Verslagen NWB

MET DE NATIONALE WERKGROEP BOTANIE OP STREEPTOCHT IN 2016

Prille Lente in en rond het kerkhof van Quenast


Op zaterdag 9 april mocht Luc Allemeersch andermaal de spits afbijten met een eerste inventarisatie in Waals-Brabant. Met 21 deelnemers kon Luc het kerkhof uitkammen. Er viel direct op dat hier een groot aantal tuinplanten of aangeplante soorten verwilderd waren, zoals rode spoorbloem, slaapmutsje enz…Boskruiskruid was toch wel opmerkelijk op een kerkhof en Andre vond er liggend hertshooi en Christine klein robertskruid. De te verwachten voorjaarsbloeiers in het bos waren op het appel: muskuskruid, daslook, bosanemoon, gevlekte aronskelk, wilde hyacint met ook enkele ex. Spaanse hyacint alsook de bastaard tussen beide soorten, bosgierstgras, gele dovenetel, gewone salomonszegel, slanke sleutelbloem en sneeuwklokje. De kleine kaardenbol in het droger gedeelte van het bos was ook wel opvallend. We hadden hem eerder aan de Zenne verwacht. Daar vonden we vingerhelmbloem en ook enkele exemplaren van groot glaskruid, dat eerst als klein glaskuid gedetermineerd werd, maar later door Christine en Danny verbeterd werd in groot glaskruid. Ze hadden een plant meegenomen en thuis vergeleken met deze in hun tuin. Naast muurvaren, eikvaren en steenbreekvaren, vond Pierre in een verloren hoekje een ex. van tongvaren. Op een pad naar de Zenne groeide tussen de stenen nog ruw vergeet-mij-nietje en verder werd nog akkerereprijs met zijn volledig beklierde vruchten zonder andere haren op naam gebracht. Deze vroege lentetocht leverde 221 streepjes op de Flowerlijst.

Voorjaarsflora van Ten Bos te Erembodegem / Affligem

Paul Van den Bremt was op 23 april onze gids en streper (waarvoor hartelijk dank!!) voor een inventarisatie in en rond Ten Bos. De streeptocht gebeurde in samenwerking met PWG Allium uit de Denderstreek. Met 24 deelnemers trok Paul langs een beekje in het bos, waar heel wat verspreid hakhout en afgekapte takken voor een sportief parcours zorgden. Willy en ikzelf kunnen er van meespreken want we gingen, zonder veel erg, beide tegen de vlakte op dit glibberig terrein. Op de oevers groeiden beide soorten goudveil, nl. paarbladig en verspreidbladig, alsook heel wat bittere veldkers. We staken het beekje over en ontdekten er verschillende plekken met eenbes. Verder noteerden we nog slanke sleutelbloem, daslook, wilde hyacint, bosanemoon, muskuskruid, dotterbloem, pinksterbloem, maar vooral de schedegeelster zal ons bijblijven. We zagen wel enkel de rolronde grasachtigebladeren, maar vonden geen bloeiwijzen. De ietwat blinkende bladeren van heelkruid vielen op tussen de vele bosanemonen. Hangende zegge en hoge cyperzegge stonden op natte stukken in het bos en op drogere plaatsen ontdekten we heel wat paarse schubwortel aan de voet van populieren.

In het veld was nog niet veel te bespeuren, al vonden we daar toch hoenderbeet en klein bronkruid en in de namiddag kon Paul de streeplijst afsluiten met muizenstaartje, dat zich blijkbaar  thuis voelde in een tractorspoor. Deze lentetocht leverde niet minder dan 224 streepjes op.

De Birrebeekvallei te Sint-Brixius-Rode

Plantenexcursie langs de Birrebeekvallei in Sint-Brixius-Rode (Wolvertem) o.l.v. Paul Van Elewijck.

Niet minder dan 21 deelnemers kwamen opdagen, gelokt door de mooie weersvooruitzichten. André liet zich verontschuldigen en werd als streper vervangen door Karel, die op het einde van de dag eerlijk moest toegeven dat hij na twee hokken strepen toch enigszins oververzadigd was.

Het parcours was ook niet van de gemakkelijkste: bijna geen paden, veelal dwars door bramen- en netelvelden, nu en dan onder of over een prikkeldraad en zelfs één keer springen over de beek. Je zou van minder last hebben van krampen in de dijspieren ’s avonds! Maar we werden wel beloond met uitgestrekte velden daslook, het hele gamma voorjaarsbloeiers met muskuskruid, bosanemoon, slanke sleutelbloem en gevlekte aronskelk, een weitje vol pinksterbloem en reukgras. Verheugend waren vooral de groeiplaatsen met eenbes en ook deze van gulden boterbloem in beide verkende hokken. Meteen ook mooie aanvullingen voor de Flora Databank: in d4-45-32 (waar tot nu toe 169 soorten gemeld waren sedert 1972): 189 soorten, en in het tweede hok d4-45-41 (waarvan nog niets in Flora Databank vermeld is) 161 soorten. We mogen dus tevreden terug blikken.

Karel De Waele

De Maasvallei te Houx (Yvoir )

Op 21 mei was ikzelf gids voor de excursie in dit vergeten gehucht van Yvoir. Met de 14 deelnemers waren we al voor 9u30 begonnen, vermits we met de wagens al in het hok stonden en iedereen er ruim op tijd was. Willy had aan de parking al een mooie vondst met Blauw walstro, maar de aan de zuidkant blootgestelde kalkrotsen op de rechter Maasoever waren toch het eerste doel voor de voormiddag. Een bont gamma bloeiende planten verwelkomde onze groep, waarbij het geel voor paardenhoefklaver was, het wit voor het wit zonneroosje, het blauw voor de blauwe sla en het paars voor de Kartuizeranjer. Verder nog de kleine steentijm, donderkruid, stinkend nieskruid, doorgroeide boerenkers, echte gamander en duifkruid. Een statige bremraap werd als walstrobremraap gedetermineerd en Andre determineerde thuis nog de gegroefde veldsla. Aan de spoorwegbrug stonden robertskruid en klein robertskruid broederlijk naast mekaar en langs de oude spoorweg vonden we rozetsteenkers (ondersoort borbasii). Eekhoorngras en stijf hardgras werden langs de straatkant aangetroffen. Na de middag klommen we door het bos naar de ruines van Poilvache met massaal gulden boterbloem, vingerzegge, grote keverorchis, mannetjesorchis, prachtklokje, christoffelkruid, blaasvaren, stijve naaldvaren, tongvaren en eenbes (wel buiten het hok). Aan de ruines konden nog nachtsilene en ruige scheefkelk opgetekend worden. Via een bospad, waar Leo paarbladig goudveil op de weg vond, daalden we af naar het kerkhof met enkel wat kandelaartjes op een oud graf. Dan maar langs de Maasoever terug naar de wagens met poelruit en vroeg havikskruid en heel wat rood herderstasje,dat herkenbaar was aan de kleine bloemen en  aan de stompe tot afgeronde vruchtlobben. Totaal aantal taxa: 323.

De Markevallei te Galmaarden

Zaterdag 4 juni: plantenstudiedag in de Markvallei bij Galmaarden.

Gids: André Prové; streper en verslag: Karel De Waele. Aantal dln. 23

Henk Coudenys, die de afspraken geregeld had met de plaatselijke gids André, kon jammer genoeg niet present zijn. Dus nam Karel – niet tegen zijn goesting – het streepwerk op zijn schouders. Onder leiding van André trokken we langs verschillende Natuurpuntpercelen in de Markvallei ten zuiden van de Sint-Pauluswijk. Hier en daar was het duidelijk dat de waterstand een paar dagen ervoor extra hoog was en op sommige plaatsen waren laarzen zeker noodzakelijk (tot scha en schande van Jean, die liever met ‘bottinen’ loopt). Soms liepen we tot aan onze knieën door de vegetatie van grassen en zegges. Dus moet het niet verwonderen dat de aandacht vooral naar deze twee groepen ging. Iedereen was akkoord dat we hier enkele zeer waardevolle hooilanden konden inventariseren, met niet meer zo alledaagse gras- en zeggesoorten. Veel kamgras, beemdlangbloem, trosraaigras, trosdravik, geknikte vossenstaart, scherpe zegge, moeraszegge, ruige zegge, tweerijige zegge, valse voszegge, hazenzegge en oeverzegge. Naast groot moerasscherm stond er ook redelijk veel kleine watereppe. Ook pijptorkruid en engelwortel waren op het appèl. En we vonden ook relatief veel groeiplaatsen van wilde bertram en grote ratelaar. Tussen de moerasvergeet-mij-nietjes en de zompvergeet-mij-nietjes zag het kritisch oog van André De Jonghe ook nog het weidevergeet-mij-nietje. En op een droger hoekje van één van de percelen had ook tormentil zich een plekje toegeëigend.

Aangezien 99,9% van ons parcours door de beemden liep kwamen er weinig andere soorten op de lijst: eekhoorngras en langbaardgras aan de spooroverweg waren daar de leuke uitzonderingen. André De Jonghe nam daar ook een intrigerend grasje mee en determineerde dat thuis als Festuca lemanii, een warmteminnende soort, die het daar blijkbaar op het stenige pad langs de spoorweg naar zijn zin had. In totaal kwamen dus “slechts” 205 soorten op de lijst, aantal dat zeker naar de 250 zou opgelopen zijn, moesten we ook de buitenwijk van Viane, die ook binnen onze km² lag, aangedaan hebben, maar daar hadden we de tijd niet meer voor … en tenslotte was het doel van deze excursie de inventarisatie van die hooilandpercelen ten behoeve van het beheer door Natuurpunt.

Opgespoten terreinen en stukjes polder te Verrebroek

Op 16 juli was René Maes onze trouwe gids op Linkeroever en voor zijn excursie daagden 26 deelnemers op. In de voormiddag stond een stuk polder met enkele poelen op het programma en in de namiddag de opgespoten terreinen. Naast een kamp van de jeugdbeweging kon het strepen beginnen met heel wat grote egelskop in de oeverzone van een grote poel. Pierre vond een op heen lijkende plant maar met meerdere gesteelde bloeiwijzen. De flora bracht ons bij Bolboschoenus laticarpus. Aan de overkant in het ondiepe water stond slijkgroen en in het slijk determineerden we een rozet van watertorkruid. Hongaars havikskruid met duidelijk bovengrondse uitlopers, alsook gewone agrimonie kregen ook een streepje. Na de middag was het puffen geblazen op de opgespoten terreinen, want de zon brandde fel en enkele zeer steile hellingen stimuleerden volop de zweetklieren. Maar de flora die we er aantroffen loonde de inspanningen. In de vochtige stukken ontdekten we moeraswespenorchis (weliswaar uitgebloeid), waterpunge, dwergbloem, platte rus, sierlijke vetmuur, zeegroene en rode ganzenvoet. De drogere gedeelten waren goed voor baardgras en zijn broer Polypogon maritimus, driebloemige nachtschade, zomerbitterling, bleekgele droogbloem, smalle rolklaver, duinreigersbek, echt en fraai duizendguldenkruid en dubbelkelk. De zandweegbree groeide massaal op de open zandige stukken, met hier en daar ook hertshoornweegbree. Andre determineerde nog eekhoorngras en René kende de bloeiwijzen van duinlangbaardgras. Aan de spoorweg stond het te verwachten klein robertskruid en zo kon de lijst afgesloten worden met 288 taxa.

De Spuikom en het kanaal Oostende – Brugge te Bredene sas

Johan Devos had op 30 juli voor ons een hok uitgekozen waarvan slechts een veertigtal planten in de Florabank opgenomen waren. Dit was dus een slecht geïnventariseerd hok, dat met het bezoek van de NWB een upgrade zou krijgen. Vermits ik in de namiddag thuis verwacht werd voor een verjaardagsfeestje nam Nico het streepwerk op zich, waarvoor dank. De wagens stonden geparkeerd in het hok, zodat een deel van de groep niet kon wachten om al de rioolputjes en goten te bekijken. Straatliefdegras was al een eerste interessante vondst. Johan was intussen aangekomen en loodste de groep (24 deelnemers) naar wat braakland en grasland naast de dijk van de spuikom, waar zwarte mosterd, alsook sareptamosterd groeiden. Op de dijk stonden verschillende uitgebloeide exemplaren van graslathyrus met ook kromhals en rode schijnspurrie. De strandmelde herrinnerde ons aan de nabijheid van de zee. Na de middag werd de kanaaldijk onder de loep genomen met o.m. grote engelwortel en selderij, maar ook sofiekruid, handjesgras, viltig kruiskruid, blauw walstro, glanzige ooivaarsbek  en ruige heemst. Verder deden zeekweek en strandkweek het maritiem district alle eer aan en zorgde straatwolfsmelk nog voor de verrassing. Niet minder dan 270 soorten kwamen op de streeplijst.

