Verslagen PWG Gent


GE DIGITAL CAMERA

Streepjaar 2021


Verslagen voor 2021 komen eraan van zodra we weer op pad zijn.


Streepjaar 2020


Verslag Algemene Vergadering PWG 31/01/2020:
DE STEK (naast NMC Bourgoyen)

Annick Verstraete

Januari, de eerste maand van een nieuw streepjaar. Ook bij onze plantenwerkgroep heffen we het glas op 2020. Als PWG-ers vonden we het alvast een goed idee om elkaar eens terug te zien tijdens de winterrust van ons lievelingsonderwerp.

Jean had voor ons weer alles keurig op een rijtje gezet. Zo kunnen we jaarlijks onze werking evalueren. Uit de samenvatting bleek dat we in 2019 met 13 streeptochten  in totaal 165 deelnames hebben verzorgd. Dat is een gemiddelde opkomst van 12,7. In de Assels op een mooie juliavond waren we met de grootste groep van 20 plantenliefhebbers. We moeten dus niet panikeren dat we eenzaam zullen moeten strepen.

2043 streepjes werden het voorbije jaar gezet en doorgegeven in de database van het INBO, de floradatabank. Uit die aanstrepingen blijkt dat er 514 soorten planten alvast nog voorkomen  in het Gentse. Een gemiddelde van 157 planten per kilometerhok. Bij die hokken zaten zowel natuurgebieden als sterk verstedelijkte plekken.

2020 komt eraan en Willy, Herman, Katrijn en Annick stelden hun 11 uitgekozen hokken voor. Dit jaar terug een mix van hokken waar we al lang niet meer of nog nooit gestreept hebben. Daaronder een aantal sterk verder bebouwde stukken waar we liever niet komen maar toch benieuwd zijn over wat er nog overblijft aan plantensoorten tussen het beton. De data vind je terug op deze website onder het luik ‘activiteiten’.

Als afsluiter dit jaar vervoerde Jean ons in gedachten naar Kreta. Zo weten we dat er nog veel nieuwe planten te ontdekken zijn als we het hier voor bekeken houden.

Verslag PWG streeptocht 16/06/2020: Merelbeke – omgeving faculteit Diergeneeskunde UGent, hok D3-33-32

Annick Verstraete

Eindelijk! Groen licht gekregen om te starten met onze tochten na de lockdown. Sommigen zagen het écht nog niet zitten. Hetzij omdat het besmettingsrisico nog niet weg was; hetzij omdat ze krankjorum werden van die mondmaskers. Geef toe, het ziet er niet uit zo een groep plantenliefhebbers in corona-uitrusting:

Plantenwerkgroep in tijden van corona (© Claude Grandsart)

De geplande weg kon ook al niet gevolgd worden. Door COVID 19 verviel de toestemming om bepaalde stukken te betreden. Een ander mooi deel was ondertussen omgeploegd dus het had geen zin om tot het andere eind van het hok te lopen met die onweersdreiging boven het hoofd. Rond de Salisburylaan waren nog genoeg wilde hoekjes om de 13 gemaskerde PWG-leden blij te maken. Jammer voor de planten maar goed voor ons dreven de buien net naast het hok. 197 soorten werden aangestreept in dit “wit hok” (= sinds het ontstaan van de Gentse PWG nog nooit door ons gestreept).

Verschillende menselijke invloeden waren te zien bij de flora. Nabij huizen zag je hier en daar een tuinplant koekeloeren tussen de bermplanten: Lange ereprijs, Kruisbladige wolfsmelk, Zilverschildzaad, Verbena bonariensis en Viola x wittrockiana.

Gewone duivenkervel (© Claude Grandsart)
Viola x wittrockiana (© Claude Grandsart)

Veelkleurig vergeet-mij-nietje (© Claude Grandsart)

In de buurt van de autosnelweg veel Brandpastinaak en Gevlekte scheerling. Ook de exoten nemen dit hok verder in: Canadese en Hoge fijnstraal, Bezemkruiskruid, vlinderstruiken en de Japanse duizendknoop.

Deze keer waren de teunisbloemen geen voer voor discussie: (Grote) Oenothera glazioviana, (Middelste) O. biennis en O. x fallax.

