapijt. Zaailingen van o.a. Lijsterbes, Vlier, Zomereik, Hulst en Veldesdoorn brachten diversiteit in de struiklaag. De hoge bomen vingen veel wind: we zaten lekker beschut. Naast de wilde Hedera helix, staken ook andere klimopvariëteiten de populierenstammen in een groen jasje. De herkenning van diverse ingevoerde klimopsoorten is nog een hiaat in onze kennis. Wie waagt zich eraan?

De korte Lijsterstraat, die ons van het Wielewaalbosje naar de Groendreef leidde, bleek een verrassing. In een grasperkje naast de politiekazerne tikte de lijst gevoelig aan met ruderale soorten, o.a. Viltig Kruiskruid, Klein Kaasjeskruid, Viltige Bastaardwederik, Liggende Vetmuur. Tussen de straatstenen vond Annie Klein Liefdegras en Langbaardgras. Echtgenoot Jean kon niet onderdoen en toonde ons Kweldergras.

Langs de zongerichte steile waterkant van de Coupure vonden we planten van droge plaatsen als Slangenkruid, Wilde Reseda, Muurpeper en Muizenoortje. Voor de ene waren de grootte van de bladeren, voor de andere het aantal knobbeltjes doorslaggevend om de zuring aan de waterkant te bestempelen als Waterzuring. Aan de andere oever bleek het om een heel andere plantengemeenschap te gaan met overwegend Boerenwormkruid, Knoopkruid, Margriet, Vlasbekje. Onder de brug van Palinghuizen vonden we dan nog moerasplanten als Wolfspoot, Moerasvergeet-mij-nietje, Gele Lis, Gele Plomp, Watermunt. De Watermuur was het hogerop gaan zoeken tussen de stoepstenen op de brug. Vandaar bewonderden we de zonsondergang. De geur van de bloeiende Vlinderstruiken is bij zomeravonden als deze gaan horen.

Tot de laatste meters van onze lus werden streepjes gezet. De lijst werd de laatste tien minuten zelfs herhaaldelijk weer uit de rugzak gehaald. We hadden op korte afstand dan ook een schare aan verschillende biotopen ontdekt, wat de eindstand op 177 soorten bracht.

Verslag PWG streeptocht 10/08/2017: omgeving Neermeerskaai Gent, hok D3-22-14

Willy Desmettre

Ondanks het druilerige weer waren er toch 14 mensen komen opdagen. Joost was onze gids en ook de streper van dienst.

We startten op het parkeerterrein aan de Yachtdreef, waar ons vooral het vele kaal breukkruid opviel, maar vele andere planten zoals het klein liefdesgras, waren hier ook reeds te zien.

In de buurt van de Watersportbaan waren de bermen en de grasvelden helaas pas kortgeschoren, zodat vooral enkele exotische bomen als de honingboom, de amberboom en de trompetboom daar met de meeste aandacht gingen lopen.

Aan de Neermeerskaai zagen we vooral veel grote zandkool. Bij een discussie over een gras dat eerst als een vingergras werd beschouwd, bleek het tongetje te ontbreken, en waren ook alle aren op dezelfde hoogte ingeplant. Het was dus handjesgras.

Aan de Koning Albertbrug zagen we dat de zwartsteel daar de kaaimuur siert. Zoals zijn naam al aangeeft, heeft deze varen uit de familie van de Aspleniaceae een bladsteel die grotendeels zwart gekleurd is.

Via de Gordunakaai keerden we naar onze startplaats terug. Op het doorweekte streepblad had Joost intussen een 150-tal planten aangestreept.

Verslag PWG streeptocht 22/08/2017: Omgeving Franse Vaart Ledeberg, hok D3-22-24

Herman Van de Wynkele

Op een toch wel mooie zomeravond was er de streeptocht in de buurt van de Franse Vaart met de Aldi van Ledeberg als startpunt. Naast de Aldi is er momenteel een braakliggend terreintje. Er was wat verwarring rond Bilzekruid (Hyosciamus niger) dat na verder opzoekwerk door Joost thuis Zegekruid (Nicandra physalodesd) bleek te zijn. Zwarte kliervormige structuren op de plant brachten ons in verwarring, maar bleken achteraf geen typisch determinatiekenmerk te zijn. Typische soorten voor de dat soort terrein waren de op elkaar lijkende soorten zoals Spiesmelde, Melganzenvoet, Stippelganzenvoet en Korrelganzenvoet. Ook werd er nog de Kleine Ooievaarsbek (Geranium ‘pussy’) gestreept.

Daarna ging de streeptocht verder langs de Franse Vaart, waar de Rechte Ganzerik (Potentilla recta) een mooie waarneming was. Verderop vlakbij de op- en afrit van de autosnelweg konden wij om de avond af te sluiten in volle schemering nog Blaassilene en Rapunzelklokje strepen.

 

Verslag PWG streeptocht 7/09/2017: Educatieve zone Jan Hublé, Bourgoyen-Ossenmeersen Gent, hok D3-11-42

Willy Desmettre

We hebben ons streepjaar afgesloten in de educatieve zone in het Noordelijk deel van de Bourgoyen-Ossenmeersen. Daarvoor waren niet minder dan 23 plantenliefhebbers komen opdagen.

Bij het begin van de streeptocht werden we op een regenvlaagje getrakteerd, maar toch schrikte dat niemand af om Joost, de streper van dienst, direct een resem plantennamen toe te roepen. Zo zagen we er onder andere de heggenduizendknoop, die duidelijk te onderscheiden is van de zwaluwtong door de langere steel van het vruchtdragend bloemdek en de brede vleugels van de buitenste bloemdekbladen. De dopvruchten zijn glanzend en glad, terwijl deze bij de zwaluwtong fijnkorrelig en dof zijn.

Na een grondig onderzoek van de toegangszone trokken we naar de vijvers. Naast de te verwachten planten als grote waterweegbree en moeraskers, werden ook de ruwe bies en de smalle waterpest aangestreept.

De uitgedroogde gracht werd nog gesierd door heel wat zwanenbloemen en kikkerbeet, en ook watertorkruid en moerasvergeet-mij-nietje waren er te zien. Hoewel de duisternis stilaan inviel, werden er ook in de graskanten nog verschillende planten gevonden, waaronder aardbeiklaver.

Toch werd het snel veel te donker om nog veel planten te herkennen. De terugtocht door het donkere bosgedeelte, waarbij verschillende mensen de groep uit het oog waren verloren, leek soms meer op een nachtspel van een jeugdbeweging, dan op het einde van een streeptocht. Naderhand konden we samen nog genieten van een heerlijk biertje om ons werkjaar af te sluiten.

————————————

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s