De Vaanders te Maria-Aalter

Op 27 augustus was Hedy Lecomte gids voor 22 botanisten in het Natuurreservaat “De Vaanders”. Er was zeer warm weer voorspeld met temperaturen boven de 30 graden, zodat het ons niet verbaasde dat op de aanpalende spoorweg naar de kust de een na de andere trein voorbij raasde. De paaltjes met rode bewegwijzering zouden voor de ganse dag onze leidraad zijn in het voornoemde natuurreservaat. De vegetatie in het bos met pijpenstrootje, ijle zegge, hengel, kruipganzerik en melkeppe deed ons denken aan een stukje Kempen in de Vlaamse zandstreek. In een sloot aan de bosrand ontdekten we grote waterweegbree, waterviolier en haaksterrenkroos. Op de oevers groeiden zowel zwart als veerdelig tandzaad en borstelbies. Panicum dichotomiflorum vond zijn stek aan de rand van een maisakker en in een uitgedroogd karrenspoor vonden we gevleugeld sterrenkroos. Verder determineerden we nog egelboterbloem, fraai en liggend hertshooi en hazenzegge. In de schaduw van een schuur was het ideaal voor de picknick, alhoewel enkele toch een caféterras verkozen voor de middagpauze. In de namiddag was het puffen en verslapte de concentratie, maar toch vonden we in een drogere berm enkele planten struikhei en op de middenberm van de autoweg zagen we uitgebloeide schermbloemigen, die als gevlekte scheerling gestreept werden. Op deze scheiding tussen de rijrichtingen komt deze plant immers massaal voor. Verder kwamen nog goudzuring en de bastaard tussen heermoes en holpijp (Equisetum x littorale) op de lijst. Leo bracht ons bij de donkergroene basterdwederik, die veel over het hoofd gezien wordt en wees ons op de kenmerkende wortelstok met lange, tengere, met kleine blaadjes bezette uitlopers. Totaal aantal taxa: 232.

10 september 2016

Plantenstudietocht in Meilegem

Gids: Karel De Waele (Henk Coudenys was belet)

Deze excursie kende een verwarde voorgeschiedenis: eerst was het de bedoeling dat Arnout Zwaenepoel een halve dag de aandacht op de wilgen zou richten, maar iets later bleek dat dit niet paste in Arnout’s agenda. Henk zou dus de hele dag voor zich nemen, maar op het laatste moment moest die eerst afzeggen voor de voormiddag, maar op de dag zelf kreeg Karel, die hem verving, een sms-je dat hij ook ’s namiddags forfait moest geven. Gelukkig kon Karel rekenen op de terreinkennis van Annick, die op de Kaaihoeve werkt. Mede dank zij Nico en André De Jonghe werd er toch naar de wilgen gekeken en kwam bvb. de kruising van Rossige en Geoorde wilg op de lijst, weliswaar na thuiscontrole onder de bino door Nico. Nico zorgde ook voor een correctie op de determinatie van een rozensoort: na eveneens thuis het exemplaar onder de bino bekeken te hebben was zijn besluit dat het Rosa corymbifera en niet R. subcollina betrof. Ook op het terrein werd er meerdere malen gediscussieerd en bvb. de aartjes van Geelrode naaldaar onder menige loep bekeken. Doordat we zeer diverse biotopen doorliepen, gaande van veldwegen, het dorp met het kerkhof, de oude Schelde-arm en de gekanaliseerde Schelde-oever en de verboste terreinen achter de Kaaihoeve, werden toch 251 soorten op de lijst aangestreept. Vermeldenswaard is dat we toch nog 27 nieuwe soorten hebben kunnen toevoegen aan de reeds 352 daar bekende soorten: ik ga ze niet alle opsommen, maar toch enkele ervan uitpikken: Chenopodium ficifolium en glaucum, Digitaria ischaemum, Fragaria vesca, Lemna minuscula (of minuta), Salix x holosericea (de kruising van grauwe en katwilg), de hierboven reeds genoemde wilgenbastaard, Setaria pumila, Echinochloa muricata, Fallopia x bohemica, de hierboven vermelde roos, Sonchus palustris, enz.

Streepexcursie te Boussu-Bois

Zaterdag 24 september 2016

In de voormiddag bleven we tussen het vroegere mijndorp en de terril St.-Antoine. Dicht bij de voetbalvelden van Francs Borains groeiden langs de straat viltganzerik en middelste ganzerik. De wandeling verliep verder langs oude spoorwegbeddingen. Naast slangenkruid, grijskruid, ijzerhard, donderkruid en koningskaars, groeide er ook nogal wat mottekruid. Deze waren omzoomd met zeer gevarieerde houtkanten met o.a. kerspruim met bijhorende ranken zoals bosrank, boslathyrus en heggenrank.  

Op een lage, langgerekte mesthoop was een paradijs van ganzevoeten ontstaan met mel-, stippel-, zeegroene en rode ganzevoet. Op stoepranden noteerden we nog kaal breukkruid en spiesleeuwenbek. Op een vervallen muurtje hadden steenbreekvaren en rechte driehoeksvaren een plaatsje gevonden. Een heuvelbasterdwederik bleek uiteindelijk een afgemaaide en weer uitgegroeide bergbasterdwederik.

September is verder de ideale maand om zich in de rozen met bottels te verdiepen: naast exemplaren van de groep hondsroos zagen we verder eglantier, rimpelroos en viltroos. Bij een verder verdiepen kwamen nog Rosa subcanina en Rosa corymbifera naar boven.

In de namiddag trokken we naar de immense St.-Antoine. In een afgevlakt gedeelte zagen we reeds vlug mantelanjer en galega. Terwijl we op een natuurlijke, warme valhelling naar boven klauterden hadden we onder de bomen alle tijd om boskortsteel en echte guldenroede te bekijken. De droge vegetatie boven op de terril bood ons driedistel, borstelkrans, wouw, kleine leeuwentand, brandpastinaak, plat beemdgras en blaassilene.  Zout is er plaatselijk ook ruimschoots aanwezig op terrils: daarvan getuigden grote exemplaren van loogkruid, stomp kweldergras en grote weegbree (subsp. intermedia).   

Binnen het km-hok G34334 zijn er die dag streepjes geplaatst voor 264 onderscheiden taxa, variëteiten niet meegerekend.

Verslaggeving: Allemeersch Luc.  

Builaars, kerkhof en Durmedijken te Lokeren

Op 8 oktober was ikzelf van de partij als gids voor de laatste inventarisatietocht, die maar een halve dag duurde, omdat in de namiddag een wilgenexcursie gepland was met Arnout  Zwaenepoel. Samen met de 21 deelnemers begonnen we met de inventarisatie van het nieuw en oud kerkhof, waar o.m. hoge fijnstraal, zilverhaver, steenbreekvaren, zandzegge, bleekgele droogbloem, klein liefdegras, alsook straatliefdegras, klein vogelpootje, hertshoornweegbree, gewoon langbaardgras en hazenpootje gestreept werden. Verder langs de straatkant vond Chris vreemde ereprijs. We trokken naar de Durmedijk, waar ook nog groene naaldaar en kransnaaldaar gedetermineerd werden. Hans had de sleutel van het Molsbroek en kon ons dank zij de lange droge periode sinds augustus in dit vochtig gebied loodsen, waar blauw glidkruid en dwergkroos de streeplijst vervolledigden. Na de picknick was het de beurt aan Arnout om ons wat kennis bij te brengen in de determinatie van wilgen. We onthouden vooral dat er heel wat variatie is, waarbij velen verwonderd opkeken bij twee verschillende exemplaren van katwilg. Ook de determinatie van Salix x multinervis zou veel te vaak gebeuren i.p.v. de echte grauwe wilg, die in riviervalleien blijkbaar veel meer voorkomt. We zullen dus moeten letten op de kleinere bladeren en ook op de lijsten van de twijgen na verwijdering van de schors. Bij grauwe wilg moeten er lange lijsten bij zijn en bij multinervis alleen korte. Onze Flowerlijst kon met 222 taxa afgesloten worden.

Andre

MET DE NATIONALE WERKGROEP BOTANIE OP STREEPTOCHT IN 2015

Lentebloeiers in het Bois des Communes te Merbes-le-Château

Op zaterdag 11 april mocht Luc Allemeersch andermaal het seizoen op gang trekken met de inventarisatie  van een bosgebied in Henegouwen. Met 18 deelnemers kon Luc aan het voormalig station van Merbes-Sainte-Marie het startschot geven onder de paraplu. Wind en motregen maakte het strepen aanvankelijk onaangenaam, maar na een uur klaarde de hemel op en konden de regenschermen opgeborgen worden. Enkele pollen naast het fietspad werden eerst aanzien voor ruwe smele, maar bij nader toezien bleek het om een bermzegge te gaan, die Pierre als “Carex divulsa groep” determineerde. De te verwachten voorjaarsbloeiers in het bos waren op het appel: muskuskruid, daslook, bosanemoon, gevlekte aronskelk, wilde hyacint, bosgierstgras, gele dovenetel, gewone salomonszegel, slanke sleutelbloem en pinksterbloem. In een vochtige vallei troffen we grote pollen aan van hangende zegge, alsook  bittere veldkers en adderwortel. Ruig klokje en ruig hertshooi groeiden in de vroegere spoorwegberm en in de boomkruinen had maretak zijn stek gevonden. Slanke zegge groeide op enkel natte plekken in het bos en schaduwkruiskruid en trosvlier sloten de voormiddaglijst af. Na de middag werd het aanpalende hok in hetzelfde bos verkend met de beide soorten goudveil in een nat stuk bos, maar de vondst van de dag was toch de schedegeelster, die in een klimmende doorwoelde bosweg vrij talrijk voorkwam. Tweestijlige meidoorn, viltganzerik, maarts viooltje, bosereprijs, mannetjesereprijs en liggend hertshooi kregen ook nog een streepje en Pierre had achteraf nog enkele aanvullingen met eenbloemig parelgras en stijve naaldvaren. Op de voormiddaglijst stonden 161 streepjes en op deze van de namiddag 128 taxa.

Voorjaarsflora in het Kravaalbos te Meldert (Aalst)

Paul Van den Bremt was op 25 april onze gids en streper (waarvoor hartelijk dank!!) voor een inventarisatie in en rond het Kravaalbos. De streeptocht gebeurde in samenwerking met PWG Allium uit de Denderstreek. Het mooie lenteweer van de voorbije dagen was niet meer van de partij, maar toch viel het nog mee. De motregen hield vrij vlug op en de regenschermen konden na een halfuurtje al opgeborgen worden. De 23 deelnemers schaarden zich rond Paul en de eerste streepjes werden getrokken onder de bescherming van een paraplu. We trokken richting bos en kozen direct voor het mooiste en natste stuk van het Kravaalbos, dat weliswaar in privébezit is. Een geluk dat Peter een officiële toelating had aangevraagd, want anders had de jachtwachter ons onverbiddelijk weggejaagd. Nu konden we in alle rust genieten van al die mooie lentebloeiers met grote plekken eenbes, enkele grote keverorchissen en heelkruid. Het geel van de slanke sleutelbloem en de dotterbloem contrasteerde met het blauw van de wilde hyacint, kleine maagdenpalm,  maarts viooltje, donkersporig en bleeksporig bosviooltje en het paars van de pinksterbloem. Op de drogere stukken groeide pilzegge, lelietje-van-dalen, dalkruid en bosanemoon. Uit de vijver werd stijve waterranonkel opgevist en in de wegberm werd heggenvogelmuur met zijn iets grotere bloem en 10 meeldraden gedetermineerd. De picknick kon naar keuze aan de wagen of in het plaatselijk café bij Stinne genuttigd worden. De lekkere trappist aan een zeer democratische prijs was toch niet te versmaden!! Na de middag werd het bos aan de andere kant van de weg uitgekamd en via een private weg, waar nog een grote plek eenbes werd gevonden, volgden we een beekvallei op de provinciegrens. We passeerden langs een vochtig weiland met heel wat tweerijïge zegge en na de oversteek van de kasseiweg  verkenden we het resterende bosgedeelte van het Kravaal, waar we langs een bosweg nog bitter barbarakruid op naam brachten, dat zowat het laatste streepje was van de 253 op de lijst.