De toegankelijke kant van de vijver en een gracht brachten heel andere streepjes op de lijst: Grote waterweegbree, Groot moerasscherm, Hangende zegge, Gele lis, Wolfspoot, Grote kattenstaart en Blaartrekkende boterbloem.

Pierre was mee dus er kwamen ook speciale graskes op de lijst: Poa infirma en Poa pratensis subsp. irrigata.

Een extra blijmakertje was Dreps. Draviken zijn op zich al een sierlijke verschijning maar die frisgroene Dreps was bijzonder mooi. Diegene die die plant de kiezige naam “dreps” heeft gegeven was vast in een slechte bui die dag.

Dreps (©Saxifraga-Rutger Barendse)

Verslag PWG streeptocht 02/07/2020: Gent – omgeving Ghelamco-arena AA Gent, hok D3-32-22

Annick Verstraete
Foto’s: Annick Verstraete

Nachtmerries voor bestuursleden van een PWG bestaan. Op woensdag nog snel even gefietst naar het hok voor donderdagavond om de verkeerssituatie te polsen. En ja, de techniek gaat vooruit; tot tegen de boomstam kunnen ze het al. En daar stond vorig jaar Bijenorchis.

Een dag voor de inventarisatie

Een magere opkomst bij dit dreigend regenweer en plantenliefhebbers die blijkbaar niet veel verwachtten van een voetbalstadiumhok. Na het zien van die maaibeurt was ik ook ontmoedigd, maar ten onrechte. We hebben met ons drieën genoten van de rust en kunnen bijleren van elkaar en alle drie alle planten zelf kunnen zien; een luxe.

Dit hok was voor de bouw van de Ghelamco-arena nog vrij groen met leuke grachtjes, natte percelen, verwaarloosde ruigtes. Nu blijven zakdoekjes over van deze biotopen die restpopulaties van het fraais moeten trachten te herbergen. We vonden van de moerasvegetatie nog Moerasspirea, Echte valeriaan, Zeegroene rus en Pitrus, Blaartrekkende boterbloem, Wolfspoot en enkele Moerasandoorns.

In de niet gemaaide bermen nog Slangenkruid, Brede lathyrus, Muskuskaasjeskruid, en Gewone agrimonie. Aan de Scheldeoevers Valse voszegge, Hongaarse raket en Middelste ganzerik. De Ringvaartoevers  met de typische Grote engelwortel en Waterzuring tooiden op een bepaalde plaats volledig wit-roze door een grote populatie Wit vetkruid. Dichterbij de autosnelweg Gevlekte scheerling en Brandpastinaak.

Wit vetkruid

En nu is er ook een brug gebouwd dus ben je snel aan de overkant van het hok. Wie daar gaat kijken vindt ook Graslathyrus, Heggenrank, Zeepkruid, Kruldistel en Echt duizenguldenkruid. Eentje ging nog snel even piepen achter de CocaCola-fabriek en vond daar Duinroos en Kromhals.

Na alle hoekjes en kantjes van dit lappendekenhok kwamen we aan een lijst met 214 soorten.

Kromhals

Verslag PWG streeptocht 9/07/2020: Wondelgem, hok D3-12-21

Herman Van de Wynkele

Met een tiental deelnemers werd op 9 juli afgesproken in de Driemasterstraat in Gent. Het hok om te strepen grensde aan een hok dat vorig jaar ook al gestreept werd. Op voorhand werd er al beloofd dat het een hok zou worden met tal van speciale waarnemingen.

Het strepen begon in een klein industrieparkje. Via een doorsteek kwamen we uit langs de spoorwegbedding. Daar vonden we een enkel exemplaar van Echt duizendguldenkruid, Klein Robertskruid en een voor Vlaanderen vrij unieke waarneming van ‘Epilobium brachycarpum’. Deze laatste is een adventiefplant en van uiterlijk zeer fijn voor een Basterwederiksoort. De grootste planten waren ongeveer een halve meter hoog. Op het moment van de streeptocht stonden de planten nog niet in bloei.

De volgende halte was een klein parkje. Daar ook enkele zeldzame en opmerkelijke soorten, bijvoorbeeld de herfstalsem. Daarnaast ook twee onverwachte soorten als Beemdooievaarsbek en Beemdkroon.

