Verslagen Vlaamse Ardennen +

Excursie 22 augustus 2015

Inventarisatie hogere planten te Tombele (Ronse)

Gids, streeplijst en verslag: Henk Coudenys

Co-gidsen: Roland Werbroeck & Karel De Waele

Overige deelnemeres: Brigitte Delmeire, Johan Peelman, Quinten Courteaux, Peter Magerman, Danny Minnebo, Christine Troch, Simon Feys en Pierre Van Vooren.

We verzamelden precies in het midden van het ifbl-kwartierhok F2 18 22. Binnen deze vierkante kilometer inventariseerden we eerst de wegbermen van de Hoogdeurnestraat. We noteerden er onder meer Ruw walstro, Reuzenpaardenstaart, Moeras- en Bosandoorn. Opvallend waren de uitgebreide populaties van de Grote bevernel en een late populatie Muizenstaart op een oprit. In een gracht langs het kleine stukje van de Brokelaerestraat dat zich nog binnen ons studiegebied bevond, ontdekten we een grote populatie Zachte stekelvaren en vatten we onze (voorlopig vruchteloze) zoektocht aan naar de reeds meermaals in deze omgeving gesignaleerde Geschubde mannetjesvaren. Via de Vinkenstraat verplaatsten we ons naar het bosreservaat Tombele. Onderweg werden we afgeleid door een knap staaltje floravervalsing dat in de loop der jaren is ontstaan doordat de tuin van een plaatselijke verzamelaar van botanische bijzonderheden te klein is geworden en hij zijn collectie dientengevolge langs de wegbermen is beginnen stationneren. Gelukkig bevond de schuldige zich onder ons en konden we daardoor de vervuiling van onze soortenlijst met onder meer Naakte lathyrus, Zomerfijnstraal, Doorlevende ossetong en Zachte wikke vermijden. In het stukje bosreservaat binnen ons kwartierhok vonden we onder andere Tongvaren, Slanke sleutelbloem, Gevlekte aronskelk, Bosbies, de restanten van Bittere veldkers en ook een door een wespendief uitgegraven wespennest. Roland leidde ons tenslotte nog naar de hem bekende standplaats van de Geschubde mannetjesvaren (buiten het kwartierhok). Er werden in totaal 170 soorten genoteerd.

 

Plantenwerkgroep Vlaamse Ardennen plus

Verslag excursie Kerkhove 12 september 2015

Inventarisatie van de hogere planten in kwartierhok E2 46 21

Gids, streeplijst en verslag: Henk Coudenys

Deelnemers: Frieda Flo, Willie Desmetre, Geert Ranson, Joris De Winter, Simon Feys

We beginnen onze excursie in de straatjes van de Sint-Amandswijk. Tegen dat we het eerste interessante perceel bereiken – een nat hooiland net boven de oude Scheldemeander – hebben we reeds enkele tientallen algemene soorten gestreept, waaronder Basterdklaver, Straatliefdegras, Groene naaldaar en Kransnaaldaar. Het hooiland (met ongebruikt ooievaarsnest) herbergt meerdere soorten ondetermineerbare zegges (wegens te laat op het jaar + gemaaid). Wel herkenbaar zijn ondermeer Zomprus, Veldrus, Zeegroene rus, Beekpugne, Bloedzuring, Viltige basterdwederik, Driedelig tandzaad, Goudzuring en Kattenstaart. Vanuit het kerkhof aan de overzijde van de straat is Zonnehoed ontsnapt en in het hooiland terechtgekomen. Op het kerkhof zelf wordt traditiegetrouw het spontane leven zo intens mogelijk dood gesproeid. We noteren er toch nog Harig vingergras. De oude Scheldemeander vergast ons op Rode ogentroost, Dwergkroos, Kluwenzuring, een uitgezaaid exemplaar van de Moeraseik, Zwanebloem en Gele plomp. Langs het fietspad richting Schelde vinden we onder meer Citroengele en Witte honingklaver, Gevlekte rupsklaver en Vertakte leeuwentand. Een kilometer Scheldeoever staat traditioneel garant voor wilgenpret, in dit geval Kraakwilg, Amandelwilg, Bindwilg, Schietwilg, Grauwe wilg, Katwilg en kruisingen tussen Grauwe en Geoorde wilg alsook de zeldzame kruising tussen Grauwe en Rossige wilg. Vierzadige wikke, Glad walstro, verwilderde Mierikswortel en Bosrank trekken onze aandacht terwijl we de Scheldebrug naderen. Tijdens de laatste vijftig meter, langs de brug, vinden we nog Korrelganzevoet, Rode ganzevoet en als kers op de taart Veldwarkruid.

Advertenties