 

Het Bos Ter Rijst te Schorisse

 Henk en Karel waren op 9 mei de gidsen en de strepers (waarvoor dank!!) voor 2 hokken in het Bos Ter Rijst. Henk nam de voormiddag voor zijn rekening en Karel de namiddag. De parking aan het uitzichtpunt in de Bosgatstraat was al deels ingenomen door de plaatselijke bewoners, zodat de 16 deelnemers moesten zoeken om de wagen ergens kwijt te geraken. Langs een dalende veldweg kwamen we al snel in het eerste kwartierhok, waar de Molenbeek zowat de leidraad was voor de inventarisatie. Naast de traditionele voorjaarsplanten, zoals muskuskruid, bosanemoon, gewone salomonszegel, pinksterbloem, slanke sleutelbloem, wilde hyacint en daslook, waren de opmerkelijkste vondsten te vinden in de beekvallei zelf met haar steile geërodeerde oevers. Stijve naaldvaren en tongvaren vonden hun stek op de uitgesleten wanden en de paarse schubwortel ( het paradepaardje van de Vlaamse Ardennen) liet zich graag opmerken aan de voet van diverse bomen. Ook enkele gele toefjes van verspreidbladig goudveil ontsnapten niet aan de aandacht. Bittere veldkers, reuzenzwenkgras, ijle zegge en hangende zegge bevolkten de nattere gedeelten en op het droger bosstuk overheerste natuurlijk de wilde hyacint met hier en daar de mooie bosereprijs. We staken de beek over en zochten onze terugweg via een klimmende veldweg. Onderweg konden we nog genieten van een mooie meikever. Na de middagpauze trokken we met Karel naar het aanpalende hok in een weide met poeltje, waar we duidelijk het verschil konden zien tussen mannagras en getand vlotgras. Dwergkroos werd uit de poel gevist en geknikte vossenstaart groeide op de natste plaatsen van het weiland. We wandelden verder door het bos, waar nog bleke zegge, muurhavikskruid, eenbloemig parelgras en boswederik gestreept werden. Karel kon de lijst afsluiten met bitter barbarakruid en kleine leeuwenklauw. De voormiddaglijst telde 181 streepjes en die van de namiddag 166. Opmerkelijk waren de 29 en 65 aanvullingen voor respectievelijk het eerste en het tweede hok.

 

 

De Dintelse Gorzen te Steenbergen (NL)

Op 6 juni was Petra van der Wiel (Plantenwerkgroep KNNV Roosendaal) onze gids voor deze plantenexcursie.

Zestien Vlamingen hadden de (verre, voor sommige zelfs zeer verre) verplaatsing gedaan naar Dinteloord en werden er verwelkomd door een delegatie van 4 plaatselijke KNNV-ers, die hen begeleidden naar de parking aan het haventje waar de Steenbergse Vliet uitmondt in het Volkerak. Na een omstandige uitleg over het ontstaan van het huidige natuurgebied ‘Dintelse Gorzen’ en de evolutie van vroeger getijdengebied met slikken en schorren (= gorzen) naar een gebied zonder getijden met een langzame verzoeting van het water, trokken we over de door schapen begraasde dijk vol goudhaver en kamgras op weg naar de gorzen. Op de dijk wist Petra ons enkele exemplaren knopig doornzaad te tonen. Ook kruisdistel en aardbeiklaver groeiden daar. Langs het water van de Vliet groeide overvloedig kalmoes en waterzuring en uiteraard ook heen, ruwe bies en mattenbies.

We konden goed het verschil in habitus zien tussen rode en blauwe waterereprijs. Al vlug gingen we over een houten bruggetje over een kreek waar Petra met een handig ineengeknutseld harkje aan een touw enkele waterplanten bovenhaalde: aarvederkruid, gesteelde zannichellia en veelwortelig kroos. Aan de overkant zagen we tot onze verbazing ook geelhartje dat hier profiteerde van de kalk in de ondergrond. Goudknopje had enkele overigens kale modderige plekken ingepalmd. De moerasmelkdistel groeide daar op een niet zo typische plek voor hem, nl. niet op de oever van de rivier, maar tussen de brandnetels en andere ruigtekruiden zoals koninginnekruid op de gorzen. We vonden ook heel wat viltig kruiskruid. Een drietal exemplaren van kleverige ogentroost illustreerden dat de invloed van zout sterk verminderd is. Maar toch vonden we nog genoeg soorten met het adjectief “zilt” of “zout” in de naam: moeraszoutgras, schorrezoutgras, zilte rus, zilte waterranonkel, zilte schijnspurrie, … en soorten als melkkruid en heemst, die toch ook aan het verre zoute verleden herinnerden. Toch triomfeerden hier ettelijke duizenden rietorchissen en moeraswespenorchissen dank zij de verzoeting van dit milieu de laatste decennia. De eerste stonden al in bloei, hoewel wat kleiner van formaat dan normaal; de laatste zullen pas bloeien in volle zomer en vielen nu dus minder op. Ook hier en daar vonden we enkele exemplaren van vleeskleurige orchis. In een verbost hoger gelegen stukje gors komen zelfs al enkele grote keverorchissen en brede wespenorchis voor. Tussen de moeraswespenorchissen zagen we ook veel parnassia, en nadat Petra op een bepaalde plek vergeefs naar addertong gezocht had vond Fiona honderd meter verder een nieuwe vindplaats van dit varenachtig plantje. Ook de zegges met ondermeer dwergzegge trokken onze aandacht. Op de terugweg trokken twee grote exemplaren moerasandijvie nog de aandacht van de fotografen onder ons, die ook nog enkele kiekjes konden maken van de nieuwsgierige Schotse highlanders die gewoon tot aan hun buik in het water van de kreek gingen staan, nieuwsgierig kijkend naar die “andere zoogdieren” die blijkbaar ook interesse hadden in wat er zoal groeide op de gorzen.

Kortom we hebben die dag van een uniek gebied met een unieke flora genoten, onder leiding van enkele plaatselijke floristen, die hun gebied tot op de vierkante meter kennen.

De Damse Wallen te Damme

 Na de korte zomerpauze mocht Hedy op 18 juli de start geven voor het tweede gedeelte van het NWB programma. Frank en Sabine hadden ons een mooie dag voorspeld en dat bleek vrij goed te kloppen. Regenjassen en paraplu’s konden thuis blijven en het waren veeleer zonnepetjes en zonnebrillen die van pas kwamen. Met 19 deelnemers konden de oevers van het kanaal Brugge – Sluis, alsook enkele binnenstraten van Damme uitgekamd worden. Dichtbij de bewoning was het niet te verwonderen dat we enkele verwilderde tuinplanten en bloembakbloemen aantroffen zoals Erigeron karvinskianus, Geum macrophyllum die Pierre herkende aan zijn grote eindlob van het blad en het groot aantal deelvruchtjes, Cardamine asian flexuosa, Sutera cordata en Geranium oxianum. Het natuurreservaat “ Damse Wallen “ en vooral de talrijke kreken in het gebied vormden de basis voor heel wat fraaie vondsten: zwanenbloem die Karel al herkende aan de smalle sterk gedraaide bladeren, kalmoes, grote waterweegbree, kikkerbeet, ruwe bies, platte rus, watertorkruid, pijptorkruid, waterpostelein, zilte waterranonkel, grote ratelaar, moeraszuring, aardbeiklaver en goudhaver. De uitschieter  van de inventarisatie was zeker de moerasvaren, die het blijkbaar naar zijn zin had onder het loof van enkele houtkanten. Verder kwamen nog blaaszegge, pluimzegge, hoge cyperzegge, bultkroos, veelwortelig kroos, Panicum dichotomiflorum en knikkend tandzaad op de Flowerlijst, die kon afgesloten worden met 253 taxa, waarvan 178 in het reservaat zelf.

De Wolvertemse Beemden

 Julien de Roover, conservator van de Wolvertemse Beemden, was onze gids op 1 augustus, maar Paul van Elewyck wachtte de 18 deelnemers op aan de Sportschuur van Wolvertem. Julien zelf kwam ons wat later vervoegen en nam van dan af de leiding op zich. Paul loodste ons in een smal wandelpad, waar we noodgedwongen achter mekaar moesten lopen. Wat verder aan de bosrand vonden we een verwaarloosd terrein met veel zomerfijnstraal, echt bitterkruid en een niet bloeiende plant, die aanvankelijk voor parelzaad aanzien werd, maar uiteindelijk als rode ogentroost gedetermineerd werd. Een gele honingklaver zorgde voor heel wat verwarring bij de determinatie, want de kenmerken van de beide gele soorten liepen door elkaar. Leo zette de verschillende kenmerken op een rijtje en zo wees de meerderheid van kenmerken ons naar de goudgele honingklaver. De dreef naar het kasteel van Imde leverde weinig op, behalve een wespennest in de berm. Dan maar terug naar de auto’s voor een picknick in de schaduw en in de namiddag stonden de beemden zelf op het programma. Julien opende de poort van het natuurreservaat en in het vochtig weiland, dat nu tamelijk droog lag, stonden nog enkele echte koekoeksbloemen te bloeien. Ook heelblaadjes , stomp vlotgras en hazenzegge kwamen op de lijst. Nu ging het afwisselend door droog en nat bos en door de natte graslanden in de Molenbeekvallei. Kweek, die eerst voor hondstarwegras gehouden werd groeide samen met boskortsteel op de drogere stukken van het bos. Het vochtigere gedeelte van de bossen was goed voor eenbes, waarvan we ditmaal alleen de bessen te zien kregen, gulden boterbloem en slanke sleutelbloem. Een jong berkenbos was goed voor echt duizendguldenkruid en hangende zegge. In een poel troffen we grote boterbloem en hoge cyperzegge aan en in een andere groeide massaal de waterviolier. De streeplijst werd afgesloten met 253 streepjes.

Oude steengroeve en kanaaloevers te Maffle (Ath)

Op 15 augustus was Luc Allemeersch opnieuw onze gids voor een streeptocht in de omgeving van het station te Maffle met een oude steengroeve, een stuk spoorweg en kanaaloevers. Om halftien begon het lichtjes te druppelen, maar toch daagden er niet minder dan 26 deelnemers (waaronder een oude bekende uit Duffel) op voor deze doornatte excursie. De paraplu’s en capes werden bovengehaald en de miezerregen ging stilaan over in gewone regen!! De streeplijst kreeg een beschermende plastieken zak, zodat de streepjes min of meer op het droge konden gezet worden. We trokken naar de rand van de ondergelopen steengroeve, waar op de muren tal van varens, zoals muurvaren, steenbreekvaren en tongvaren groeiden. Ook muurbloem, donderkruid en muursla werden er opgemerkt. Maar de zeldzaamste varen was wel de zwartsteel die op een oud vervallen muurtje naast een voetpad zijn stek had. Smalle rolklaver en stinkend nieskruid kwamen ook op de lijst en in de straatgoot werden straatliefdegras en klein liefdegras, alsook zeegroene ganzenvoet  gedetermineerd. Aan de bosrand vonden we en schoolvoorbeeld van boshavikskruid en tussen de sporen groeide klein robertskruid en aan de rand van de spoorwegberm troffen we ronde ooievaarsbek aan. Het bleef maar regenen en toch gaven de botanisten niet op. Op een braakliggend stuk van de voormalige groeve vonden we nog scherpe fijnstraal, wouw en noorse ganzerik. André De Jonghe determineerde thuis nog een verdroogd gras van deze plaats als Rostraria cristata, wat zeker een knappe vondst is. Ook Johan, Daniel, Nico en Pierre mailden nog enkele aanvullingen. Na de middag haakte zowat de helft van de groep af wegens het slechte weer en ze hadden misschien geen ongelijk want het bleef maar verder regenen. Luc besloot voor de namiddag enkel nog de belangrijkste stukken langs het kanaal te verkennen, waar we kalmoes, geoord helmkruid, blauw glidkruid en pluimzegge konden noteren. In een grasland groeide de kleine pimpernel en we keerden terug langs de verkeersweg, waar in de middenberm nog zilte schijnspurrie en stomp kweldergras gevonden werden. Nat maar tevreden konden we terugblikken op een streeplijst met 273 taxa.

 

De Breemeersen te Heuvelland

Johan Carette was op 29 augustus onze gids voor een streeptocht in de Breemeersen aan de grens met Frankrijk. Het gedeelte van het hok op Franse bodem lieten we voor de Franse botanisten en we bekeken vooral de poelen en grachten in de Breemeersen. Daar het kermis was in Nieuwkerke moesten we met alle wagens naar het natuurreservaat, waar we in de grasberm konden parkeren. Het beloofde een zonnige dag te worden en Johan loodste de 15 deelnemers enkele keren veilig en wel over en onder de prikkeldraad voor een zoektocht in de meersen. In de afgegraasde weilanden konden we naast geknikte vossenstaart en veldgerst weinig ontdekken, maar de grachten tussen de weiden herbergden enkele interessante planten, zoals wilde bertram, zeegroene ganzenvoet, maar vooral enkele ex. van de zeldzame weidekervel. De verschillende poelen waren botanisch de meest waardevolle stukjes met o.m. zwanenbloem, knikkend tandzaad, haaksterrenkroos, drijvend, tenger en klein fonteinkruid, grof hoornblad, puntkroos, watertorkruid en pijptorkruid. Langs de rand van een maisveld groeiden de geelrode en de kransnaaldaar en in de wegkanten werden nog sarepta mosterd (afstaande hauwen) en zwarte mosterd (aanliggende hauwen) gedetermineerd. Verder kwamen nog papegaaienkruid en echt duizendguldenkruid op de lijst, die met 192 streepjes afgesloten werd.