Als afsluiter gingen we nog een braakliggend industrieterrein op met opmerkelijke soorten als Bont Kroonkruid, Vlokkige toorts en Gifsla.

Verslag PWG streeptocht 28/07/2020: Melle – omgeving Ringvaart, hok D3-33-24

Willy Desmettre

Gewapend met een mondmasker begonnen we met 6 personen aan de streeptocht. Bij het vertrekpunt konden we de gebruikelijke bermplanten noteren, waaronder vlasbekje, hoge en Canadese fijnstraal en heelblaadjes. Het buitenbeentje was er de vroege wolfsmelk (Euphorbia characias), die er wellicht was opgeschoten uit weggeworpen tuinafval.

De bermen langs de Ringvaart, die een tiental dagen tevoren nog bekleed waren met een kleurige flora, waren helaas onlangs kaal geschoren. Toch vonden we er naast grote kattenstaart en koninginnenkruid nog valse voszegge, grote engelwortel en een overgebleven exemplaar van de grote kaardenbol. Aan de overkant van de weg stond er groot heksenkruid.

Om niet al te gedeprimeerd te raken door de kaalgeschoren oevers, trokken we weldra omhoog richting Brusselsesteenweg, waar er heggendoornzaad, ijzerhard en moeraskers te zien was.

Aan de andere kant van de Ringvaart vonden we tussen de Fluviussite en de rand van de Schelde een ruigte met een rijke flora. Ondanks de aanvallen van de knijten konden we er ten volle van genieten. Naast de verschillende ganzenvoeten en zuringen, waaronder goudzuring, vonden we er bitterzoet, blauwe waterereprijs, kleine leeuwenbek, wouw, kleverig kruiskruid, geoord helmkruid, stijf barbarakruid en ruige fijnstraal. Deze laatste, die afkomstig is uit Zuid-Amerika, lijkt nu ook in onze streken in volle opgang. Zij heeft een stengel met lange stugge haren en de kleine bloemhoofdjes staan in een brede, losse, ronde pluim. Ze is te onderscheiden van de Canadese fijnstraal door de bladrand met gekromde haren en de buisbloemen met 5 lobben, terwijl de haren aan de bladrand van de Canadese fijnstraal lang afstaand zijn en deze buisbloemen met 4 lobben heeft. Hoge fijnstraal heeft flink behaarde bloemhoofdjes, terwijl die bij de ruige fijnstraal vrijwel kaal zijn.

Terug op de Brusselsesteenweg stond er op de middenberm zilte schijnspurrie en hertshoornweegbree, 2 typische planten van  bepekelde wegen.

Op het plein aan het station zagen we naast bleekgele droogbloem ook Oenothera rubricaulis, een teunisbloem die wel meer voorkomt in het Gentse. Deze heeft een rode bloeiwijze-as, kelkbladen zonder rode strepen, kroonbladen met een lengte van 10 à 20 mm en conische haarbasisknobbels, in tegenstelling tot Oenothera ersteinensis, waarbij de knobbels cilindrisch zijn. In de bermen naar het perron stond er grote zandkool, boslathyrus en wilde reseda.

Terwijl het stilaan donker werd, gingen we langs de spoorwegberm terug naar onze startplaats. Ook daar konden we nog enkele planten toevoegen zoals bonte luzerne, brandpastinaak, gevlekte scheerling, akkerkers, grijze mosterd en klein liefdesgras.

We konden de streeptocht uiteindelijk afsluiten met 236 planten op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 4/08/2020: Vinderhoutse Bossen Noord, hok D3-11-14

Willy Desmettre

Nadat we vorig jaar reeds een inventarisatie hadden gedaan van de lenteflora, wilden we dit nu ook doen van de zomerflora in hetzelfde gebied. Maarten Vangansbeke, één van de conservators van de Vinderhoutse bossen, leidde er ons rond.

De Vinderhoutse bossen vormen intussen de kern van de gelijknamige groenpool. Diverse wandelroutes lopen nu langs het gebied, maar het waardevolste stuk blijft ontoegankelijk voor het publiek om er de natuur in het nat moerasbos zo goed mogelijk te beschermen. Op het einde van de ijstijden werd er in het gebied een kalklaagje gevormd, afkomstig van de skeletten van kalkwiertjes die hier in ondiepe plassen leefden, waardoor er nu in de omliggende graslandrelicten kalkminnende planten en paddenstoelen kunnen groeien, die samen met de oudbosplanten bijdragen tot de uitzonderlijke waarde van dit gebied.