De Vlakte van Zwijndrecht

Op 12 september was René Maes onze vertrouwde gids op Linkeroever voor een excursie op enkele opgespoten terreinen met grachten, een eiland en een klein scheldeschor naast het fort St.-Marie. Met 13 deelnemers trok René naar een parkeerplaats in het kilometerhok, zodat direct kon begonnen worden met strepen. Zoals gewoonlijk had René de tocht tot in de puntjes voorbereid met zelfs een roeiboot van Natuurpunt om de ringgracht te kunnen oversteken. Achteraf bleek deze boot niet nodig, want we konden nog juist met de laarzen langs een doorwaadbare plaats. Driebloemige nachtschade met zowel diep ingesneden  als min of meer gaafrandige bladen kwam op de lijst, alsook een heel gamma planten dat zich thuis voelt op opgespoten terreinen, zoals zomerbitterling, fraai en echt duizendguldenkruid, zandzegge, strandkweek, bleekgele droogbloem, baardgras, duinreigersbek, wouw, grijskruid, zeegroene en rode ganzenvoet. Op de iets nattere gedeelten groeide waterpunge uitbundig. Aan het haventje van Fort St.-Marie zagen sommigen enkele IJsvogels wegvliegen. We trokken naar een stukje scheldeschor met melkkruid, selderij, zulte, zilte zegge en zilte rus. André en Chris determineerden thuis x Agropogon littoralis, die verwant is met de baardgrassen. Na de picknick werd het natuurgebied met ringgracht en eiland aan de overkant van de weg uitgekamd. Hier konden we goed het verschil zien tussen blauwe en rode waterereprijs. Bovendien komen gallen alleen voor op de rode. Op de zandige stukken ontdekten en voelden we duindoorn. Ook veel baardgras dat zijn aren in de wind liet wapperen en een zeldzame Filago soort die André thuis als spatelviltkruid determineerde. De nattere gedeelten herbergden veel bruin cypergras, zilte greppelrus, middelste waterranonkel en zilte schijnspurrie. Dirk De Beer en Leo Van Herbruggen trokken in de week nog eens naar het gebied en konden de lijst nog aanvullen met dwergbloem en Polypogon maritimus. De streeplijst kon uiteindelijk afgesloten worden met 225 taxa, waarvan een aantal zeer zeldzame.

De Grensmaas te Ophoven (Kinrooi)

Op 26 september was Karel De Waele onze gids voor een streeptocht in zwarte tetrades aan de Grensmaas te Ophoven. 12 floristen maakten ook de verre verplaatsing naar deze uithoek van ons land. We konden op een centrale plaats tussen de 2 hokken op de Maasdijk parkeren en het beloofde een prachtige herfstdag te worden. Meer moest dat niet zijn om de Belgische Maasdijk te verkennen met af en toe een afsteker op het talud tot aan de waterkant. De Maasdijk zelf leverde ons een mooie verzameling aan planten: peperkers, heksenmelk, maasraket en veel smalle asters. Het geslacht tandzaad was vertegenwoordigd door knikkend, zwart en veerdelig tandzaad. Heggenrank slingerde zich in de struiken en grasklokje en rapunzelklokje zorgden nog voor wat blauw in de herfst. Ook enkele kalkliefhebbers zoals akkerhoornbloem, geel walstro, echte kruisdistel en kattendoorn groeiden langs de dijk. Dichter bij de waterkant stonden moerasbeemdgras, poelruit en groot warkruid. Uit het Maaswater werd gekroesd fonteinkruid en rivierfonteinkruid opgevist. Enkele langwerpige drijvende bladeren deden denken aan pijlkruid, maar Chris dacht zelfs aan mattenbies, die ook zulke bladeren heeft, maar we zagen enkel volwassen planten van pijlkruid. Aan de rand van enkele maisvelden groeiden papagaaienkruid, bouchons amarant, gele ganzebloem, pluimgierst, wilde sorgo, geelrode naaldaar en de kransnaaldaar met zowel naar boven als naar onder gerichte tandjes op de borstels. Naast een bonenveld troffen we nog akkerleeuwenbek en akkerandoorn aan. Op het einde van de inventarisatie konden we terugblikken op twee welgevulde streeplijsten met 223 soorten in de voormiddag en 196 in de namiddag.

De Grote Netevallei te Lier

Op 10 oktober mocht Leo Van Herbruggen het seizoen afsluiten met een studietocht in de Netevallei met ook het mooie begijnhof en het kerkhof. Leo had de tocht goed voorbereid, zodat minimaal heen en weer moest gestapt worden. De picknick moest wel mee in de rugzak, maar Leo had een drankgelegenheid voorzien voor de middagpauze en deze kon ook gebruikt worden voor het opstellen van de agenda na de excursie. Er daagden niet minder dan 26 deelnemers op voor deze laatste planteninventarisatie. Nog even stappen tot op de Netedijk en het strepen kon beginnen met een heleboel algemene soorten. Nico daalde een trap af en viste een plant op die we ook al zagen in het slib aan de overzijde van de Nete. Tegenoverstaande bladen was het enige bruikbare kenmerk. Dan maar gissen: Waterereprijs?? Ook Ludwigia en Lindernia werd geopperd!! Toch maar niets strepen!! Op de brug zou vroeger driehoeksvaren gestaan hebben, maar herstellingen met mortel gaven de doodsteek aan de plant. Groot streepzaad en schermhavikskruid genoten op de dijken van een tweede bloei na het maaien. Ook echte koekoeksbloem en hoge fijnstraal lieten zich nog opmerken en bij de grassen bloeiden zowel de geelrode als de groene naaldaar naast de kransnaaldaar in de maisvelden. Verder was het veeleer vegetatief dat de meeste soorten op naam gebracht werden: alsemambrosia, bleke basterdwederik, stippelganzenvoet, akkerereprijs, stijf barbarakruid en pluimgierst. Nico vond nog moerasbeemdgras op de dijk en uit een gracht werden nog kleine watereppe, bultkroos, dwergkroos en klein kroos opgevist. André determineerde een rozet tussen de straatstenen als echt duizendguldenkruid en inderdaad waren de uitspringende nerven duidelijk anders dan bij weegbree. Roosmarijn mailde nog enkele planten uit haar volkstuintje, zoals grote teunisbloem. Ook werd nog Parelvederkruid gevonden, dat eerlang zal verwijderd worden door de bevoegde diensten. We konden op deze laatste excursie in het Pallieterland toch nog genieten van 279 soorten.

 

 

MET DE NATIONALE WERKGROEP BOTANIE OP STREEPTOCHT IN 2014

Lentebloeiers in het Edingenbos te Edingen

Op zaterdag 5 april mocht Luc Allemeersch het seizoen op gang trekken met de inventarisatie  van een bosgebied aan de taalgrens. Met 21 deelnemers kon Luc naar het Edingenbos trekken om er de voorjaarsflora te inventariseren. Het was een enorm verschil met vorig jaar, waar op hetzelfde tijdstip toen nog Koning Winter heerste en nu was het al weken lente en hadden we eigenlijk geen winter gehad. De voorjaarsplanten stonden dan ook al in vol ornaat met een paars tapijt van wilde hyacinten, hier en daar afgewisseld met bosanemonen. Speenkruid, slanke sleutelbloem en dotterbloem zorgden voor het gele aspect, met verspreidbladig en paarbladig goudveil als bijzonderheden, maar vooral de schedegeelster was de ster van de dag. Heggenvogelmuur met zijn 10 meeldraden kwam ook op de lijst en verder kregen nog een aantal bosplanten een streepje door hun naam: lievevrouwbedstro, daslook, slanke en hangende zegge, sneeuwklokje, bosgierstgras, bosereprijs en boswederik. Langs de Markebeek groeide massaal bittere veldkers, alsook pinksterbloem, maar slanke zegge was daar toch de meest opmerkelijke vondst. Met 172 taxa werd de eerste streeplijst afgesloten.

 

Lentebloeiers in het Bertembos en het Hegenhovenbos rond Leuven

Daniel De Wit was op 19 april onze gids voor een inventarisatie in enkele Leuvense bossen met een voormiddaghok in en rond Bertembos en de Schapenheide en een namiddaghok in het Hegenhovenbos te Heverlee. Daniel trok vanop de parking met de 20 floristen in de richting van het Bertembos, waar we een paadje volgden langs de Schapenheide om daarna een kleine lus in het bos zelf te maken. We ontdekten vanzelfsprekend de lenteflora van het bos met o.m. bosanemoon, dalkruid, lelietje-van-dalen, gele dovenetel, geel nagelkruid en gewone salomonszegel. Een natter stukje leverde kruipend zenegroen en tormentil op en een uitgedroogd  karrenspoor was goed voor gevleugeld sterrenkroos en liggend hertshooi. Ook waterpostelein werd hier gedetermineerd. Verder noteerden we nog bosgierstgras, eenbloemig parelgras, echte guldenroede, pilzegge en fraai hertshooi. Langs enkele wegbermen met een plekje akkerhoornbloem en een holle weg  met ruig klokje keerden we terug naar de wagens met 160 taxa op de Flowerlijst. Na de middag zetten we koers naar het Hegenhovenbos, waar we te maken kregen met een natter bosgebied. Langs de oevers van de Voer bloeide de bittere veldkers en in het bos groeiden zowel de grote keverorchis als de eenbes. Ook enkele tongvarens sierden de grachtkanten en verder streepten we nog muskuskruid, boskortsteel, heggenvogelmuur met zijn 10 meeldraden en iets grotere bloem en slanke sleutelbloem. Langs een vossenstaartweide, waar we op het eerste zicht niet veel verwachten, maar tot ieders verwondering onder de prikkeldraad van de weide toch knolsteenbreek en akkerhoornbloem voorkwamen, sloten we de streeplijst af met 154 streepjes.

 

Groenendaal station en Zonienwoud

Ikzelf was gids op 3 mei voor een studietocht rond het station van Groenendaal en het Zoniënwoud met enkele vijvers. Met 20 deelnemers werd eerst de parking aan het station uitgekamd, waarbij grijze mosterd opviel aan het afgebrande stationsgebouw. Zwenkdravik en klein robertskruid hadden het naar hun zin tussen en naast de treinsporen. Op het verstoorde spoorwegterrein doken heel wat speciale vondsten op, zoals kale vrouwenmantel, hokjespeul, slangenkruid, zomerfijnstraal, fijne ooievaarsbek, ruw vergeet-mij-nietje, wilde reseda, kleine pimpernel, kleverig kruiskruid en rode schijnspurrie, maar gaspeldoorn was zeker wel de verrassing. In het Zoniënwoud noteerden we de algemene voorjaarsbloeiers, waarbij toch ook enkele bijzonderheden opvielen, zoals tongvaren, schaduwkruiskruid,  klein springzaad, slanke zegge en paarbladig goudveil. Bergdravik groeide aan de rand van het bos langs een met dolomiet verhard pad. Een dalende holle weg leidde ons naar enkele vijvers, waar o.m. bittere veldkers, puntkroos, veelwortelig kroos, echte koekoeksbloem en grote egelskop genoteerd werden. Aan het bospad naar de spoorweg van de voormalige paardenrenbaan stonden enkele ex. van slangenlook, die vermoedelijk met de wegverharding meegekomen waren. Langs de kant van het bosmuseum aan de eerste vijver stond de witte rapunzel in vol ornaat en enkele grote keverorchissen zorgden voor de kers op de taart. Een goed gevulde streeplijst met 302 taxa was het eindresulaat.

Sambervallei aan de abdij van Aulne

Op 17 mei was ik met verlof en nam Luc Allemeersch de taken van gids, streper en verslaggever over. Zijn relaas volgt hierna.

We begonnen met wat vertraging aan deze tocht. Sommigen vinden een GPS een handig instrument maar je moet dan wel het juiste adres invoeren.

Na wat parkingsoorten genoteerd te hebben begonnen we aan een mooie, lange muur van de oude abdij. Een klein uitgevallen hoornbloem bleek dan toch kluwenhoornbloem te zijn. Dan begon een sessie torenkruid-determinatie. Het bleek  torenscheefkelk (Arabis glabra) te zijn, een soort die volgens Lambinon et al. (2004) ingeburgerd is in de omgeving van Aulne.  Een andere ingeburgerde was wild ridderspoor. Verder waren er nog vertrouwelingen van zure muren zoals muurleeuwenbek,  muurhavikskruid, kandelaartje en nogal wat varens: eik-, muur- en steenbreek-.

In enkele beboste taluds was de bloeitijd van wilde hyacint, kleine maagdenpalm en gevlekte aronskelk voorbij. Dolle kervel en gele dovenetel bloeiden wel volop. Bij de heesters was het volle bloei voor wilde kardinaalsmuts, eenstijlige en tweestijlige meidoorn, hondsroos en egelantier. Een steile berm in een weide zag eerder geel dan groen als gevolg van uitbundige bloei van gewone brem. Tenslotte nog wat gras: kam-, reuk- en varkens-.

We profiteerden van de afwezigheid van onze natuurlijke leiders om ’s middags op een stoel op een terras van een café te zitten en niet op de obligate frigobox. In dat café konden we zelfs naar het toilet gaan.

Na de passage langs een 10-tal auberges volgden we een pad langs de rechteroever van de Samber onderaan een beboste helling met eerder zure gesteenten. Deze hellingen vormen dé plek bij uitstek voor grote veldbies en bosgierstgras. Dicht bij het pad waren boskortsteel en eenbloemig parelgras ook present.  Mooie, grote bosrandplanten zoals amandelwolfsmelk, schaduwkruiskruid, hangende zegge, ruig klokje en ruig hertshooi sierden de padrand.

Na een passage door grasland en akker kwamen we hogerop in het bos: we vonden er de typische vertegenwoordigers van een matig zuur bos met ruige veldbies, gewone ereprijs,  valse salie, witte klaverzuring, grootbloemige muur, blauwe bosbes en bochtige smele. Op een iets vochtiger plek me wat kwel werden de aangenaam verrast door grote keverorchis en eenbes; ze waren er vergezeld van overblijvend bingelkruid,  slanke sleutelbloem, boswederik, mannetjesereprijs en reuzenzwenkgras.

Via de sluis stapten we stroomopwaarts langs de gebetonneerde linkeroever. Naast de vele ruigtekruiden en gewone bermplanten zagen we in het water kalmoes. Overigens zagen we vlak bij het water allerlei zegge: scherpe, moeras-,valse vos, tweerijige en pluim-.

Om 16.30 hadden we 50% van de openbare wegen in dit kilometerhok afgestapt en 5% van de etablissementen gefrequenteerd.  Desondanks werden allerlei redenen aangehaald om er toch maar mee op te houden. Om klokslag 17.00 waren we dan ook terug aan de vertrekplaats.

Veel variatie in een hok met veel natuur en recreatie. We telden 258 soorten maar helaas geen Salix x multinervis noch Rumex x pratensis.

 

Het Heisbroek en de Bergenmeersen in de Scheldevallei te Uitbergen en Wichelen

Op 31 mei waren Danny Minnebo en Christine Troch onze gidsen in de Scheldevallei. Danny wou graag eens inspringen als streper (waarvoor dank!!) in de eigen regio, zodat ik dan wat meer tijd kon besteden aan het opzoeken en determineren met de flora. Omwille van het hoogtij in de voormiddag werden de geplande excursies gewisseld en trok Danny met het groepje van 16 botanisten naar Uitbergen om daar eerst de wegkanten van de straten en veldwegen naar het Heisbroek te verkennen. Al vrij vlug bleek dat we ons op een zandige donk bevonden met kenmerkende soorten als klein vogelpootje en vroege haver. Een eigenaardig groepje zandzegge aan de rand van een akker deed menig florist twijfelen, maar Danny was zeker van zijn stuk en streepte direct de zandzegge. De ingang van een weide was goed voor muizenstaart. Aan recente dijkwerken dook de naakte lathyrus op en bovenop een zandbult pronkte de mariadistel. Aan de rand van het Heisbroek stonden enkele horsten van stijve zegge en in het water troffen we enkele ex van een invasieve exoot aan, nl. waterteunisbloem. Verder kleurde het broek geel van de grote ratelaar, afgewisseld met het blauwe aspect van een groot aantal forse blauwe waterereprijsplanten. Ook pijptorkruid , melkeppe, getand vlotgras, echte koekoeksbloem, schildereprijs, waternavel, ruw walstro, gekroesd fonteinkruid, hazenzegge en hoge cyperzegge kwamen op de lijst. Na de middag werd koers gezet naar de Bergenmeersen aan de overkant van de Schelde, een laag gelegen gebied dat dienst doet als opvangbekken bij overstromingsgevaar. Tussen de stenige open plekken in de dijk groeiden roze en wit vetkruid, tripmadam en Sedum sarmentosum, een vetkruid met telkens 3 bladen tesamen. Op de dijken voerde groot streepzaad de toon aan en in de nattere stukken viel ditmaal de rode waterereprijs op met zijn opvallende galletjes. Verder troffen we nog een mooi groepje aardaker aan op de dijk en waren ook beemdlangbloem, heen, hazenpootje en rode ganzenvoet van de partij. De voormiddagexcursie leverde 252 taxa en deze van de namiddag kwam uit op 209 soorten.

 

Het Westhoekreservaat en de Zwarte Hoek polder te de Panne

Marc Leten en Mia Barbieur waren onze gidsen op 28 juni voor een plantenstudietocht aan de kust. Met 22 botanisten reden ze naar de grens met Frankrijk, waar het vroegere douanekantoor nu omgevormd was tot een Leonidaswinkel. Aan de oude spoorweg Adinkerke – Duinkerken ging de streeptocht van start met zwarte mosterd, donderkruid, kegelsilene, akkerandoorn, strandkweek die nu zeekweek zou noemen, knolbeemdgras en een assortiment uit de Dravikfamilie met ijle en stijve dravik, alsook zwenkdravik. We trokken naar een polderweide die met enkele paarden begraasd werd. De klei was beenhard geworden door uitdroging, maar in een poel was toch water blijven staan met de witte bloemen van middelste waterranonkel. Doorschijnend sterrenkroos, aarvederkruid en schedefonteinkruid werden opgevist en in het weiland zelf groeiden o.m. zomerbitterling, dwergzegge, drienervige zegge, grote ratelaar, fraai duizendguldenkruid, paddenrus en kleine ruit. Voor de picknick trok een deel van de groep naar het terras van het grenscafé en een ander deel bleef aan de wagens eten. We verplaatsten de wagens naar de rand van de polder, waar we een andere polderweide verkenden. Ook hier ontdekten we heel wat fraaie planten, zoals driedistel, echt duizendguldenkruid, bijenorchis, enkele ex. moeraswespenorchis, kleine rupsklaver en gestreepte klaver. Het mooiste stuk moest nog komen met een voormalige zandgroeve. Daar bevond zich al jaren een vossenburcht en de vos is niet van gisteren, want dichtbij zijn hol jaagt hij niet op konijnen. Deze laat hij leven voor eventuele noodsituaties en voor training van de jongen voor de jacht. We troffen er een tapijt aan van moeraswespenorchis met een plekje voor de honingorchis. Ook hondskruid,  rietorchis en grote keverorchis werden gestreept en verder kwamen er nog aanvullingen met waternavel, geelhartje, blauwe bremraap op gewoon duizendblad, gewone vleugeltjesbloem, rondbladig wintergroen, parnassia, vierrijige ogentroost, sierlijke vetmuur, waterpunge, borstelbies en duingentiaan (Gentianella amarella s.l.). De late namiddag was voorbehouden voor een min of meer ontkalkt duin in het Westhoekreservaat. Naast gewone ossentong vonden we er ook de veldhondstong, duinroosje, fijne kervel, smal vlieszaad, hartgespan, kromhals en duinviooltje. Poelruit groeide op vochtige plaatsen tussen de gele lis. Het was bijna halfzes bij de terugkeer naar de auto’s en we konden terugblikken op een rijk gevulde lijst met 319 taxa, waaronder heel wat zeldzame soorten.

 

De Koeheide te Bertem

Op 19 juli was Daniël De Wit onze gids voor een plantenstudietocht in Vlaams-Brabant. De voorspelde hittegolf met temperaturen boven de 30 graden had niet veel invloed op de deelnemers, want niet minder dan 21 botanisten ondertekenden de aanwezigheidslijst. Daniël had de parking van een café gereserveerd, zodat we verplicht waren om onze boterhammen aldaar op te eten, maar met het zeer warme weer tekende niemand bezwaar aan. We bevonden ons al in het kilometerhok, zodat we direct konden aanvangen. Via enkele straatkanten met zowel klein liefdegras als straatliefdegras in de goot, trokken we naar een veldweg, die verderop in holle weg overging. Enkele verwilderde tuinplanten kwamen noodgedwongen op de lijst, maar op een oude bakstenen muur  waar water doorsijpelde, groeide weliswaar de tongvaren in gezelschap van muurvaren. Aan de veldweg vonden we papegaaienkruid, kransnaaldaar en heggenrank en wat verder stond een schoolvoorbeeld van boshavikskruid, vergezeld van schermhavikskruid. Een steile klim door het natuurgebied “De Koeheide” bracht ons in een weide met rapunzelklokje en grasklokje, alsook echt duizendguldenkruid. Door de sleedoorn verder gaan was geen optie, zodat teruggekeerd werd naar de holle weg, die we verder volgden tot op het plateau. In de wegkanten werd nog beemdkroon, wilde marjolein, boskruiskruid, kleine bevernel, echt bitterkruid en liggende klaver genoteerd. In een karrenspoor ontdekten we de kleine bloemen van liggend hertshooi. Verder kregen ook  hoge fijnstraal, boskruiskruid en rode schijnspurrie een streepje. Met uitgedroogde kelen kwamen we aan het café, waar een kleine pauze met drank meer dan welgekomen was. Na de middag moest ik vrij snel afhaken wegens een verjaardagsfeestje van de kleindochter, zodat Karel overnam (waarvoor dank!!). Het geplande traject door een paardenweide kon niet uitgevoerd worden, maar toch vonden ze nog aardpeer en echte guldenroede. De inventarisatietocht leverde 242 streepjes op.

De oude wallen van Middelburg ( Maldegem )

Hedy Lecomte was op 2 augustus onze gids voor een streeptocht aan de grens met Zeeuws-Vlaanderen. Het gedeelte van het hok op Nederlandse bodem lieten we voor Oranje en we bekeken vooral de flora op de vroegere wallen met de bijhorende waterplassen. De parking in het centrum bevond zich al midden in het hok, zodat Hedy daar voor de 18 deelnemers het startschot kon geven. Tussen de kasseien werd gesnuffeld en het was dan ook niet te verwonderen dat zowel tengere als liggende vetmuur, alsook de beide liefdegrassen gestreept werden. Er werd koers gezet naar de oude omwalling, waar Leo de taak van Ward had overgenomen om een en ander uit het water te vissen. Puntkroos, klein kroos en dwergkroos werden zonder noemenswaardige problemen op naam gebracht, maar een kroosvaren determineren was andere kost. Grote kroosvaren werd gestreept, maar na determinatie met de microscoop kwam Johan op kleine kroosvaren uit. Naast watertorkruid, rode waterereprijs, gevleugeld hertshooi en ruwe bies werd ook nog slanke waterweegbree gevonden. Ook een aantal zeggen, zoals valse voszegge, tweerijïge zegge en hoge cyperzegge kwam op de lijst. Na de middag werd het kerkhof en omgeving verkend met een verdord kandelaartje op de muur. Verder werden de wegkanten in de rest van het kwartierhok uitgekamd met nog streepjes voor hertshoornweegbree, muskuskaasjeskruid, Echinochloa muricata, dubbelkelk, liggende klaver en hoenderbeet. We passeerden de dorpstaverne en aan de mooie Biergarten konden we niet weerstaan. Henk had nog materiaal naar huis meegenomen en zijn determinaties leverden nog Rosa corymbifera en Duitse dot op. De streeplijst werd afgesloten met 233 taxa.

 

Bocqvallei en oud station te Spontin

Op 30 augustus was ikzelf van de partij voor een studietocht te Spontin. Ondanks het voorspelde slechte weer daagden toch nog 15 enthousiaste botanisten op. We stonden met de wagens midden in het te strepen hok, zodat we onmiddellijk konden aanvangen. Naast enkele verwilderde tuinplanten met als uitschieter “ Calystegia silvatica” ( te onderscheiden  van de gewone haagwinde door de steelblaadjes die doorgezakt zijn en weinig langer zijn dan de kelkbladen; bij “Calystegia sepium” zijn de steelblaadjes bijna dubbel zo lang als de kelkbladen ), vonden we tussen de straatstenen het gelijknamige liefdegras. We trokken naar een waterwingebied met in een holle weg enkele rotsen, waar zowel blaasvaren, steenbreekvaren, muurvaren, tongvaren en plat beemdgras groeiden. Bleke basterdwederik stond in de berm. Een oude steengroeve bleek al tamelijk verruigd, maar er groeiden toch wilde akelei, goudhaver, ruig hertshooi, zomerfijnstraal en kleine leeuwenbek. Na de middag zetten we koers naar het oud station, waar we een oude stoomlocomotief en een vroeger restauratierijtuig konden bewonderen. De spoorweg zelf leverde niet veel op, tenzij het donderkruid op de steile muur langs de Bocq en borstelbies aan de rivier zelf. We moesten rechtsomkeer maken om aan een andere steengroeve te geraken. Aan de afslag in het dorp naast een café vond Pierre een onopvallende wolfsmelksoort, die gedetermineerd werd als Euphorbia prostrata. Een zijtak van de Bocq leverde bittere veldkers en paarbladig goudveil op. De rand van de steengroeve met enkele puinhellingen was goed voor ruige anjer, kaal breukkruid, hongaars en florentijns havikskruid en noorse ganzerik. We keerden via een paadje langs de Bocq terug naar de wagens en konden terugblikken op een lijst met 305 soorten.

 

De Kieldrechtse Polders

Op 13 september was René Maes onze gids voor een streeptocht in zijn thuishaven op Linkeroever. Karel nam het strepen over want ik was met vakantie in Beieren, waarvoor dank!! Er waren 23 deelnemers.