Op het pad langs het bos zagen we al direct enkele typische bosplanten als boskortsteel, bosandoorn, geel nagelkruid en groot heksenkruid. Toch vonden we er ook verschillende tuinplanten als mahonie, pontische rododendron, kruisbladige wolfsmelk, kruipende smeerwortel, Deutzia en vuurdoorn, die nog getuigen van de tijd toen het gebied in privébezit was en tuiniers er hun tuinafval achterlieten. Bepaalde exoten als reuzenbalsemien en laurierkers worden er nu actief bestreden, maar toch konden we er nog enkele exemplaren van terugvinden. Langs de rand van het bos zagen we verder kleine majer en zowel wegedoorn als sporkehout en uit de gracht werd er smalle waterpest en bultkroos gevist.

Eenmaal in het bos zagen we nog de resten van enkele voorjaarsbloeiers als slanke sleutelbloem, kruipend zenegroen en eenbes.

Het interessantste stuk van de avond was een geplagd moerassig veld.  Nadat we in de nabije gracht reeds enkele horsten met stijve zegge hadden gezien, stond er in het veld blauwe zegge, geelgroene zegge en zwarte zegge. Verder vonden we er onder andere waterpunge, moeraswalstro, waternavel, gevleugeld hertshooi, gewone waternavel en gespleten hennepnetel.

Op de terugweg gingen we langs een droger gedeelte van het bos, waar de welriekende agrimonie het meest onze aandacht trok. We konden onze avond in dit mooie gebied afsluiten met 178 streepjes op de lijst.

Verslag PWG streeptocht 20/08/2020: Gent Centrum, hok D3-22-21

Willy Desmettre

Onze laatste streeptocht van dit jaar vond plaats in de het centrum van Gent. Het was schitterend weer en ondanks de coronamaatregelen en de mondmaskerplicht waren we met 17 personen samengekomen op de Kouter.

Reeds bij het begin van onze tocht konden we enkele typische Gentse stadsplanten als hemelboom, muursla, kransmuur, kransgras en klein liefdesgras noteren.

Op de kaaimuur bij de brug stond er een verwilderd tandzaad (Bidens triplinervia var. micrantha) en aan de Leieboorden in de Recollettenlei en de Lindenlei vonden we onder andere rode spoorbloem, muurfijnstraal, groot nagelkruid en Japanse wijnbes. In een boomspiegel zagen we een Chenopodium met boomvormige vertakkingen, die we niet direct op naam konden brengen, maar die naderhand door Geert kon gedetermineerd worden als Teloxys aristata (‘seafoam’). De klimopbremraap, die nu op verschillende plaatsen in Gent opduikt, was ook hier te zien.

Aan de rand van de Coupure trok vooral de kleine bergsteentijm onze aandacht. We vervolgden onze weg langs de Iepenstraat en de Oude Houtlei, en zagen er naast moeraskers ook verschillende verwilderde tuinplanten als Japanse spirea, dalmatiëklokje, tuinlobelia en stokroos. In een rioolputje stond er tongvaren.

In de Brandstraat groeide er een vijgenboom vanuit een keldergat. In een ander keldergat zagen we fijn venushaar met niervormige pseudoindusia en nerven die eindigen tussen de tandjes van de bladrand; bij echt venushaar, dat in Gent ook op verschillende plaatsen terug te vinden is, zijn de pseodoindusia langwerpig en eindigen de nerven in de tandjes van de bladrand. Tussen de fietsrekken groeiden er zaailingen van boswilg en stond er ook verwilderde nachtschone.

Daar de duisternis begon in te vallen, spoedden we ons nog naar de Predikherenlei om er de flora op de kaaimuren te bekijken. De eikvaren die er groeide bleek na microscopisch onderzoek brede eikvaren te zijn. Verder was daar onder andere steenbreekvaren, blauw glidkruid, klein glaskruid en ook halsbloem te zien.

We konden onze streeptocht in de Gentse binnenstad uiteindelijk afsluiten met 175 gevonden planten.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s