In een eerder saai polderlandschap, met de dreigende koeltorens van Doel en de havenindustrie op de achtergrond, vestigde René onze aandacht op de komende natuurinrichtingswerken, waarbij men elders tot verdwijnen gedoemde zilte graslanden hier tracht weer op te roepen, mits enorme inspanningen en grondwerken. Deze projecten worden wetenschappelijk begeleid en gemonitored, en we verkenden o.a. een reeds afgegraven perceel waar in proefvlakken de evolutie tot zilt grasland gemeten wordt. Hier konden we ons verheugen in de vondsten van zilte zegge, zilte rus, zilte greppelrus, zilte schijnspurrie, stomp kweldergras, schorren- en moeraszoutgras, slijkgroen, melkkruid, zulte, smalle rolklaver, getande weegbree, aardbeiklaver, heen, rode waterereprijs en goudknopje op de nattere plekken. Maar ook – op de drogere plekken – vonden we daar bleekgele droogbloem en fraai duizendguldenkruid. Op de dijken in dit polderlandschap kwamen nog grote zandkool, strandkweek en gewone pastinaak op ons lijstje, dat uiteindelijk iets meer dan 200 soorten telde.

Als uitsmijter vergastte René ons nog op de terugweg naar huis op enkele stops om ons enkele rariteiten, maar agressieve inwijkelingen, zoals kleine waterteunisbloem en watercrassula te tonen. Daar bewonderden we, niettegenstaande we botanisten zijn, toch ook de lepelaars, kleine en grote zilverreigers en twee overvliegende bruine kiekendieven. Een vreemd einde voor een botanische studiedag.

 

Zwarte gaten in landelijk Balegem

Op 27 september waren we te gast in Balegem, aan de rand van de Vlaamse Ardennen, waar Karel onze gids was voor een inventarisatie van twee hokken waarvan slechts één melding, nl. moerasspirea bekend was. Aan de hand van een kaartje liet Karel ons zien dat de rand van het afdelingsgebied slecht geïnventariseerd was. Voor één keer sloot hij zich aan bij de pessimistische zienswijze van Hedy en beweerde hij dat er in Balegem niets te vinden was. Toch maar op weg naar het eerste hok, waar we al snel konden ondervinden dat er naast de algemene banale flora toch dikwijls bijzonderheden te ontdekken zijn. Op een vochtige muur troffen we tongvaren aan en de rand van enkele maisakkers leverden Echinochloa muricata, groene en geelrode naaldaar op. Kleine watereppe met lidteken op de bladstengel, alsook zijn tweelingbroer, groot moerasscherm groeiden beide in de grachten. Verder noteerden we nog bolletjesraket, bleekgele droogbloem, frans hertshooi en hertshoornweegbree. Nico mailde nog de determinatie van Oenothera cambrica var. cambrica, die goed lijkt op biennis. De eerste lijst werd afgesloten met 173 taxa. Na de middag trokken we naar het aanpalend hok, waar stomphoekig sterrenkroos gedetermineerd werd. In de goot langs de straat vonden we straatliefdegras, klein liefdegras, zilte schijnspurrie en stomp kweldergras. Aan de mais ontdekten we dit keer de kransnaaldaar en de groene naaldaar. Deze lijst leverde 180 soorten op. Ondanks de weinig optimistische vooruitzichten, hebben de 19 deelnemers toch genoten van de excursie.

 

Een stadshok te Gent

Op 11 oktober was Jean De Prez onze gids voor de verkenning van een stadshok aan het kanaal Gent-Brugge. Ondanks de talrijke wegenwerken vonden de 16 deelnemers zonder noemenswaardige problemen de plaats van afspraak. Hedy had vanuit Lissewege al in de gietende regen gereden en dat voorspelde niet veel goeds. Pas begonnen met de kanaaloever uit te kammen en de eerste regendruppels verstoorden al het streepwerk. En het regende bijna de hele dag. Onder de paraplu kregen muurvaren en steenbreekvaren een streepje. Tussen de vuile boel in de wegkanten en verloren hoekjes konden we toch nog enkele merkwaardige vondsten noteren, zoals: blauw glidkruid, bleekgele droogbloem, viltganzerik, dicht en stijf havikskruid, kleine leeuwentand, kransmuur, heggenduizendknoop en geelrode naaldaar. De goot van de straatkant was dan weer goed voor hertshoornweegbree, klein liefdegras en straatliefdegras. Voor de picknick hadden we geluk dat we onder de Gaardeniersbrug in het droog konden eten. Na de middag trokken we de brug over om de overkant te bekijken. Zelfs de regen kon de botanisten niet deren want ze ontdekten nog gifsla, sikkelklaver, luzerne en de bastaard Medicago x varia, echt bitterkruid, dubbelkelk, groene naaldaar, kransnaaldaar, handjesgras, alsemambrosia, kaal breukkruid, poelruit, Cyperus eragrostis en wilde sorgo. De lijst werd afgesloten met 255 taxa. De hemel klaarde op en in het café op de hoek konden we een gevariëerd programma opstellen voor 2015.

 

Ik wil iedereen bedanken voor zijn ijverige inzet bij het vinden en opzoeken van planten, alsook voor de goede sfeer in de groep. Ook bijzondere dank aan Karel De Waele voor het strepen en het verslag te Emblem, alsook voor het strepen te Ronse. Ook aan Luc en Chris voor het strepen en het verslag in de Sambervallei.

 

Andre

 

VERSLAG NWB 15 AUGUSTUSWEEKEND BAAI SOMME? AUTHIE EN SLACK 2014

Vrijdag 15 augustus 2014: Fort Mahon Plage, Pointe de Routhiauville met schorren, slikken en het achterliggende duinengebied

Terwijl de deelnemers van het weekend tegen 10u aankwamen, liepen op de afgesproken parking heel wat onrustige jagers met hun geweer aan de schouder. Blijkbaar liggen Natuur en Jacht in Frankrijk dicht bij elkaar en zijn de grenzen veel vager dan bij ons!!  Er werd nog wat koffie gedronken met een boterham en enkelen hadden blijkbaar niet kunnen weerstaan aan de croissants op de plaatselijke markt. Het was laag water om 11u, zodat we ruimschoots de tijd kregen om de schorren en slikken van de Authie te bekijken. Daniël had een zeer afwisselend programma voorzien met de vochtige stukken in de voormiddag en het droger gedeelte in de namiddag. Aan een bordje “sentier de découverte” kon de streeptocht van start gaan met stijf hardgras op een muurtje. We trokken de schorren en slikken in en konden ons verheugen op een bont gamma van typische soorten voor dit gebied: zeealsem, zeeweegbree, gewoon engels gras, gewoon lamsoor, zulte, gewone zoutmelde, zeerus, klein schorrenkruid, zwarte knopbies, kwelderzegge, drienervige zegge, gewoon kweldergras, zeeraket, zeepostelein die we goed konden vergelijken met melkruid, zilte schijnspurrie, teer guichelheil, selderij, schorrenzoutgras, gelobte melde, strandbiet, zeekraal, zilt torkruid en de beide soorten loogkruid. Tegen halftwee bereikten we terug de parking en kon de picknick aangesproken worden. Na de middag werden de achterliggende duinen en bosjes uitgekamd, waar we geconfronteerd werden met een totaal andere flora. Nico wees ons op de welriekende agrimonie met zijn gele klieren op de blaadjes alsook zijn teruggeslagen stekels op de vruchten en Willy vond er zijn hauwklaver. Verder noteerden we nog andere opmerkelijke vondsten zoals: echte heemst, vroege haver, donderkruid, rond wintergroen, stinkende lis, glad parelzaad, Epipactis neerlandica (duinvariëteit van de brede wespenorchis), sierlijke vetmuur, zeewinde,  tongvaren, spekwortel, zeewolfsmelk, rietorchis, blauwe zeedistel, dunstaart, strandkweek, helm en biestarwegras. De eerste streeptocht kon afgeblazen worden met 269 taxa.

Zaterdag 16 augustus 2014: Bois de Rompval en de Falaises d’Ault

We reden met de wagens door een residentiëel bosgebied aan de rand van Ault en konden parkeren vlak voor de steile krijtrotsen van de uitlopers van de Normandische Albastenkust. In de voormiddag gingen we het GR pad boven op de rotsen in westelijke richting verkennen, alsook het Bois de Rompval. Eerst even zoeken om het juiste pad te vinden, maar dan ging het steil de trap op om via een mooi plaatselijk wandelpad op het eigenlijke kustpad te belanden, dat lichtjes op en neer ging door weilanden met enkele poortjes en trapjes. Het zag er bekoorlijk uit maar de weilanden zelf waren goed bemest, zodat de flora wat tegenviel. De randen langs de bosrand en de klifranden leverden dan wel enkele interessante soorten op zoals wollige distel, gele hoornpapaver, wondklaver, gevinde kortsteel, ruig klokje, driedistel, aarddistel, echte kruisdistel, boksdoorn, muursla, kleine pimpernel, goudhaver, aardbeiklaver en gaspeldoorn. Het Bois de Rompval bleef ontoegankelijk, zodat we ons moesten beperken tot de randen met stekelige muizendoorn. Onverricht ter zake dienden we langs dezelfde weg terug te keren om dan via enkele straatjes in het kuuroord de rotsen aan de kust te bereiken. Hier troffen we nog cineraria ( een lichtgrijze Senecio soort), Franse tamarisk, muurbloem, smalle rolklaver en klein glaskruid aan.

Na de middag verplaatsten we de wagens naar de Hâble d’Ault, een duingebied met veel waterplassen. En niet alleen in het gebied waren waterpartijen, maar ook op de grindweg naar het gebied waren genoeg plassen om een rally te organiseren. Aan de eerste waterplas konden we het gebied betreden en er rond gaan. De bloeiende moeraswaterweegbree trok onze aandacht, alsook enkele opvallend grote rode ganzenvoeten. Op de bodem groeide massaal dwergzegge en hier en daar waterpunge. We vervolgden de grindweg door de duinen en keerden via de zeewering met gallets (keiën) terug naar de auto’s. We noteerden nog ronde ooivaarsbek, knikkende distel, blauwe zeedistel en op de met keien bezaaide zeedijk groeide massaal zeekool. De voormiddaglijst was goed voor 177 soorten en die van de namiddag voor 116.

Aanvulling René Maes: s‘ Avonds gidste Leo enkele mensen door de duinen tegenover het hotel, naar een prachtige groeiplaats van zeevenkel, die hij tevoren gevonden had. Hoewel zeevenkel een plant is die je in regel ‘buitendijks’ zou verwachten, stond de uitgebreide populatie hier binnen de dijk op de oever van een duinplas. Ze had het gezelschap van een uitgebreide groeiplaats van zeepostelein. Als tweede opmerkelijk feit stond de zeepostelein voor een groot deel (tot 25 cm) onder water. Deze beide rariteiten deden me nadenken over de omstandigheden waarom dit zo was.

De zee met haar keienstrand was van het binnenland (de duinen) afgescheiden door een brede waterkeringsdijk van keien. Diep onder het oppervlak zullen deze keien wel vermengd zijn met zand en slib om een waterdichting te geven.

Twee dagen tevoren was het echter springtij geweest en is het zeewater tot aan de hogere zone van de waterkerende dijk gekomen. Op deze hoogte zullen de keien minder vermengd zijn met fijner materiaal en zal er zo zuiver zout zeewater door de dijk dringen naar de duinplasjes. Dit kan de ‘binnendijkse’ groeiplaats van zeevenkel verklaren. Het feit dat de dijk bijna uitsluitend bij springtij doorlaat, maakt dat er tweewekelijks gedurende enkele dagen een verhoogde waterstand in de duinplasjes staat, waardoor zeepostelein en melkkruid tijdelijk onder water staan.

 

Zondag 17 augustus 2014:  Baai van de Somme, Circuit du Hourdel

We trokken naar de parking aan het “Maison de la Baie de Somme”, vanwaar we de Circuit du Hourdel volgden. Vandaag was de slechtste dag voorspeld en dat scheen te kloppen, want de eerste regendruppels vielen al vrij snel en tijdens de voormiddag werden we vergast op enkele korte fikse buien. De sterke wind vergrootte het koudegevoel. Paraplu’s en regenjassen werden bovengehaald en de streeplijst kreeg een plastieken hoes. Niettemin ging het strepen door in de veldwegen naar de baai van de Somme. Viltig kruiskruid, veldgerst, wilde peterselie en eironde leeuwenbek werden gedetermineerd en in een poeltje zag Nico massaal grote kroosvaren staan. We volgden de rand van de brede baai en ontdekten grotendeels dezelfde planten als de eerste dag in de schorren van de Authie, met toch enkele nieuwkomers zoals engels slijkgras, gerande schijnspurrie en moeraszoutgras. We kwamen terug in de bewoonde wereld aan de Hourdel, waar we een uitheemse grassoort ontdekten. Nico kon er direct een naam opkleven: Sporobolus indicus. Ook stalkaars kreeg een streepje, evenals bolletjesraket en René vond zelfs echt lepelblad. Tijd voor de picknick, maar het was harder beginnen regenen, zodat niemand er bezwaar tegen had om binnen te eten. Met lichte tegenzin mochten we van de patron van het café-restaurant onze picknick toch binnen opeten. Na de middag wandelden we naar het waarnemingspunt voor de zeehonden en René kon met zijn telescoop enkele zeehonden spotten. De strakke zeewind dreef ons snel landinwaarts naar de weg in het duinengebied, die ons via een landelijk traject terug naar de parking bracht. Het was een afwisselend gebied met talrijke waterplassen, zodat nog een aantal bijzondere soorten op de lijst kwamen: Echium italicum, rode spoorbloem, stinkende kamille, stijve dravik, zwanebloem, stomphoekig sterrenkroos, grof hoornblad, grove varkenskers, fijne ooievaarsbek, blauw walstro en gele ganzenbloem. Er kwamen 228 streepjes op de lijst. Na de excursie bleef nog wat tijd over om het “Maison de la Baie de Somme” te bezoeken.

 

Maandag 18 augustus 2014: Dunes du Slack te Ambleteuse

Vandaag stond nog een korte inventarisatieronde op de agenda, want iedereen wou  op het einde van het 15 augustusweekend tijdig thuis geraken. We reden naar de Boullonais en meerbepaald naar de monding van de Slack, waar om 11u afgesproken werd. Daniël kwam iets later toe omwille van enkele problemen met de controle van de kamers. De laatste tocht was echter niet zo lang en de picknick werd meegenomen om tijdsverlies te voorkomen. Via een trap konden we langs de Slack onder de verkeersweg en kwamen we door duinbosjes om dan verder langs een uitgestrekt duinengebied terug aan de Slackmonding te komen. Kleine kaardenbol bloeide langs de oevers van de rivier en tongvaren zocht de schaduw op aan de overkant. In het duinengebied ontdekten we wilde akelei, gifsla, duinroosje, zwart peperboompje en rond wintergroen. Tijdens de middagpauze in de duinen konden we het panorama op de krijtrotsen van Dover bewonderen. Terug aan de Slackmonding konden we nog eens genieten van de interessante zeeflora met massaal de zeevenkel, alsook de zeepostelein. Ook lamsoor, groot en klein schorrenkruid, strandduizendguldenkruid, zeekool, zeewolfsmelk en schorrenzoutgras passeerden de revue. Totaal aantal taxa: 241.

Ik bedank iedereen nog eens voor zijn ijverige inzet bij het zoeken en determineren van de planten!! Ook nog een woordje van dank aan Daniël voor de organisatie van dit weekend, alsook voor zijn oplossing van het drankprobleem in het verblijf.

Andre

 

MET DE NATIONALE WERKGROEP BOTANIE OP STREEPTOCHT IN 2013

 Voorjaarsflora van Broevink en Trod te Opwijk

Op zaterdag 6 april mocht ikzelf het seizoen op gang trekken met de inventarisatie van twee vochtige bosgebieden, die het brongebied vormen van de Brabantse en de Nijverseelse beek. Met 10 deelnemers in de voormiddag trokken we naar de Broevink op de grens van Merchtem en Opwijk. Het was nog vrij koud, zodat winterkledij met een warme muts aangewezen was en al vrij vlug bleek duidelijk dat de voorjaarsflora ver achteruit was. In het spoorwegtalud vond Nico toch al een rozet van echt bitterkruid en in een gracht groeide groot moerasscherm. Bij het uitkammen van het bos konden we toch een klein gamma voorjaarsplanten strepen: muskuskruid, daslook, bosanemoon, gevlekte aronskelk, dotterbloem, pinksterbloem, sneeuwklokje, hondsdraf, geel nagelkruid, bosbingelkruid, slanke sleutelbloem en speenkruid. Ook Moesdistel en reuzenpaardenstaart werden opgemerkt. Voor de excursie in de namiddag in het Trod vervoegden ook Danny en Christine de groep. Daar in het gebied geen wegen zijn, was het af en toe een beetje zoeken om een doorgang te vinden in die wirwar van struiken, bramen en grachten. Iedereen geraakte er droog door, doch de flora viel een beetje tegen door het lange winterweer. Grotendeels kwam dezelfde flora op de streeplijst, met toch enkele nieuwkomers zoals kruipend zenegroen, reuzenzwenkgras, waterviolier, gele lis, gele dovenetel, watermuur, gulden boterbloem, gele waterkers, grote muur en geoord helmkruid. De grote afwezigen waren gewone salomonszegel, eenbes, moerasstreepzaad en grote keverorchis. In de Broevink konden we 100 soorten noteren en in het Trod waren dat er 116.

Lentebloeiers in het Bois-de-Bara ( Bois-de-Lessines )

Luc Allemeersch was op 20 april onze gids voor een inventarisatie in het Henegouwse Bois-de-Bara, dat over twee hokken verdeeld was. Een mooi lentezonnetje met een koele noordoosten wind vergezelde ons de ganse dag en de koude droge wind van de voorbije weken had de aardewegen al fel uitgedroogd, zodat Luc de 22 botanisten vrij proper aan de bosrand kreeg. Ook het bos was met wandelschoenen te doorkruisen en enkel in de dalen kregen we te maken met enkele natte plekken. De lange winter zorgde er voor dat praktisch nog geen bomen in blad stonden, maar de traditionele bosflora ( al dan niet in bloei ) kwam toch tevoorschijn. Geel was zeker de overheersende kleur met speenkruid, dotterbloem en slanke sleutelbloem in vol ornaat. Ook het paarbladig goudveil deed langs de greppels en karrensporen zijn best om dit geel nog wat te verfraaien. Het wit van de bosanemonen zorgde dan voor enig contrast in de ondergroei van het bos. De overige bosplanten werden meestal vegetatief herkend: gevlekte aronskelk, muskuskruid, kruipend zenegroen, daslook, bittere veldkers, pinksterbloem, groot heksenkruid, lelietje-van-dalen, dalkruid, wilde hyacint, hondsdraf, geel nagelkruid, boswederik, bosgierstgras, eenbes, bosereprijs, gewone salomonszegel en kleine maagdenpalm. Ruige veldbies stond overal verspreid in het bos en op een open stuk troffen we zelfs ruig hertshooi aan. Het Carex geslacht deed het niet slecht met pilzegge, ijle zegge, oeverzegge, boszegge, hangende zegge en vooral slanke zegge. Na de middag werden de wagens verplaatst naar de andere kant van het bos en werd het aanpalend hok uitgekamd. Grotendeels hadden we te maken met dezelfde flora, maar toch konden we enkele nieuwkomers noteren: verspreidbladig goudveil, hondspeterselie, reuzenpaardenstaart, sneeuwklokje, gevleugeld hertshooi en echte koekoeksbloem. Vreemde ereprijs groeide tussen de steenslag op de stoep. De twijfel tussen bosmuur en watermuur werd weggenomen na het openprutsen van een bloem, waarbij we duidelijk de drie stijlen van de stamper konden zien, hetgeen op Stellaria nemorum wees. Uiteindelijk hadden we 143 streepjes voor de eerste lijst en 154 voor de tweede.

De Steenbeemden in Emblem.

Gids: Kristine Wuyts, streper: Karel De Waele. In totaal 22 deelnemers kwamen opdagen, gezien het goede weer ?n wetende dat de Steenbeemden qua flora niet te versmaden zijn. En inderdaad: die dag kwamen 262 soorten op de lijst, mede omdat we zowel de natte Steenbeemden (die er op dit moment eigenlijk relatief droog bij lagen) als de aanpalende heide- en bosgebieden verkenden. Uiteraard kwam het Zomerklokje zoals verwacht op de lijst, maar ook tal van andere soorten zoals Melkeppe, Dotterbloem, Blauw glidkruid, Poelruit, Blaas- en Snavelzegge, Zompzegge, Zwarte zegge, Wateraardbei, … in de natte delen, en Hengel, Klein tasjeskruid, Echte guldenroede en Struikhei in de droge heide. Maar ook tal van adventieven drongen zich op: een cultivar van Grote maagdenpalm, nl. de Vinca major var. oxyloba met zeer smalle kroonslippen, en Kaaps springzaad, om maar te zwijgen van de Reuzenbalsemien die op de oevers van de Kleine Nete echt een probleem geworden is.

Het Torfbroek te Berg ( Kampenhout )

Op 18 mei was Daniel onze gids in dit alom bekend natuurreservaat met zijn zeldzaam kalkmoeras. Ondanks het feit dat de excursie van het FON in Brugge samenviel met onze activiteit, daagden toch nog 16 floristen op. Daniel verkende in de voormiddag een hok aan de rand van het kerngebied, waar we al heel wat bijzondere vondsten konden noteren: vlozegge, schubzegge, teer guichelheil, bevertjes, gevlekte orchis, ruige leeuwentand, gulden boterbloem en een ratelaar (waarschijnlijk de kleine). Verder nog zeegroene, bleke en blauwe zegge. Bij een Juncus werd eerst gedacht aan pitrus, maar Christine wees ons op de overlangse holten in het merg, zodat de florasleutel ons naar paddenrus bracht. En bij nader toekijken bleek de plant er massaal voor te komen. Na de middag werd dan het kerngedeelte bekeken met nog een groot aantal uitschieters, zoals zwarte knopbies, armbloemige waterbies, blonde en ronde zegge, weegbreefonteinkruid, grote muggenorchis, parnassia, galigaan, moeraswespenorchis, waterdrieblad, kruipend stalkruid, kleine valeriaan ( vrij veel ) en blauwe knoop. Blaasjeskruid kon niet verder gedetermineerd worden en op een plek waar rabattencultuur toegepast wordt, konden veenmossen gedijen met hier en daar een plantje ronde zonnedauw. Deze zeer leerrijke plantenstudiedag kon afgesloten worden met een lijst van 166 taxa in de voormiddag en een van 211 soorten in de namiddag.

De Damvallei te Destelbergen

Wouter Van Landuyt was op 15 juni onze gids voor een plantenstudietocht in de Damvallei. De 21 deelnemers werden naar een parking aan het oude zwembad geloodst, van waar we gemakkelijk de natte hooilanden van de Damvallei konden bereiken. Na de middag werden de wagens verplaatst naar de overzijde van de E17, waar we via een toegangsweg langs de R4 de rest van het hok konden verkennen. Naast enkele drogere stukken in de wegkanten met klein vogelpootje en veelkleurig vergeet-mij-nietje, waren het vooral de natte hooilanden en enkele plassen, die de interessantste flora herbergden. Zo vonden we er gevleugeld hertshooi, rietorchis, brede orchis, massaal grote ratelaar, elzenzegge, blaaszegge, blauwe zegge en geelgroene zegge. Ook moerasstruisgras, moerasbeemdgras, watertorkruid, weidekervel, krabbenscheer en het zeldzame moeraskruiskruid kwamen op de streeplijst. Voor enkele bijzondere soorten was een klein ommetje buiten het hok geen enkel probleem en zeker niet als je daar grote boterbloem, kleine valeriaan, voorjaarszegge, blauwe knoop, gewone vleugeltjesbloem, moeraskartelblad en kleine watereppe kon aantreffen. Het was een zeer leerrijke tocht met 218 taxa.

De vallei van L’Eau d’Heure te Jamioulx

Op 29 juni was Chris De Caluw? onze gids voor deze studietocht in Henegouwen. Het was wel een huzarenstukje van Chris en Jan om de 12 deelnemers naar de juiste plaats te loodsen. Op de kaart zag er dat eenvoudig uit, maar de werkelijkheid was wel wat anders!! Een eerste poging in de vallei leidde ons naar een parkeermogelijkheid aan een boerderij, maar dit terrein bleek priv?. Dan maar verder op een bosweg met de nodige putten en plassen, een echt 4×4 parcours waardig, die uitkwam op een spoorwegovergang, waar de parkeermogelijkheid eveneens priv? bleek. Terug door dat 4×4 terrein en een volgende afdaling in de vallei, leverde een parkeerplaats op, maar dit bleek ook niet de juiste parking te zijn. Niemand had nog zin om zijn auto te verplaatsen, zodat met zowat een uur vertraging vandaar de streeptocht aangevat werd. Onderweg werd pas de juiste parking gevonden en de auto?s werden uiteindelijk ?s middags verplaatst naar deze locatie. Op de beboste valleihellingen vonden we de typische bosplanten zoals muskuskruid, bosanemoon enz?., maar ook dicht havikskruid, amandelwolfsmelk, boshavikskruid en schermhavikskruid, fraai hertshooi, spekwortel, witte rapunzel, bosmuur, geelgroene zegge, schaduwkruiskruid, boswederik, bosereprijs en bosgierstgras. Aan de spoorweg groeide zwenkdravik, rapunzelklokje, kleine leeuwenbek, echt bitterkruid en wouw. In de wegkanten viel veldkruidkers op en zorgde wilde marjolein voor wat kleur. In de riviervallei was de reuzenbalsemien al ingeburgerd, maar toch doken hier en daar ook planten van kleine kaardenbol op. Op de lijst kwamen 274 taxa, waaronder veel algemene soorten, maar toch ook enkele uitschieters, die in Vlaanderen niet of zeer weinig voortkomen.

Oude spoorwegberm Ronse – Blaton en omgeving station Ronse

Karel De Waele was op 20 juli gids en streper in de Vlaamse Ardennen en met 16 botanisten kon hij eerst de wegkanten van enkele woonwijken, alsook enkele braakliggende terreinen verkennen. Na de middag kwam de spoorweg aan de beurt met als afsluiter een glijpartij aan de brug om terug op de verkeersweg te komen. Een toegegroeide veldweg noodzaakte ons tot enkele acrobatie om over en onder de prikkeldraad te geraken, maar iedereen kwam zonder kleerscheuren terug aan het station, waar het uitnodigende terras van een caf? meer dan welkom was. Naast een heel gamma algemene soorten van wegkanten, troffen we in de grasberm toch ook blauw walstro en liggende klaver aan. Verder groeide klein liefdegras in de goot, vonden we een zaailing van vederesdoorn en kwamen zowel gewoon langbaardgras als eekhoorngras in de bermen voor. Op de braakliggende stukken verwilderde dan weer onze alombekende vlinderstruik, maar ook wouw, zandteunisbloem en zomerfijnstraal vonden er hun plekje. De oude spoorweg naar Blaton was hier en daar al aan het dichtgroeien, maar in de bermen konden we toch nog enkele spoorwegliefhebbers noteren, zoals: rapunzelklokje, schermhavikskruid met en zonder afstaande kelkbladen, stijf havikskruid, bosrank, kleverig kruiskruid en gewoon vingerhoedskruid. Gewoon struisriet had al een groot deel van de oude spoorweg gekoloniseerd en in dit semi-stadshok was het dan ook niet verwonderlijk dat er veel tuinvlieders bij waren: vaste lupine, puntwederik, mahonia, bos-vergeet-mij-nietje, viltige hoornbloem, oranje havikskruid, nigelle etc?K arel mocht de streeplijst afsluiten met 252 streepjes.

Sashul en vuurtorenweiden te Heist- aan- Zee

Op 3 augustus was traditiegetrouw Hedy Lecomte onze gids voor een plantenexcursie aan de kust in de omgeving van de vuurtoren van Heist-aan-Zee en deze keer was ze verrast met de komst van zoveel volk. De 26 deelnemers werden verdeeld over een zestal auto?s, die op de parking achter de vuurtorenweiden een parkeerplaats vonden. In de voormiddag werd Sashul en het aanpalende duingebied rond de vuurtoren verkend. Het groot aantal botanisten zorgde voor een overdonderende start met een waterval aan plantennamen, maar vooral voor de mensen van de plaatselijke Natuurpuntafdeling was het een opluchting dat de groep vrij spoedig uiteenviel in 3 stukken, zodat gemakkelijker wat informatie kon bekomen worden rond bepaalde planten. Grote ratelaar bloeide nog vrij uitbundig op verschillende plaatsen en sierlijke vetmuur, alsook kandelaartje hielden zich wat meer bescheiden. Aardbeiklaver groeide er ook vrij algemeen en kruipend stalkruid, echt en fraai duizendguldenkruid zorgden voor het roze contrast in de duinen. Dunstaart, zanddoddengras, handjesgras, strandkweek en kamgras vertegenwoordigden de Poaceae, terwijl rietorchis en moeraswespenorchis dit voor de orchidee?nfamilie deden. Grijze en zwarte mosterd werden gedetermineerd en bij een uitgedroogde plas werd een waterranonkel gevonden, die eerst voor middelste waterranonkel aanvaard werd op basis van zijn cirkelvormige honingklier, maar bij nader toezien hadden Nico en Pierre het bij het rechte eind met een sikkelvormige honingklier, die ons uiteindelijk deed uitkomen bij zilte waterranonkel. Ook waterpunge en graslathyrus kwamen op de lijst, alsook duinreigersbek, kaal breukkruid, scherpe fijnstraal, viltig kruiskruid en vele andere. Aan de vuurtoren werd langs het paadje esdoornganzenvoet, moeraszuring en zeegroene en rode ganzenvoet gevonden en in de namiddag werd langs het kanaal nog grote engelwortel gedetermineerd en op een braakliggend stuk groeide zomerbitterling en langs de spoorweg troffen we zelfs klein robertskruid en zwenkdravik aan. Met zachte wikke kon de streeplijst afgesloten worden met 281 streepjes.

De Grote Geul te Kieldrecht

Op 31 augustus was Mia onze gids voor een inventarisatie van de Grote Geul te Kieldrecht. Ze kreeg logistieke steun van Bram Vereecken, de conservator van het gebied, die ons een en ander verduidelijkte over het ontstaan van de Grote Geul. Het gebied was maar langs een zijde bereikbaar, zodat besloten werd om eerst deze zone in de voormiddag te verkennen en na de middag de wagens te verplaatsen naar de andere kant van de Geul, waar zich ook een veenlens bevond. Langs de achterzijde van enkele tuinen, waar oranje havikskruid massaal verwilderde, kwamen we langs een bosje met beek, waarin waterhyacint en watersla groeiden. Blijkbaar twee ontsnapte tuinvijverplanten!! Aan de straatkant vonden we klein liefdegras, alsook zijn grotere broer straatliefdegras. Aan een maisveld bloeide de geelrode naaldaar en langs een paardenweide met aan de rand heel wat waternavel, vonden we ook een kleine Apium, die aanvankelijk aanzien werd voor een klein plantje groot moerasscherm, maar bij vergelijking met de in de namiddag gevonden soorten, ook als kruipend moerasscherm op de lijst kwam. Langs de oevers van de Grote Geul konden verder nog heel wat planten gedetermineerd worden, met als voornaamste: groot moerasscherm, kleine watereppe, valse voszegge, hoge cyperzegge, oeverzegge, zeegroene ganzenvoet, platte rus, gele waterkers, heen en blauw glidkruid. Na de middag bekeken we eerst een poldergracht met slanke waterweegbree en veerdelig tandzaad. Dan trokken we de weide in met heel wat tredgaten van het vee, zodat het oppassen was om geen voeten te verstuiken. Daar vonden we een heel tapijt van kruipend moerasscherm, dat door Wouter Van Landuyt bevestigd werd. Tussen het riet stond heel wat hennegras en enkele ex. Van kamvaren. In dit geaccidenteerd terrein met vondsten als melkkruid, zilte greppelrus, stomp kweldergras, zilte schijnspurrie, aardbeiklaver en moeraszoutgras, was de zilte invloed nog duidelijk aanwezig. Moeraszuring, gevlekte rupsklaver, gevleugeld hertshooi, getand vlotgras, beemdlangbloem en slanke waterbies vervolledigden de lijst. In de voormiddag noteerden we 177 taxa en in de namiddag 145. Vooral de nieuwe vindplaats van Kruipend moerasscherm was een grote verrassing.

De Maasvallei te Waulsort

Op 14 september was ikzelf gids voor een studietocht in de Maasvallei. De weerman had buitengewoon slecht weer voorspeld en onderweg in de auto moesten we dat beamen. Maar eens ter plaatse ebten de grootste regenvlagen weg en viel het best mee en in de namiddag klaarde het zelfs even op. Niet verwonderlijk dat er slechts 5 deelnemers ( Karel, Leo, Luc, Chris en Jan ) opdaagden. Karel vond in een bloembak aan de kerk al een eerste bijzonderheid, nl. spiesleeuwenbek. Langs de overgroeide spoorwegberm Dinant- Givet trokken we naar de linker Maasoever, waar vijfdelig kaasjeskruid en ook muskuskaasjeskruid werden gedetermineerd. Verder nog plat beemdgras, veldkruidkers,heksenmelk, akkerereprijs en blauw glidkruid. Na de middag bracht het voetveer ons op de rechteroever en konden we het mooiste stuk uitkammen. Via een ravijn met zeer glibberige kalkstenen klommen we de helling op en onderweg konden we genieten van fraaie tongvarens en stijve naaldvarens. Ook rozetsteenkers groeide op rotsachtige stukken en boven op enkele kleine kalkgraslanden tussen de steile rotsen konden we nog heel wat kalkminners op naam brengen: palmboompje, wilde weit, blauwe sla, blauwgras, witte engbloem, echte gamander, moeslook, hertswortel, paardenhoefklaver, welriekende salomonszegel en prachtklokje. In het aanpalende bos stonden nog stinkend nieskruid, vingerzegge en rode kamperfoelie en de gele kornoelje konden we ditmaal gemakkelijk herkennen aan zijn rode vruchten. Het terras van het caf? aan het veer was nog goed voor een drankje, alvorens de overzet te nemen en met onze 312 streepjes op een droge lijst terug te keren naar de wagens.

De Putten te Kieldrecht

Op 28 september waren we te gast bij Ren? Maes in zijn biotoop op Linkeroever. Ren? loodste de groep naar het gebied via het natuurgebied ?Drijdijk?, waar 2 korte haltes goed waren om de 21 deelnemers enkele ha watercrassula en een groeiplaats van waterteunisbloem te laten zien. Ook een grote zilverreiger en een twintigtal lepelaars lieten zich bewonderen. De voormiddagstreeptocht ging door in Putten Weiden, een historisch permanent zilt grasland. Een stier met zijn harem bevond zich in het weiland, zodat voorzichtigheid geboden was. El Torro hield zich kalm en wij konden rustig plantjes zoeken in dit zilte gebied. Het aantal zoutminners was dan ook niet min: goudknopje, een Zuid-Afrikaanse indringer die eerst aanzien werd voor een zulte zonder lintbloemen, zulte, zilte zegge, melkkruid, zeekraal, veldgerst, aardbeiklaver, zilte schijnspurrie, moeraszoutgras en schorrenzoutgras. Op de terugtocht naar de verkeersweg, was Danny in het slik weggezakt en hij was maar al te blij met de twee helpers, die er voor zorgden dat hij droog bleef. Na de middag trok Ren? met de botanisten naar Putten West en Putten Plas met opgespoten kalkrijk zand en een plas. Een heel ander terrein met droge en natte plekken. Op het zand vonden we smal vlieszaad en baardgras. Verder ook zomerbitterling, echt en fraai duizendguldenkruid, duinreigersbek, bleekgele droogbloem, loogkruid ( zowel de stekelige als de zachtere soort), hongaarse raket en driebloemige nachtschade. Op de nattere gedeelten troffen we andere planten aan, zoals: slijkgroen, zilte greppelrus, goudzuring, moeraszuring, stomp kweldergras, waterpunge en nog talrijke plekken met goudknopje in vol ornaat. Voor diegenen die ook af en toe eens omhoog keken, was er nog slechtvalk en bruine kiekendief. Na 17u verkende Ren? met de helft van de groep nog Putten Hoog, een iets ouder opgespoten terrein dat aan het verbossen is, waar zandweegbree, hazenpootje en hoge fijnstraal de opmerkelijkste vondsten waren. En geslaagde studietocht met 214 taxa.

Het kerkhof van Sint-Gillis en het Kinseldaelbos te Ukkel

De laatste streeptocht ging door in het Brussels Gewest en Luc Allemeersch was onze gids voor deze plantenexcursie in de omgeving van het crematorium te Ukkel. De weergoden waren ons genadig, zodat zonder paraplu of plastieken zak droog kon gestreept worden. Luc trok met de 10 botanisten over de spoorwegbrug aan het station van Moensberg in de richting van het kerkhof van Sint-Gillis. Op enkele braakliggende stukken van de NMBS groeide massaal de stijve zonnebloem en tussen de boordstenen groeide klein liefdegras met zijn kraakbeenachtige kliertjes op de aartjesstelen en de bladranden. In een voetwegel langs het kerkhof groeide een opvallende boom, die als bijenboom gedetermineerd werd door Nico en de foto?s op het internet stemmen inderdaad overeen met de bladeren die we aantroffen. Op de oude muren vonden we naast plat beemdgras en muurvaren ook enkele steenbreekvarens. Op het kerkhof zelf waren vooral de arme grasperken botanisch waardevol met heel wat grote tijm. Maar ook kleine leeuwentand, klein vogelpootje, ruige weegbree, blauw walstro en hazenpootje waren van de partij. Op de terugweg naar de wagens kwamen heggenrank en heggenduizendknoop nog op de lijst. Beide planten vonden hun stek op een afsluiting. Na de middag stond een stuk van het Kinsendaelbos op het programma met in de beekvallei bittere veldkers en verder ook reuzenzwenkgras, bosveldkers, vogelkers en bosgierstgras. Aan de bosrand en op de terugweg werden nog enkele bijzonderheden genoteerd zoals: rapunzelklokje, straatliefdegras, grote en kleine pimpernel, eekhoorngras, pijlkruidkers, bleekgele droogbloem, grijze mosterd en geelrode en groene naaldaar. Annie streepte het laatste uur en met een beetje hulp lukte dat nog aardig. Jean heeft alleszins een nieuwe streper gevonden voor de PWG Gent. In dit stadshok werden toch nog 245 taxa genoteerd. Het seizoen werd afgesloten met het opstellen van de agenda 2014. Ik wil iedereen bedanken voor zijn ijverige inzet bij het vinden en opzoeken van planten, alsook voor de goede sfeer in de groep. Ook bijzondere dank aan Karel De Waele voor het strepen en het verslag te Emblem, alsook voor het strepen te Ronse. Andre

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s